skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Electromagnetishe velden en auto-immuunziekten

Elektro Magnetische Velden (EMV) worden geproduceerd door geomagnetisme en omgevingsactiviteiten, industriële, huishoudelijke en therapeutische toepassingen, alsmede door celmetabolisme. De meeste onderzoeken naar biologische effecten van EMV’s vertegenwoordigen geen reproduceerbare resultaten en heldere relaties tussen oorzaak en gevolg.

Het is echter duidelijk dat de effecten van EMV’s afhankelijk zijn van de dosis, de blootstellingstijd en cellulaire prikkeling, die groter is in zenuw – en immuuncellen. Het is zelfs zo dat de biologische effecten van EMV’s niet simpelweg verklaard kunnen worden door toename van de temperatuur binnenin de cellen (thermische opwarming).

Er is bewijs dat auto-immuunziekten optraden bij degenen met een genetische predispositie, die werden blootgesteld aan natuurkundige, chemische of biologische schadelijke middelen, of die stressvolle situaties meemaakten. Systemic Lupus Erythematosus (SLE) vertegenwoordigt hèt prototype van auto-immuunziekten vanwege zijn overvloed aan klinische manifestaties.

Het doel van deze systematische review is de effecten van elektromagnetische velden op auto-immuunziekten te evalueren.

Materialen en methoden

Alle onderzoeken, gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften van 1979 tot 2013, werden bestudeerd in het kader van opname in de systematische review. Publicaties die geschikt werden bevonden, werden geïdentificeerd door een systematische screening van de volgende databases: MEDLINE/ PubMed, MEDLINE/ National Library of Medicine (NLM), MedlinePlus, Biomedcentral, Scopus, Cochrane Library. Alle artikelreferenties werden bestudeerd om verdere publicaties te vinden die bruikbaar zouden kunnen zijn voor de systematische review.

Het onderzoek werd uitgevoerd door gebruik te maken van de volgende sleutelwoorden: elektromagnetische velden, immuunreactie, auto-immuniteit, Systemic Lupus Erythematosus (SLE). Er werden 37 onderzoeken betrokken in deze studie.
Auto-immuunziektenEén van de kenmerken van het immuunsysteem is de capaciteit zelf-antigen te onderscheiden van een groot arsenaal aan antigenen van vreemd materiaal. Herkenning van zelf-antigenen speelt een belangrijke rol in het vormen van zowel T als B cel bewaarplaatsen van immuun receptoren, om zodoende schadelijke auto-immuunreacties uit te sluiten. Auto-immuniteit vormt het eindresultaat van de ontregeling van 1 of meer mechanismen die de immuuntolerantie reguleren.

Eén enkel mechanisme alleen kan niet al de verschillende manifestaties van auto-immuniteit verklaren (1,2). De kloonselectie theorie van immuuntolerantie, omvat ook het idee dat interactie van lymfecellen met specifieke antigenen, gedurende de foetustijd of vroege nageboortelijke tijd, zou kunnen leiden tot eliminatie van ‘verboden klonen’ die in staat zijn te reageren op autoantigenen.

Verlies van immunologische intolerantie aan zelf-antigenen, zou ook kunnen worden opgewekt door specifieke ontregelingen in de immuunreactie van T of B cellen (3, 4) alsmede door gebrek aan reguliere modificatie van het immuun mechanisme (5, 6). Hieraan gerelateerd: afgenomen apoptosis of een verminderde productie van immuun regulerende cytokines (zoals IL-10), worden in verband gebracht met de ontwikkeling van auto-immuniteit (7).

Onderzoek bij tweelingen

Humane studies van genen die vatbaar zijn voor specifieke auto-immuniteit, komt van familiestudies en vooral van onderzoek bij tweelingen. Genetische vastlegging is begonnen met het identificeren van chromosale gebieden met abnormaliteiten die aanleg geven voor specifieke auto-immuunziekten (1,8).

Specifieke allelen (een allel is een bepaalde variant van een gen) van het major histocompatibility complex (MHC) zijn geïdentificeerd. Maar er is bewijs dat verschillende andere genen van belang zijn in het toenemen van deze gevoeligheid. Denk aan geërfde homozygote ontoereikendheid van de vroege proteïnes van de klassieke weg van aanvulling wordt sterk geassocieerd met de ontwikkeling van SLE (9).

Genetische abnormaliteit van normale immuunprocessen zouden een aanleg kunnen suggereren voor de ontwikkeling van abnormale respons in relatie tot schadelijke middelen (chemisch, natuurkundig, bacterieel of viraal) of stressvolle situaties veroorzaakt door gebeurtenissen in het leven.

