skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Vetcellen worden groter door kopertekort

Wanneer vetcellen (adipocyten) te weinig koper krijgen, worden ze tweemaal zo groot. Onderzoekers van John Hopkins Medicine hebben dit waargenomen in experimenten met vetcellen. Een kopertekort zorgt ervoor dat vetcellen alleen vetten en geen glucose meer opnemen. De oorzaak ligt bij een enzym dat koper als cofactor nodig heeft.

Dit enzym is uniek voor vetcellen en heet semicarbazide-sensitief amineoxidase (SSAO). SSAO fungeert als schakelaar tussen suikerabsorptie en vetabsorptie, tijdens de ontwikkeling van een vetcel. Koper is als cofactor nodig en zonder dit mineraal verliest SSAO zijn werking. De vetcel zal enkel vetten absorberen en langer blijven groeien. Inactivatie van SSAO maakt vetcellen ook immuunreactiever (1).

Koper een essentieel mineraal

Voor de mens is koper een essentiële voedingsstof met vele functies. Voor de cellulaire energieproductie is het mineraal als cofactor van diverse co-enzymen en metalloproteïnen van belang, naast antioxidantverdediging (koper/zink superoxidedismutase), bloedopbouw (hemoglobinesynthese) en synthese van melanine (huid- en haarpigment).

Het is betrokken bij de controle van ontstekingen en allergieën, synthese en crosslinking van collageen en elastine (belangrijk voor de stevigheid en elasticiteit van bindweefsel, onder meer in longen, bloedvaten en huid), ijzerstofwisseling, groei en ontwikkeling, nieuwvorming van bloedvaten en synthese en metabolisme van hormonen en neurotransmitters. Een goede koperstatus bevorderd het mentale en psychische welzijn (2).

Behoefte en dosering van koper

Er wordt verondersteld dat kopertekort zeldzaam is, maar een precieze koperbehoefte is nog niet vastgesteld. Gemiddeld bevat het menselijk lichaam circa 80-120 mg koper, waarvan het meeste in de lever is opgeslagen. Ernstig kopertekort komt zelden voor, maar een niet-optimale, verlaagde koperstatus komt vermoedelijk wel geregeld voor.

Dit kan het gevolg zijn van een lage koperinname uit voeding en/of door langdurige inname van bepaalde medicijnen of zinksupplementen zonder koper. Mineralen deficiënties kunnen snel optreden als gevolg van stress, milieuvervuiling, medicijngebruik, sport en een westers voedingspatroon met veel gemaksvoedsel en bij verteringsstoornissen. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen (22-50 jaar) is door de Gezondheidsraad vastgesteld op 1,5 – 3,5 mg en stelt de maximale veilige dosis voor volwassenen op 5 milligram koper/dag.

Vele ziekten gaan gepaard met koperdisbalansen, zoals toename van koper in serum en ernstige daling van koper in bepaalde weefsels zoals de hersenen. Een verlaagde koperstatus kan een rol spelen bij het ontstaan en voortduren van uiteenlopende aandoeningen, waaronder bloedarmoede, osteoporose, reumatoïde artritis, osteoartritis, atherosclerose, aneurysma, hartritmestoornissen, ulcus pepticum, decubitus, verhoogd cholesterol, bloedsuikerschommelingen, polyneuropathie en vitiligo. Controle van de koperstatus (serumkoperspiegel) kan zinvol zijn (1,2,3).

Meten is weten

Een kopertekort is onwenselijk, maar een teveel aan koper eveneens. Koperstapeling is geassocieerd met een verhoogde kans op cognitieve achteruitgang en de ziekte van Alzheimer. Daarom doen ouderen er goed aan voorzichtig te zijn met kopersuppletie (mits een geconstateerd kopertekort) en bij gebruik van een multivitamine preparaat, te kiezen voor een multi zonder koper (en ijzer).

Veel gevallen van vermeende bloedarmoede door ijzertekort, is eigenlijk te wijten aan koper deficiëntie. Koper is net als ijzer betrokken bij de vorming van hemoglobine. Wees daarom bedacht op een laag kopergehalte bij bloedarmoede, wat met extra ijzer niet wordt opgelost. Een koper deficiëntie uit zich precies zoals ijzertekort, en zo is het lastig het verschil te herkennen, tenzij dit wordt gemeten.