Bijkomende factoren die cruciaal lijken te zijn in het vestigen van auto-immuniteit omvatten leeftijd en hormonale status: veel auto-immuunziekten, zoals SLE, komen veel meer voor bij vrouwen (1, 10, 11).

Systemische lupus erythematodes (SLE)

Auto-immuunziekten variëren van degene die specifiek een bepaald orgaan aantasten tot systematische ontregeling waarbij vele organen betrokken zijn. SLE vertegenwoordigt het prototype van auto-immuun ontregelingen door zijn overvloed aan genetische veranderingen en klinische manifestaties (8-11). Verder wordt SLE in verband gebracht met een groot arsenaal aan auto-antilichamen wiens productie onderdeel schijnt te zijn van een generaliseerde immuun-hyperreactiviteit (10).

Schadelijke omgevingsfactoren spelen een cruciale rol in het aanzetten of verergeren van SLE; deze factoren omvatten ultraviolet licht en drugs. De lijst met drugs die mogelijkerwijs SLE veroorzaken, is lang (10). Er is ook bewijs dat stressvolle situaties het ontstaan van SLE in gang zetten.

De ernst van SLE varieert van milde en matige tot ernstige vormen (10, 11). De meeste patiënten ervaren verergering gevolgd door periodes van relatieve kalmte, permanente complete vermindering is echter zeldzaam. Systematische symptomen, vooral moeheid en spierpijn/gewrichtsklachten, zijn vrijwel steeds aanwezig. Veel patiënten hebben poly-artritis, in sommige gevallen met gebieden met necrosis en/of myositis.

Huidverschijnselen omvatten Discoïde lupus: verheven rode plekken op de huid, vaak schilferig, eventueel gepaard gaande met littekenvorming. Dit kan overal op het lichaam voorkomen. Uitslag die het gezicht kan ontsieren, vooral de wangen en de neus (vlinder-uitslag); patiënten met deze symptomen zijn extreem lichtgevoelig.

Ernstige manifestaties van de ziekte zijn nefritis en vasculitis; verbreide vasculitis zou het toegenomen voorkomen van voorbijgaande ischemie aanvallen, beroerten en myocardiale infarcten kunnen verklaren.

SLE beïnvloedt de centrale en perifere zenuwstelsels; dit is de belangrijkste oorzaak van ziektetoestanden en overlijden, gedeeltelijk ten gevolge van occlusieve vasculitis. Het meest voorkomende verschijnsel is cognitieve gebreken, vooral moeite met geheugen en verstandelijke vermogens. Psychose kan het dominante verschijnsel zijn. SLE kan hoofdpijnen en aanvallen van allerlei soorten ziekten veroorzaken.

Vruchtbaarheid bij vrouwen die aan SLE leiden, kan normaal verlopen, hoewel vroeggeboorten en abortussen veel werden geconstateerd (10, 11).

Effecten van elektromagnetische velden (EMV-‘s) op het immuunsysteem

EMV-‘s, geproduceerd door geomagnetische en atmosferische activiteiten, dragen bij aan het bestaan van de mensheid, omdat ze worden gebruikt door insecten, vogels en reptielen, voor ruimtelijke oriëntatie en migratie (12).

Bovendien produceren metabole activiteiten en lichaamsfuncties EMV-‘s. Ook mag niet onvermeld blijven dat EMV-’s worden gebruikt voor diagnostische toepassingen (MRI) of therapeutische doeleinden om extra energie toe te voeren naar weefsel, om schade te repareren of het metabolisme te versterken.

EMV-‘s spelen vandaag de dag een grote en onmisbare rol in industriële, economische en sociale activiteiten. EMV-’s worden geproduceerd door elektriciteitscentrales om stroom te transporteren (50-60 Hz) door stroomdraden; EMV-’s worden ook geproduceerd door radio-televisiestations (Khz en MHz frequentie), door radars (MHz en GHz), mobiele telefoons en satellieten (MHz en GHz); ze worden ook gebruikt in industriële en huishoudelijke toepassingen.

Veel van het onderzoek naar biologische effecten van EMV-’s tonen geen reproduceerbare resultaten en heldere relaties tussen oorzaak en gevolg. Het is ook moeilijk de verschillen tussen de effecten van EMV-’s van verschillende frequenties te analyseren.

Daarom is er voornamelijk alleen overeenstemming over de resultaten van onderzoeken naar biologische effecten door EMV-‘s, opgewekt door de toename van temperatuur in cellen (thermisch effect). Het is echter duidelijk dat de biologische effecten van EMV-’s niet simpelweg alleen door de ‘thermische effecten’ verklaard kunnen worden.

De biologische effecten van EMV-’s zijn afhankelijk van de dosis, de blootstellingstijd en de frequentie of golflengte (13). De energie van omgevings- EMV-‘s, geabsorbeerd door cellen veroorzaakt veranderingen in het metabolisme; het effect van deze interactie is afhankelijk van de karakteristieken en prikkelbaarheid van de cellen; het is bekend dat omgevings-EMV-’s voornamelijk de metabole activiteiten van zenuw – en immuuncellen beïnvloedt (13).

In deze review bestuderen we de resultaten van de studies naar het effect van EMV-’s op immuun en neuro-endocriene systemen die geïntegreerde reacties kunnen uitoefenen op omgevingsstimuli.

In vitro onderzoeken

Perifeer bloed mononuclear cel (PBMC) stimulatie is een model voor het onderzoek van ‘in vitro’ blastogenese, vermenigvuldiging en overschrijving en translocatie van vele proteïnen.

Gebruikmakend van deze methode, werd er getoond dat laag frequente EMV-’s, calciumstromen in membranen die handelen op het vrijkomen van thromboxane B2 en interleukine 1 (14).

PBMC’s van mensen, die ‘in vitro’ werden blootgesteld aan laag frequente EMV-’s vertoonde verminderde vermenigvuldigingsrespons op mitogenen en veranderingen in lymfocyt metabolisme en oppervlakte markers expressie (15,16); De EMV- blootstelling beïnvloedde CD4+, CD14+ en CD16+ -expressie, productie en/of lokalisatie (17).

Experimenteel onderzoek op dieren

Statisch- magnetische velden, lokaal bevestigd op verschillende hersengedeeltes van ratten, veranderden de immuunrespons, afhankelijk van de tijd van blootstelling en het gebied van de hersenen dat er aan was blootgesteld (18).

Muizen die chronisch waren blootgesteld aan 50Hz EMV-‘s, onder dezelfde omstandigheden als mensen, toonden een reductie van het totale aantal lymfocyten, leukocyten, polimorphonuclear neutrophil, CD4+ en NK cellen (19).

Subchronische blootstelling met oplopende stroomdichtheid tot 60 Hz EMV, onderdrukte NK celactiviteit in zowel jonge als volwassen muizen, zonder toename van het voorkomen van neoplasie (20).

Er moet op worden gewezen dat de EU het toepassen van ‘in vitro onderzoeken’ als inleidende stappen voor onderzoek naar onbekende schadelijke factoren, promoot. Deze procedure was aangenomen voor ethische redenen om het aantal opgeofferde dieren te beperken dan wel om de kosten voor experimenten te verlagen.

De procedures die eerder werden toegepast in de Sovjet-Unie en oostelijke landen, gebruikten grote aantallen dieren met lagere ethische restricties. In de Sovjet-Unie toonden experimentele onderzoeken op ratten die op lange termijn aan lage radiofrequente EMV-‘s werden blootgesteld, auto-immuun en voortplantingseffecten aan (21).

Deze onderzoeken werden recent herhaald waarbij dezelfde algemene trend als in eerdere onderzoeken naar voren kwam, aldus bewijzend dat EMV-blootstelling de formatie van antilichamen in hersenweefsel vermindert, met mogelijke stimulatie van auto-immuun mechanismen; mogelijke nadelige effecten op de ontwikkeling van de foetus werden ook bevestigd (21).

Onderzoek op mensen

Na het eerste onderzoek op het voorkomen van kinderleukemie, teweeggebracht door elektriciteit (22), lieten verschillende epidemiologische onderzoeken geen verband zien tussen blootstelling in woningwijken aan EMV en leukemie (23,24).

Echter, de analyse van alle gezamenlijke data van epidemiologische onderzoeken over het risico op kinderleukemie, vormde de basis van de classificatie van 50 of 60 Hz EMV als mogelijk carcinogeen, door de International Agency for Research on Cancer (IARC) (25). Recent is een hoger vóórkomen van kinder – en volwassenenleukemie gerapporteerd, dichtbij een radiozender, die in de buitenwijken van Rome was gevestigd.

Er was echter daarna geen oorzakelijk verband gelegd, door de auteurs van dit onderzoek in verband met het geringe aantal gevallen en het ontbreken van blootstellingsgegevens (26).
Het toenemende vóórkomen van glioma en akoestisch neuroom (het neuroom is geen kanker en ontwikkelt zich in de gehoorgang), veroorzaakt door het gebruik van mobieltjes was gerapporteerd (27).