Laat daarom uw koperstatus controleren via de huisarts of bestel een koper-zelftest. (2,3,4)

Koperrijke voeding

Koper zit in verschillende voedingsmiddelen en komt vooral voor in orgaanvlees, zeevis, schaal- en schelpdieren, groenten, fruit, vlees, granen, cacao, noten en zaden. Om uw koperstatus op te vijzelen kunt u met name de volgende koperrijke voedingsmiddelen eten. De hoeveelheid koper staat aangegeven in mg per 100 gram.noten

Oesters (7,93 mg), cashewnoten (3,7 mg), lever (2,5 mg), zonnebloempitten (2,3 mg), paranoot (1,76 mg), sesamzaad (1,5 mg), hazelnoot (1,3 mg), pistache (1,2 mg), pijnboompitten (1,2) en walnoot (1,2 mg).

Commentaar Natuurdiëtisten Nederland

Door moderne landbouwmethoden is in de laatste eeuw de hoeveelheid en verscheidenheid aan mineralen in groenten, fruit en granen drastisch gedaald. Een groeiende plant absorbeert zijn mineralen uit de bodem. Normaal gesproken worden deze mineralen door rotting van plantmateriaal op de bodem weer aangevuld. Helaas gebeurt dat onder de gebruikelijke teeltomstandigheden vrijwel niet en worden mineralen aangevuld door kunstmest. Kunstmest bevat echter slechts een beperkt spectrum aan mineralen (soms alleen stikstof, kalium en fosfor). Hierdoor raakt de delicate mineralenbalans in de bodem verstoord en op den duur uitputting van landbouwgrond.

Tijdens het raffinageproces van voedsel, gaan de mineralen voor een groot deel verloren. Ook via de bereiding van voedsel kunnen mineralen verloren gaat via het kookvocht. Zo wordt ons voedsel beroofd van een groot deel essentiële mineralen.

Uit diverse epidemiologische studies blijkt dat de Westerse mens te weinig mineralen binnenkrijgt. De gemiddelde Amerikaanse vrouw ouder dan 20 jaar krijgt bijvoorbeeld maar 50-75% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden magnesium, zink en met name calcium binnen. Mannen boven de 50 jaar krijgen zelfs maar 60% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid mineralen binnen.

Mineralen werken in combinatie met elkaar, maar ze kunnen elkaar ook tegenwerken. Mineralen gaan onderlinge competitie met elkaar aan voor absorptie. Een teveel aan zink kan bijvoorbeeld koper tekort veroorzaken of een overmaat aan calcium, kan de magnesiumabsorptie remmen.
Daarom is het van belang dat suppletie van mineralen adequaat gebeurt en dat een multi-mineralenformule evenwichtig is samengesteld.

maaike soetermans

 

 

 

Maaike Soetermans, Natuurdietist

Literatuur:

1. Yang H, Ralle M, Wolfgang MJ et al. Copper-dependent amino oxidase 3 governs selection of metabolic fuels in adipocytes. PLoS Biol. 2018 Sep 10;16(9):e2006519
2. https://www.orthokennis.nl/nutrienten/koper
3. http://www.naturafoundation.nl/monografie/Mineralen_algemeen.html
4 https://bloedwaardentest.nl/koper

Indicaties:

– bij personen met overgewicht
– bij personen met „appelvormige“ vetverdeling
– bij diabetici
– bij „dieetresistent“ buikvet
– ter ondersteuning van dieetmaatregelen

Viscera urinetest

Viscera urinetestVerkoopprijs (incl. BTW): € 120,70
Koop deze test hier
Laboratoriumanalyse van 11ß-hydroxy-steroïddehydrogenase index (11ß-HSD-Index). Ter beoordeling van een verhoogd risico op viscerale vetafzetting (androïde vetverdeling =„appeltype“)

Hormonen spelen niet alleen een rol bij de opslag van vet, maar zijn ook cruciaal bij de vetverdeling. Teveel cortisol – bijv. bij chronische stress – maakt niet alleen dik, maar stimuleert vooral de vorming van het gevaarlijke viscerale (interne) buikvet, waarvan de cellen, dankzij het grote aantal receptoren bijzonder goed in staat zijn om cortisol te binden. Het 11ß-HSD-1 enzym vormt daarbij een sleutel in de cortisolstofwisseling, omdat dit enzym het inactieve cortisol omzet in het metabool actieve cortisol. Een verhoogde activiteit van het 11 BETA-HSD-1 enzym verhoogt daarmee gelijktijdig de cortisolniveaus en dientengevolge de vetopslag.

Een vicieuze cirkel, die het ontstaan van het metabool syndroom, een combinatie van overgewicht, hoge bloeddruk en diabetes mellitus, verklaart.

Deze eenvoudige urinetest geeft aan of hoge cortisolniveaus, op basis van een verhoogde activiteit van het 11 BETA-HSD-1 enzym, de viscerale vetopslag bevorderen.