Hiernaar verwijzend heeft het IARC recent radiofrequente EMV ingedeeld in categorie 2B, mogelijk kankerverwekkend bij mensen. Terwijl de wetenschappelijke gemeenschap dit onderwerp nog steeds bediscussieerd, hebben sommige landen voorlopige maatregelen genomen om het risico, komend van het gebruik van mobieltjes, te beperken.

Het is aangetoond dat tijdelijke of langer durende EMV-blootstelling van mensen, bloedleukocyten verandert. Patiënten en vrijwilligers vertoonden een afnemend % van het totale aantal bloedlymfocyten en cytotoxische T cellen en een toegenomen aantal lymfocyt-helpers, onmiddellijk volgend op de statische EMV of MRI (28). Radar-operators (blootgesteld aan EMV variërend van 390 MHz tot 10,96 GHz) vertoonden afgenomen bloed cytotoxische CD8+ lymphocytes en toegenomen serum IgM (29).

Zestig elektriciens vertoonden een negatieve correlatie tussen EMV-blootstelling en bloed ornitine decarboxilase (ODC) activiteit (gerelateerd aan het metabolisme van melatonine) en NK celaantallen. De verandering van deze hematologische parameters was sterker dan tussen werkenden met verlaagde melatonineproductie (30).

Bovendien was verminderde 6-sulfatoxymelatonin excretie niet vastgesteld in groepen vrouwen die dichtbij hoogspanningsmasten woonden (31). Onderzocht werden ook 19 vrouwen die langdurig waren blootgesteld aan EMV, uitgezonden door radio-televisiestations, in woonwijken in het jaar 2000. Twaalf van hen werden 5 jaar later onderzocht (32, 33).

De EMV op de balkons van de huizen waren 4.3 en 1.4 V/m bij de eerste meting en 3.7 en 1.3 V/m in het vervolgonderzoek, terwijl de blootstelling in de woonwijk bij de controlegroep van vrouwen < 2.0 V/m was in het jaar 2000.

De aan EMV blootgestelde groep vertoonde gereduceerde bloed NK lymfocyten alsmede PHA gestimuleerde PBMC vermeerdering en IL-s en IFN-vrijlating. Bovendien was in het vervolgonderzoek bloed NK-activiteit van de aan EMV blootgestelde groep vrouwen significant lager (binnen de natuurkundige limieten) dan die van een controlegroep (p<0.01)

Op stress lijkende prikkelingen veroorzaakt door EMV

Recent bewijs toont een toenemend vóórkomen van auto-immuunziekten, inclusief SLE, aan, in genetisch gepredisponeerde individuen, voornamelijk vrouwen, die zijn blootgesteld aan omgevingsfactoren of blootgesteld aan stressvolle situaties (34,35); een verband werd ook aangetoond tussen het vóórkomen van SLE en ploegendienst en gezondheidszorg met patiëntencontact (36).

Blootstelling aan elektriciteit kan een stress-overeenkomstige situatie oproepen. Volwassen mannelijke Sprague-Dawley ratten werden blootgesteld aan tot 50 Hz EMV-‘s (0,5T) gedurende een periode variërend van 5 dagen tot 4-6 weken. Aan het eind van de blootstellingsperiode, vertoonden ze een spiraalvormige thymus, adrenaline klierhypertrofie, hyperglycemie, verhoogde proopiomelanocortin productie en depressief gedrag (37).

Melatonine is een hormoon met een veronderstelde oncostatische actie, voornamelijk afgegeven door de pijnappelklier tijdens de donkere fase van de licht-donker cyclus; het is vastgesteld dat melatonine de efficiency van de natuurlijke immuniteit reguleert, inclusief NK activiteit, die verdedigt tegen infecties als ook tegen aanvang en voortzetting van kankers; gereduceerde productie van melatonine is waargenomen bij werkers die waren blootgesteld aan het stressvolle nachtwerk (38).

Verlaagde 6-sulfatoxymelatonin afgifte was waargenomen niet alleen bij de groep vrouwen die dichtbij hoogspanningsmasten woonden (30) maar ook bij werknemers die beroepshalve waren blootgesteld aan elektriciteit (29).

Het effect van het gebruik van mobieltjes op de thymusfunctie was geëvalueerd onder 2598 werknemers (mannen en vrouwen) verdeeld over 3 groepen op basis van hun persoonlijke gebruik van een mobieltje (39). De groep werknemers die langer durende gesprekken hielden vertoonden lagere niveaus van serum TSH, een aanduiding voor toegenomen thymusactiviteit zoals die voorkomt in stressvolle situaties. De auteurs konden niet vaststellen of deze resultaten waren bepaald door EMV-blootstelling aan mobieltjes of door de stress veroorzaakt door het gebruik van deze apparaten.

Blootstellingslimieten

Blootstellingslimieten voor schadelijke omgevings – en werkfactoren zijn vastgesteld door verschillende internationale organisaties in de VS en westerse landen. Deze limieten werden voornamelijk vastgesteld door de uitkomsten van experimentele en/of epidemiologische onderzoeken die aanvankelijke en/of preklinische veranderingen aantoonden, opgewekt door blootstelling.

Voornamelijk de analyse van de resultaten van epidemiologische onderzoeken volgend, werden beslissingen te laat genomen, zoals in het geval van blootstelling aan benzeen (met tegenwoordig een limiet die 20 maal lager ligt dan 40 jaar geleden).

Met betrekking tot EMV-blootstelling, werden in de VS en westerse landen, eerder de degeneratieve effecten (zoals voor testikels en crystalline), opgewekt door de hitte die door EMV geproduceerd wordt, in aanmerking genomen, terwijl er minder aandacht was voor de resultaten van studies t.a.v. biologische ‘niet-thermische’ effecten van EMV, inclusief die van experimentele onderzoeken.

De Italiaanse wet (DLgs 81/08) past de Italiaanse grenswaarden aan, aan die van de European Directives, die overeenkomen met die van de ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection).

Met betrekking tot blootstelling door de bevolking, zijn in het ontbreken van overeenstemming door de wetenschappelijke gemeenschap, over het lange termijn effect van EMV, preventieve voorzorg limieten vastgesteld. Er moet echter nog worden vastgesteld of de richtlijnen voor de gemiddelde bevolking ook overeenstemmen met wat nodig is voor een minderheid van potentieel gevoeligen zoals in het geval van luchtvervuilingsrichtlijnen die niet gebaseerd zijn op de speciale behoeftes van astmatici.

Discussie

Omdat de meeste van de onderzoeken naar de biologische effecten van EMV geen reproduceerbare resultaten en duidelijke verbanden tussen oorzaak en gevolg weergeven, zouden er niet voldoende betrouwbare gegevens kunnen zijn om de effecten van EMV in relatie tot frequenties te analyseren.

Specifieke experimentele en epidemiologische studies op dit gebied moeten worden uitgevoerd, daarbij in aanmerking nemend het cumulatieve effect van elektriciteit, mobieltjes en huishoudelijke apparaten.

De biologische effecten kunnen niet simpelweg worden verklaard door een toename van temperatuur in de cellen. Omdat het duidelijk is dat EMV-’s absorptie van energie door biologisch weefsel veroorzaakt, zou deze toegevoegde energie een groot aantal metabole activiteiten in verschillende cellulaire compartimenten kunnen veranderen.

Het is ook duidelijk dat de cellen die het meest worden beïnvloed door EMV-blootstelling, de cellen van immuun – en zenuwstelsels zijn en dat EMV DNA metabolisme zou kunnen beïnvloeden.
Met betrekking tot de therapeutische toepassing van EMV-‘s, EMV-blootstelling kan positief of gevaarlijk zijn, afhankelijk van de dosis en frequentie alsmede de hoeveelheid tijd en plaats van blootstelling.

Het is bekend dat EMV blootstelling werkt als een stressprikkel; er is bewijs van een toenemend vóórkomen van auto-immuunziekten bij genetisch gepredispositioneerde individuen die worden blootgesteld aan omgevingsfactoren of stressvolle situaties meemaken; met betrekking hiertoe geldt dat de effecten van EMV bovenop die van andere stressoren zoals geluid (40), chemische vervuiling (41) of gebeurtenissen in het leven of op het werk, kunnen komen (34, 35).

Een organisme dat wordt blootgesteld aan EMV, zou mechanismen kunnen aannemen die voorzien in aanpassing aan de geabsorbeerde energie van EMV-‘s. Als er genetische predispositie is voor auto-immuun verstoring, in het bijzonder voor SLE, kan het organisme, gedurende de aanpassingsfase aan de EMV-blootstelling, auto-immuun mechanismes ontwikkelen die de immuun tolerantie ten opzichte van de eigen cellen, kan reduceren.

Commentaar NDN

In het lichaam is er een grote behoefte aan glutathion (42 – 48). Glutathion wordt snel verbruikt in tijden van ziekte, stress, vermoeidheid en lichamelijke inspanning en straling (EMV blootstelling). Daarnaast zijn er nog een aantal bekende oorzaken van glutathiondepletie, zoals bacteriële of virale infecties, milieutoxines, medicijngebruik, chemische vervuiling en zware metalen, roken, (top)sport, operaties en tekorten van glutathionprecursors of -cofactoren.

De glutathionstatus van de cel is een belangrijke indicator voor de celfunctie en de levensvatbaarheid van de cel. Wanneer er voortdurende sprake is van oxidatieve stress door een aantal van bovengenoemde factoren raken de glutathionvoorraden op. Het lichaam komt tot een punt waarbij de antioxidatieve beschermingsmechanismen tekortschieten en dan spreken we van ‘distress’.

De weefsels die dan het meest kwetsbaar zijn, zijn weefsels met het hoogste percentage meervoudig onverzadigde vetzuren (zoals bijvoorbeeld zenuwweefsel). Lokale vrije radicaalreacties kunnen een zich steeds verder uitbreidend gebied van weefselschade geven. Cellen die teveel beschadigd zijn doden zichzelf (apoptose).

Glutathion komt voor in verse groenten en fruit, vis- en vleesproducten. Vooral asperges, avocado, en walnoten zijn rijk aan glutathion. De glutathionconcentraties kunnen tussen verschillende voedingsmiddelen sterk verschillen. In normale omstandigheden wordt glutathion naar behoefte door het lichaam geproduceerd. Bij stijgende leeftijd en bij grotere oxidatieve belasting (waaronder EMV’s) kan de eigen productie tekortschieten.

Verhoogde oxidatieve stress en een tekortschietend glutathionsysteem speelt een rol bij verschillende neurologische aandoeningen, zoals neurodegeneratieve aandoeningen als ALS (Amyotrofe Laterale Sclerose). Glutathion bepalingen zijn aan te bevelen om dieetaanpassingen met suppletie op maat te kunnen maken.

Dit gaat ook op voor diverse mineralen waaronder selenium. Selenium (49) verlaagt de oxidatieve stress, beïnvloed positief de functie van de mitochondriën (depolarisatie van mitochondriën door EMV) en zelfs apoptose in borstkankercellen, veroorzaakt door mobiele telefoon (900 MHz).

Voedingsbronnen van selenium zijn o.a. : mosselen, kreeft, garnalen, knoflook, uien, broccoli, tarwekiemen, paranoten en paddenstoelen. Marijke de Waal Malefijt

 

Voedings- en laboratorium zelftesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Wij werken samen met de grote Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle hierbovengenoemde Medivere testen bekijken en zelf bestellen.

Literatuur en links:

Baanbrekend onderzoek Amerikaanse overheid bevestigt kankerrisico door gsm
Een nieuwe studie van de Amerikaanse overheid zal een grote impact hebben op het reeds lang bestaande debat over de link tussen gsm-straling en kanker.
Op 26 mei 2016 werden de resultaten vrijgegeven van een grootschalige studie uitgevoerd binnen het ‘National Toxicology Program’ (NTP), een gerenommeerd onderzoeksinstituut verbonden aan het Amerikaanse ministerie van gezondheid. De studie is één van meest diepgaande die tot op heden plaatsvond.
http://ntp.niehs.nih.gov/results/areas/cellphones/index.html

De onderzoekers zien hierin een grote reden tot bezorgdheid, omdat ze de resultaten bevestigen van eerdere studies (op cellen, proefdieren en epidemiologische onderzoeken bij mensen) die erop wijzen dat gsm-straling inderdaad deze specifieke types van tumoren lijkt te bevorderen.
Bron: http://www.beperkdestraling.org/1215-baanbrekend-onderzoek-amerikaanse-overheid-bevestigt-kankerrisico-door-gsm-2

1. Lipsky, PE.; Diamond, B. Autoimmunity and autoimmune diseases. In: Kasper LK, Fauci AS, Longo DL, et al., editors. Harrison’s Principles of Internal Medicine. 16th ed. Mc-Craw-Hill. Med. Pub. Division; New York: 2005. pp. 1956–1960.

2. Davidson A, Diamond B. Autoimmune diseases. N Engl J Med. 2001;345(5):340–345.

3. Calcagni E, Elenkov I. Stress system activity, innate and T helper cytokines, and susceptibility to immune-related diseases. Ann N Y Acad Sci. 2006;1069:62–76.

4. Datta SK, Zhang L, Xu L. T-helper cell intrinsic defects in lupus that break peripheral tolerance to nuclear autoantigens. Mol Med. 2005;83:267–278.

5. Abbas AK, Lohr J, Knoechel B. Balancing autoaggressive and protective T cell responses. J Autoimmun. 2007;28:59–61.

6. Wan YY, Flavell RA. TGF-beta and regulatory T cell in immunity and autoimmunity. J Clin Immunol. 2008;28:647–659.

7. Peng H, Wang W, Zhou M, et al. Role of interleukin-10 and interleukin-10 receptor in systemic lupus erythematosus. Clin Rheumatol. 2013;32(9):1255–1266.

8. Costa- Reis P, Sullivan KE. Genetics and epigenetics of systemic lupus erythematosus. Curr Rheumatol Rep. 2013;15(9):369.

9. Crispín JC, Hedrich CM, Tsokos GC. Gene-function studies in systemic lupus erythematosus. Nat Rev Rheumatol. 2013;9:476–484.

10. Hahn, BT. Systemic Lupus Erithematosus. In: Kasper LK, Fauci AS, Longo DL, et al., editors. Harrison’s Principles of Internal Medicine. 16th ed. McCraw-Hill. Med. Pub. Division; New York: 2005. pp. 1960–1966.

11. Putterman, C.; Caricchio, R.; Davidson, A.; Perlman, H. Systemic lupus erythematosus. 2012. Available from: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3459357/.

12. Grigoreiev OA, Bicheldei EP, Merkulow AV. Anthtopogenic EMF effects the condition and function of natural ecosystem. Radiats Biol Radioecol. 2003;43:544–551.

13. Boscolo P, Di Gioacchino M, Di Giampaolo L, et al. Combined effects of electromagnetic fields on immune and nervous systems. Int J Immunopathol Pharmacol. 2006;2(s2):59–65.

14. Conti P, Gigante GE, Alesse E, et al. Reduced mitogenic stimulation on human lymphocytes by extremely low frequency electromagnetic fields. FEBS Letters. 1983;162:156–160.

15. Conti P, Gigante GE, Cifone MG, et al. Mitogen dose-dependent effect of weak pulsed electromagnetic field on lymphocyte blastogenesis. FEBS Lett. 1986;199:130–134.

16. Roman A, Zyss T, Napela I. Magnetic field inhibits isolated lymphocytes’ proliferative response to mitogen stimulation. Bioelectromagnetics. 2005;26:201–206.

17. Conti P, Reale M, Grilli A, et al. Effect of electromagnetic fields on several CD markers and transcription and expression of CD4. Immunobniology. 1999;201:36–48.

18. Jankovic BD, Maric D, Ranin J, Veljic J. Magnetic fields, brain and immunity: effect on humoral and cell-mediated responses. Int J Neurosci. 1991;59:25–43.

19. Bonhomme-Faivre L, Marion S, Forestier F, et al. Effects of electromagnetic fields on the immune systems of occupationally exposed humans and mice. Arch Environ Health. 2003;58:712–717.

20. House RV, McCormick DL. Modulation of natural killer cell function after exposure to 60 Hz magnetic fields: confirmation of the effect in mature B6C3F1 mice. Radiat Res. 2000;153:722–724.

21. Grigoriev YG, Grigoriev OA, Ivanov AA, et al. Confirmation studies of Soviet research on immunological effects of microvwaves: Russian immunology results. Bioelectromagnetics. 2010;31:589–602.

22. Werthimer N, Leeper E. Electrical wiring configurations and childhood leukemia. Am J Epidemiol. 1979;109:273–284.

23. Linet MS, Hatch EE, Kleinerman RA, Robinson LL, et al. Residential exposure to magnetic fields and acute lymphoblastic leukemia in children. N Engl J Med. 1997;337:1–7.

24. Knave, B. Electromagnetic fields and health outcomes. 26th Int. Cong. Occup. Health; Singapore. 27th August, 1st September 2000; pp. 7.7–8.4. key-note addresses n 9.

25. IARC monographs on the Evaluation of Carcinogenic Risks of Humans. Statics and extremely low-frequency electric and magnetic fields. (vol. 80) 19–26 June 2001.

26. Michelozzi P, Capon A, Kirchmayer U, et al. Adult and chidhood leukemia mortality near a high power radio station in Rome, Italy. American J Epidemiol. 2002;155:1096–1103.

27. Hardell L, Carlberg M, Hansson MK. Use of mobile phones is associated with increased risk of glioma and acoustic neurinoma. Pathophysiology. 2013;20:85–110.

28. Reichard SM, Allison JD, Figueroa R, et al. Leukocite trafficking in response to magnetic resonance imaging. Experientia. 1996;52:51–54.

29. Bergier L, Lisiewicz J, Moszczynski P, et al. Effect of electromagnetic radiation on T-lymphocyte subpopulations and immnunoglobulin level in human blood serum after occupational exposure. Med Prev. 1990;41:211–214.

30. Ichinose TY, Burch JB, CW, Noonan MG, et al. Immune markers and ornithine decarboxylase activity among electric utility workers. J Occup Environ Med. 2004;46:104–112.

31.Levallois P, Dumont M, Touitou Y, et al. Effects of electric and magnetic fields from high power lines on female urinary excretion of 6-Sulfatoximelatonin. Am J Epidemiol. 2001;154:601–609.
32. Boscolo P, Di Sciascio MB, D’Ostilio S, et al. Effects of electromagnetic fields produced by radiotelevision broadcasting stations on the immune system of women. Sci Total Environ. 2001;273:1–10.

33. Boscolo P, Di Giampaolo L, Di Donato A, et al. The immune response of women with prolonged exposure to electromagnetic fields produced by radiotelevision broadcasting stations. Int J Immunopathol Pharmacol. 2006;19(4):43–48.

34. Boscolo P, Youinou P, Theoharides, et al. Environmental and occupational stress and autoimmunity. Autoimmun Rev. 2008;7:340–343.

35. Stojanovich L, Marisavljevich D. Stress as a trigger of autoimmune disease. Autoimmun Rev. 2008;7:209–213.

36. Cooper GS, Parks CG, Treadwell S, et al. Occupational risk factors for the development of systemic lupus erythematosus. J Reumathol. 2004;31:1928–1933.

37. Szemerszky R, Zelena D, Barna I, Bàrdos G. Stress related endocrinological and psychopathological effects of short- and long term 50Hz electromagnetic field exposure in rats. Brain Res Bull. 2010;81(1):92–99.

38. Carrillo Vico A, Guerrero JM, Lardone PJ, Reiter RJ. A review of the multiple actions of melatonin on the immune system. Endocrine. 2005;27:189–200.

39. Bergamaschi A, Magrini A, Ales AG, et al. Are thyroid dysfunctions related to stress or microwave exposure (900 Hz)? Int J Immunopathol Pharmacol. 2006;17(2):31–36.

40. Polajnar A, Herzog NV, Buchmeister B, Jevsnik S. Strains and stresses of workers caused by exposure to noise. Coll Antropol. 2012;36:899–999.

41. Del Signore A, Boscolo P, Kouri S, et al. Combined effects of traffic and electromagnetic fields on the immune system of fertile atopic women. Ind Health. 38:294–300. 200.
http://journal.preventionandresearch.com/materiale_cic/766_3_2/6599_electroma/article.htm
2014 February; 3(2): 79–83. ISSN: 2240-2594

Published online 2014 July 15.
Electromagnetic fields and autoimmune diseases
Paolo Boscolo,1 Raffaele Iovene,2 and Gabriele Paiardini2
1Professor of Occupational Medicine
2INAIL- Settore Ricerca, Certificazione e Verifica, Dipartimento Territoriale di Pescara per la Regione Abruzzo
Corresponding author: Paolo Boscolo, Professor of Occupational Medicine, E-mail: boscolopaol@virgilio.it
42. Dringen R, Hirrlinger J. Glutathione pathways in the brain. Biol Chem. 2003 Apr;384(4):505-16.

43. Dringen R. Metabolism and functions of glutathione in brain. Prog Neurobiol. 2000 Dec;62(6):649-71.

44. Droge W, Breitkreutz R. Glutathione and immune function. Proc Nutr Soc. 2000 Nov;59(4):595-600.

45. Schulz JB, Lindenau J, Seyfried J, Dichgans J. Glutathione, oxidative stress and neurodegeneration. Eur J Biochem. 2000 Aug;267(16):4904-11.

46. Townsend DM, Tew KD, Tapiero H. The importance of glutathione in human disease. Biomed Pharmacother. 2003 May-Jun;57(3-4):145-55.

47. Valencia E, Hardy G. Practicalities of glutathione supplementation in nutritional support. Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2002 May;5(3):321-6.

48. Valko M, Leibfritz D, Moncol J, Cronin MTD, Mazur M, Telser J. Free radicals and antioxidants in normal physiological functions and human disease. International Journal of Biochemistry and Cell Biology. 2007;39(1):44–84. [PubMed]

49. http://www.stopumts.nl/doc.php/Onderzoeken/8461/selenium_reduces_mobile_phone_%28900_mhz%29-induced_oxidative_stress; Bron: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24965080 (27 juni 2014)
Biol Trace Elem Res. 2014 Jun 27. (Epub ahead of print)

Site ‘stralingsarmvlaanderen’; http://stralingsarmvlaanderen.org/

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen