skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Een tekenbeet: beter voorkomen dan genezen

In 2009 liepen naar schatting ruim 1 miljoen mensen in Nederland een tekenbeet op. Een teek kan drager zijn van verschillende ziekteverwerkers, zoals bartonella, babesia, ehrlichia, ricketsia, Tick Bite Encephalitis-virus (TBE) en de borrelia-bacterie, de veroorzaker van de ziekte van Lyme. Circa 1 op de 5 teken in Nederland is besmet met één of meer van deze ziekteverwekkers.

Zo kan een beet van een besmette teek op korte en lange termijn ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. In dit artikel leest u meer over waar en wanneer u teken in Nederland kunt verwachten en wat u kunt doen om een tekenbeet te voorkomen. Daarnaast volgen er nog een aantal voedingstips.

Van ei tot volwassen teek

Teken zijn geleedpotigen en lijken op kleine platte spinnetjes. Ze behoren dan ook tot de familie van de spinachtigen. Teken ondergaan vier levensstadia: ei, larve, nimf (jonge teek) en volwassen teek.
Larve, nimf en volwassen teek voeden zich met bloed van knaagdieren, vogels, reptielen en zoogdieren. Het ei-stadium is passief en voedt zich niet.

De larven voeden zich vooral met het bloed van kleine knaagdieren, zoals muizen. Daarna vervellen ze tot jonge teken, de nimfen. De nimfen voeden zich met het bloed van vogels en zoogdieren, waaronder de mens. Volwassen teken hebben de voorkeur voor bloed van grote grazers, zoals herten, schapen, paarden, koeien en mensen.

De meeste gezondheidsrisico’s voor huisdier, vee en mens zijn daarom te verwachten van de nimfen en volwassen teken. De nimf is het stadium van de teek waardoor mensen het vaakst gebeten worden. Deze nimfen zijn slechts 1 tot 1 ½ mm groot. Dat maakt dat een beet door een nimf vaak niet wordt opgemerkt.

Lente en zomer: tekentijd

Teken kunnen het hele jaar door actief zijn als de temperatuur maar hoog genoeg is.
In de praktijk worden teken het meest actief vanaf maart tot en met september. Op de website www.tekenradar.nl van het RIVM is op de dagelijkse Tekenverwachting te zien wat de verwachte activiteit van de nimfen is op verschillende plekken in Nederland.

De verwachting is gebaseerd op maandelijkse tekenvangsten van groepen vrijwilligers sinds 2006 in het kader van het Natuurkalender programma (www.natuurkalender.nl) op 15 vaste locaties in Nederland. Hieruit blijkt, dat de tekendichtheid en ook het percentage met de Borrelia bacterie besmette teken lokaal sterk kunnen verschillen.

Op de tekenradar staat een tiendaagse Tekenverwachting weergegeven. Deze wordt gebaseerd op de waargenomen weersomstandigheden, de meerdaagse weersverwachtingen en het moment van het jaar. Vanaf mei tot eind van de zomer is de verwachte tekenactiviteit in heel het land continu hoog. Dan geeft de radar weinig tot geen variatie weer.

Bos, gras en muizen

Teken houden zich vooral schuil op plekken waar er genoeg voedsel (bloed) voor larven, nimfen en volwassen teken beschikbaar is. Teken worden vaak aangetroffen in gemengd loofbos met ondergroei van varens en bosbes en dennenbossen met een dichte begroeiing van hoog gras. In deze gebieden komen veel kleine knaagdieren, zoals de woelmuis, spitsmuis en bosmuis voor.

Deze muizen zijn een geliefde voedselbron voor de larven van de teek. De larven ontwikkelen zich tot nimfen en volwassen teken, die zich vervolgens tegoed doen aan het bloed van vee, huisdieren en mensen.

Teken komen weinig voor in open terreinen, zoals weilanden, uiterwaarden en heidevelden.
Vreemd genoeg komt uit onderzoek van De Natuurkalender naar voren, dat ongeveer een derde van alle tekenbeten wordt opgelopen in de tuin. Het is nog niet bekend wat de eigenschappen van deze tuinen zijn. De tuinen liggen vooral in bosrijk gebied, maar ook van midden in de stad worden tekenbeten gemeld.

De larven, nimfen en teken bevinden zich in het gras of struiken van bodem tot een maximale hoogte van 90 cm gemeten vanaf de grond. Hongerige teken klimmen langs stengels van grassen, planten en struiken omhoog en wachten op het moment totdat ze kunnen overstappen op een geschikte gastheer. In tegenstelling tot wat veel mensen denken kunnen teken niet springen en zich niet uit een boom laten vallen.

Voorkeur voor warme plekjes

Eenmaal op de gastheer loopt de teek naar een geschikt plekje toe om zicht vast te bijten en bloed te zuigen. Bij nimfen zijn oren, staart of nek favoriet. Volwassen teken kunnen zich overal op het lichaam vastbijten, maar hebben een voorkeur voor warme plekjes, zoals knieholtes, bilspleet, achter de oren, oksels, liezen en de haargrens.

In Nederland is gemiddeld 1 op de 5 teken besmet met de borreliabacterie, die de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Er zijn grote verschillen in de besmettingsgraad gevonden: op de ene plaats is de helft van de teken besmet, op andere plaatsen bijna geen. Het is nog onduidelijk waar deze variatie door wordt bepaald.

Het aantal hangt waarschijnlijk af van het gebied, de begroeiing, het aantal besmette knaagdieren en de tekendichtheid. Er zijn geen cijfers bekend van de besmetting van teken met andere ziekteverwerkers, zoals bartonella, babesia, ehrlichia en ricketsia.

Voorkomen is beter dan genezen

Het voorkomen van een tekenbeet is beter dan het behandelen van de gevolgen van een beet. De onderstaande tips helpen de kans op een beet verkleinen:

  1. Draag beschermende kleding in tekenrijk gebied.
    Draag dichte schoenen, lange mouwen en een lange broek.
    Doe uw broekspijpen in uw sokken.
    Draag een pet of hoed.
    Kies bij voorkeur voor lichte kleding, zodat u de eventueel over uw kleding heen lopende teken makkelijk ziet.
  2. Blijf in tekenrijk gebied zoveel mogelijk op de paden.Vermijd dichte begroeiing, hoog gras en struikgewas.
  3. Bescherm in tekenrijk gebied uw onbedekte huid met insectenwerende middelen.
    Hiervoor wordt door het RIVM een insectenwerend middel met minimaal 30% DEET (dienthyltoluamide) geadviseerd. Dit middel blijft circa 6 uur actief.Er is echter discussie over de veiligheid van DEET. Onderzoek met proefdieren heeft laten zien, dat DEET bij dieren huid-, neurologische en gedragsmatige klachten kan veroorzaken. Proefdieren dieren die werden blootgesteld aan DEET ontwikkelden huidklachten (roodheid, irritatie, dermatitis) en/of neurologische en gedragsmatige klachten. Het meest voorkomend waren coördinatiestoornissen (ataxie), verminderde motorische activiteit, rusteloosheid, epileptische aanvallen, encephalopathie, ademhalingsproblemen en zelfs de dood.Bij de Agency for Toxic Substances and Disease Registry (ATSDR) van de Amerikaanse overheid zijn diverse meldingen binnen gekomen van mensen die na gebruik van DEET klachten ontwikkelden. De klachten varieerden van milde huidreacties tot hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, coördinatieproblemen, hallucinaties, gedragsveranderingen en encefalopathie (beschadiging van de hersenen).Er zijn plantaardige insectenwerende middelen verkrijgbaar die veilig zijn voor volwassenen en kinderen, zoals middelen op basis van de etherische olie van tea-tree, citronella, eucalyptus en pepermunt. Gebruik deze middelen zorgvuldig en volgens de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Opname van deze oliën via de mond kan namelijk klachten veroorzaken. Er zijn tot op heden (nog) geen onderzoeken bekend die de tekenwerende effecten van deze oliën kunnen bevestigen.Ook wordt wel aangeraden om dagelijks een teentje verse knoflook te eten om zo een tekenbeet te voorkomen. Nader onderzoek moet uitwijzen of knoflook effectief is voor het weren van teken. Schadelijk is het in ieder geval niet en knoflook is boven rijk aan tal van gezondheidsondersteunende stoffen.
  4. Spray voordat u tekenrijk gebied in gaat uw kleding in met insectenwerende middelen.
    Zie voor de kanttekeningen over het gebruik van DEET en plantaardige insectenwerende middelen hierboven.
  5. Controleer na elke activiteit in een tekenrijk gebied uw lichaam direct op teken.
    Controleer vooral de voorkeursplekjes van teken: liezen, knieholtes, oksels, bilspleet, haargrens, randen van uw ondergoed en achter de oren.
  6. Controleer ook uw kleding.
    U kunt kleding met eventuele teken minimaal 30 minuten op 60 graden wassen of na het wassen in de droger stoppen om de teken te doden. Er zijn echter anekdotische verhalen, dat sommige teken deze was- en droogbeurt kunnen overleven. Dus blijft u alert wanneer u deze maatregel toepast.

Een tekenbeet: wat nu?

Bent u gebeten door een teek, dan is het zaak de teek zo snel mogelijk te verwijderen. Hoe korter de teek vast gebeten zit, hoe kleiner de kans op een besmetting. Op basis van de huidige gegevens wordt de kans op de ziekte van Lyme na een tekenbeet geschat op 1-3%.

Als de teek binnen 6 uur op een goede manier wordt verwijderd is de kans op het ontwikkelen van de ziekte van Lyme klein, maar niet onmogelijk. Overigens leidt een besmetting lang niet altijd tot de ziekte van Lyme. Wel is het zo, dat hoe korter de aanzuigtijd van de teek is hoe kleiner het infectierisico is. Zo is het infectierisico van een besmette teek bij een aanzuigtijd van 6 uur rond de 20% en bij 24 uur rond de 80%.

In dit artikel wordt vooral gesproken over de risico’s en behandeling van een infectie door de borrelia-bacterie. Hier zijn de meeste gegevens van bekend. Er is helaas weinig bekend over het voorkomen en het risico op andere door teken overgebrachte ziektes.

Verwijderen van een teek

Wat moet u doen wanneer u bent gebeten door een teken?

  1. Haal de teek zo snel mogelijk weg. Hoe korter de teek op uw huid zit, hoe kleiner de kans dat hij een ziekteverwekker overdraagt.
  2. Gebruik geen alcohol, jodium, zeep, olie of andere middelen voordat u de teek verwijdert.
  3. Gebruik een puntige pincet of een speciale tekentang.
    Pak de teek zo dicht mogelijk bij de huid goed bij de kop vast en trek hem er langzaam uit.
  4. Ontsmet het wondje daarna met 70% alcohol, jodium of colloïdaal zilver.
  5. Bewaar de teek in een afgesloten potje, zodat hij niet weg kan lopen.
  6. Wilt u mee doen met het tekenonderzoek van de RIVM, meldt u dan aan op de website www.tekenradar.nl. Het RIVM kan u dan vragen de teek naar hen op te sturen voor nader onderzoek.
  7. Wilt u de teek laten onderzoeken op de aanwezigheid van de borrelia-bacterie, neemt u dan contact op met het laboratorium Pro Health in Weert.
    U kunt bij dit laboratorium een speciaal aanvraagformulier aanvragen om de teek verder te laten onderzoeken. U stuurt de teek in een goed afgesloten plastic boterhamzakje samen met het aanvraagformulier op naar het laboratorium. Binnen 2-4 weken ontvangt u de uitslag. De kosten van dit onderzoek worden niet vergoed door uw zorgverzekeraar.

Snelle actie bij infectie

Wanneer een tekenbeet tot een (borrelia-)infectie heeft geleid, is het zaak zo snel mogelijk de infectie te behandelen. Wanneer de juiste behandeling binnen 4 weken na de tekenbeet wordt gestart is de kans op genezing groot. 90% Van de mensen met een borrelia-infectie geneest dan volledig.

Wanneer de infectie niet wordt opgemerkt of de behandeling niet effectief is of niet tijdig wordt gestart, kan een acute infectie overgaan in een chronische lyme-infectie. Er wordt geschat dat dit in 70% van de gevallen gebeurt. Een chronische lyme-infectie is heel erg moeilijk te behandelen. Het is daarom van het grootste belang om een infectie op tijd te signaleren en de juiste behandeling te krijgen.

Lyme-signalen

Na de infectie kunnen er binnen enkele dagen, maar ook na weken of maanden en zelfs enkele jaren klachten ontstaan. Signalen die kunnen wijzen op een borrelia-infectie zijn:

  1. Rode vlek op de plaats waar de teek heeft gebeten (Erythema Migrans)
  2. Opzwelling van het oor of de tepel (lymfozytoom)
  3. Koorts
  4. Zenuwaandoeningen, zoals zenuwpijn, zenuwuitval/verlamming, krachtvermindering aan armen en/of benen
  5. Vermoeidheid
  6. Hoofdpijn, nekpijn
  7. Spierpijn
  8. Gewrichtspijn, vooral in armen en benen
  9. Hartritmestoornissen
  10. Slaapstoornissen
  11. Maag- en darmklachten

Het meest voorkomende signaal van de ziekte van Lyme is het ontstaan van een rode vlek rondom de beet, de erythema migrans. Deze vlek kan verschillende vormen hebben: ringvormig, rond, onregelmatig gevormd en vlekkerig.

In 50% van de gevallen verschijnt bij een besmetting deze rode vlek, meestal enkele dagen tot 2 weken na de beet. Maar dat kan pas ook na 3 maanden zijn, dus houdt u de beetplek enkele maanden goed in de gaten.

In de helft van de besmettingsgevallen ontstaat er géén rode vlek. Het is daarom belangrijk ook de andere signalen van een infectie goed in de gaten te houden.

Tests

Er zijn diverse tests beschikbaar om een besmetting met de borrelia-bacterie vast te stellen. De tests die antistoffen tegen de borrelia-bacterie aantonen, zijn pas bruikbaar vanaf ongeveer 3 weken na de tekenbeet. Een negatieve antistoffen-test sluit een borrelia-infectie niet uit. Het blijkt namelijk, dat in ongeveer 40% van de gevallen er geen antistoffen worden aangemaakt, terwijl er wel sprake is van een infectie!

Daarnaast is het mogelijk d.m.v. een PCR-onderzoek DNA-fragmenten van de borrelia-bacterie aan te tonen in urine, bloed of liquor (ruggenmergvloeistof). Dit kan o.a. via het laboratorium Pro health in Weert. Deze test is bruikbaar vanaf de eerste dag na de tekenbeet. Ook hierbij geldt dat een negatieve test een borrelia-infectie niet uitsluit.

Voedingtips in het kort

Kies voor biologische voeding met grote porties verse groenten en fruit.
Kies uitsluitend voor volle graanproducten: zilvervliesrijst, gierst, quinoa, graanvlokken e.d.
Vermijd witte, geraffineerde granen en graanproducten, zoals witte rijst, witte pasta, witbrood e.d.

Vermijd zo veel mogelijk gebakken/gefrituurde/gebraden/gegrilde gerechten. Producten als gebraden/gebraden vlees en vis, jus, patat, chips, gebakken aardappels, gesmolten kaas vallen vaak zwaar, omdat door verhitting de vetten minder gemakkelijk afbreekbaar zijn geworden.

Maak daarom de warme maaltijd zo veel mogelijk d.m.v. stoven/smoren/sudderen /stomen of bereid in de oven en gebruik hier uitsluitend milde olijfolie, roomboter of kokosolie voor. Doe dan later een scheutje koudgeperste omega 3-6-9 olie (maximaal ½ eetlepel per maaltijd) over de maaltijd.

Kies voor eiwitrijke producten voor een betere leverontgifting om uw lichaam te ontdoen van neurotoxinen van de borrelia. Dit zijn kip, kalkoen, roerei, zacht gekookt ei, cottage cheese, tofu, tempeh en goed gaar gekookte bonen en wissel de diverse soorten goed met elkaar af.

Gebruik royaal producten die rijk zijn aan oplosbare vezels. Oplosbare vezels binden de neurotoxines van de borrelia in de darm, waardoor ze via de ontlasting het lichaam kunnen verlaten. Rijk aan oplosbare vezels zijn groenten, fruit, peulvruchten, haver(zemelen), gerst, psylliumvezels, zeegroenten, groene klei, chlorella, spirulina, tarwegras, gerstegras, kokosmeel, paddenstoelen.

De weerstand tegen de borrelia kan worden gestimuleerd door extra gebruik van voedingsmiddelen die rijk zijn aan vitamine A, D, zink, selenium en betaglucan.

  • Rijk aan vitamine A zijn volle zuivel, roomboter, vette vis, ei, biologische lever.
  • Rijk aan vitamine D zijn volle zuivel, roomboter, vette vis, ei en biologische lever en zonlicht (van juni t/m september 10-14 uur minimaal 15 minuten in de zon zitten zonder zonnebrand met ontbloot hoofd en handen).
  • Rijk aan zink zijn oesters, biologische lever, noten, zaden, gevogelte, vis, ei.
  • Rijk aan selenium zijn uien, knoflook, paranoten, zeevis, volle granen.
  • Rijk aan betaglucan zijn paddenstoelen (shiitake, maitake, reishi).

De lever speelt een belangrijke rol bij het afvoeren van ontstekingsbevorderende cytokines en neurotoxines die door de borrelia worden geproduceerd. Vooral de glutathionconjungatie wordt hierdoor extra belast en het verbruik van vertakte aminozuren (BCAA’s) verhoogd.

Vermijd producten die de lever belasten. Dit zijn vooral koffie, zwarte thee, chocolade, alcohol, kunstmatige toevoegingen en gebakken, gebraden en gefrituurde producten.

Gebruik veel leverondersteunende producten:

  • 1 eetlepel koudgeperste lijnzaadolie, hennepzaadolie of omega-3-6-9 oliemixen over de groenten gesprenkeld (niet in bakken), vette vis (haring, zalm, makreel, sardine, forel, meerval)
  • Groenten: bladgroenten, kiemgroenten, broccoli, Chinese kool, paksoi, wortel, pompoen, witlof, andijvie
  • Fruit: zwarte bessen, bosbessen, frambozen, bramen, aardbeien
  • Kruiden en specerijen: gember, knoflook, rozemarijn
  • Speciaal ondersteunend voor de glutathionconjungatie zijn asperges, ei, avocado, knoflook, uien, gevogelte, noten, zaden, algen en broccoli.
  • Rijk aan vertakte ketenaminozuren (leucine, isoleucine en valine) zijn wei-eiwitpoeder, magere kwark, hüttenkäse, vlees, vis, ei, peulvruchten, noten en zaden.

Gebruik dagelijks galstimulerende producten. De borrelia produceert neurotoxines in de vorm van lipoproteinen, vetoplosbare gifstoffen. Door de galvloed te stimuleren kunnen deze via de gal en daarna de ontlasting het lichaam verlaten. Galdrijvend zijn o.a. artisjok, biet, alle groene groenten, radijs, rettich, tuinkers, waterkers, ui, prei, bieslook, gember, geelwortel, tijm, oregano, rozemarijn, zwarte peper, paardenbloemthee.

Zorg voor een royale inname van magnesium. Borrelia is een magnesium-etende bacterie en verhoogt het magnesiumverbruik. Hierdoor ontstaat snel een magnesiumtekort. Dit kan klachten veroorzaken, zoals spierkramp, spierzwakte, vermoeidheid en hartkloppingen. Ook is het lichaam minder goed in staat de toxines via lever en nieren af te voeren. Eet daarom dagelijks magnesiumrijke producten, zoals groene groenten, koolsoorten, noten en zaden, volle granen, peulvruchten en kiemen.

Vermijd voedingsmiddelen waar u overgevoelig voor bent. Veel mensen met de ziekte van Lyme zijn door hun belaste immuunsysteem overgevoelig (geworden) voor diverse voedingsmiddelen, zoals gluten, melkproducten, ei, noten en zaden. Deze voedselovergevoeligheden versterken de ontstekingsreactie in het lichaam. Veelal gaat het hier om IgG gemedieerde voedselovergevoeligheden. Deze overgevoeligheden kunnen worden vast gesteld door een IgG voedselovergevoeligheidsonderzoek.

Vermijd ontstekingsbevorderende voeding, zoals alcohol, transvet (gehard vet) in bijvoorbeeld snacks, koek, gebak, luxe broodjes, rood vlees (vlees van koe, kalf, schaap, lam, varken), suiker, fructose en gezoete producten, cafeïnebevattende producten (koffie, zwarte thee, cola, energiedranken) en producten rijk aan omega-6 rijke oliesoorten: pinda’s, zonnebloemolie, maiskiemolie, sojaolie, dieetmargarine, dieetbakolie, mayonaise, slaatjes.

Meer kunt u lezen over weerstandverhogende voeding met accent op de lever in mijn boek Energieherstelplan (uitgeverij Schors 6e druk).

Gespecialiseerde artsen en natuurdiëtisten

Vermoedt u, dat u bent gebeten door een teek en herkent u één of meerdere van bovenstaande klachten, neemt u dan zo spoedig mogelijk contact op met een (natuur)arts gespecialiseerd in de behandeling van de ziekte van Lyme.

Deze kan u informeren over de reguliere en/of complementaire behandelmogelijkheden. Voor adressen van in de ziekte van Lyme gespecialiseerde natuurartsen, kijk op deze website.

Het Radboudumc heeft sinds enige jaren een polikliniek gespecialiseerd in Lymeziekte (NDN redactie; wij hoorden van een Lyme-patienten groep met 1300 leden dat veel leden ontevreden zijn over de begeleiding).
Specialisten en artsen kunnen voor advies over hun patiënt contact opnemen met het Lyme-artsenteam met internisten-infectiologen van het Radboudumc.

Daarnaast kan een in de ziekte van Lyme gespecialiseerde natuurdiëtist u verder begeleiden bij het versterken van uw lichaam met een natuurlijke voeding en voedingssupplementen. Hij of zij kan aangeven welke voeding en supplementen uw afweer, zenuwstelsel, ontgiftingsorganen en spijsvertering helpen versterken en ontstekingen veroorzaakt door de borreliabacterie helpen remmen.

Wanneer u een antibioticakuur nodig heeft, kan hij of zij u adviseren hoe u de bijwerkingen van de kuur kunt verminderen en uw darmflora op peil brengt en houdt.

Tanja Visser
Natuurdiëtist gespecialiseerd in de behandeling van de ziekte van Lyme.
www.dieetcare.nl

 

Voedings- en laboratorium zelftesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Wij werken samen met de grote Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle hierbovengenoemde Medivere testen bekijken en zelf bestellen.

Literatuur en links:

Medivere zelftesten

www.tekenradar.nl

www.tekenbeetziekten.nl

Wolf Dieter Storl, De ziekte van Lyme, Ankh Hermes 2012, ISBN 9789020206630

Dr. Walter Berghoff, Diagnosis of Lyme-Borreliose, Conference Integrative Medicine Approaches in Treatment of Lyme and Tick-Borne Illness, 10 april 2015, Hoofddorp.

Marijke de Waal Malefijt en Tanja Visser, Het Energie herstelplan (uitgeverij Schors 6e druk).

Gezondheidseffecten van DEET:

www.atsdr.cdc.gov/consultations/deet/health-effects.html

Abdel-Rahman A, Shetty AK, Abou-Donia MB. 2001. Subchronic dermal application of N,N-diethyl m-toluamide (DEET) and permethrin to adult rats, alone or in combination, causes diffuse neuronal cell death and cytoskeletal abnormalities in the cerebral cortex and the hippocampus, and Purkinje neuron loss in the cerebellum. Exp Neurol 172(1):153-71.

Amichai B, Lazarov A, Halevy S. 1994. Contact dermatitis from diethyltoluamide. Contact Dermatitis 30 (3):188.

Briassoulis G, Narlioglou M, Hatzis T. 2001. Toxic encephalopathy associated with use of DEET insect repellents: a case analysis of its toxicity in children. Human and Experimental Toxicology 20:8-14.
CDC. 1989. Epidemiological notes and reports seizures temporally associated with use of DEET insect repellent – New York and Connecticut. Morbidity and Mortality Weekly Report (MMWR): October 6, 1989/38(39):678-680.

Hampers L, Oker E, Leikin J. 1999. Topical use of DEET insect repellent as a cause of severe encephalopathy in a healthy adult male. J Toxicol Clin Toxicol 37 (5):665.

Harvey JG. 1987. Topical hazard evaluation of three DEET (diethyl methyl toluamide) products (N,N’-diethyl-m-toluamide). June-December 1986. Govt Reports Announcements & Index (GRA&I). US NTIS AD Rep. AD-A082, 131/4: 27 pp.

Osimitz TG, Murphy JV. 1997. Neurological effects associated with use of the insect repellent N,N-diethyl-m-toluamide (DEET). J Toxicol Clin Toxicol 35 (5): 435-441.

Reuveni H, Yagupsky P. 1982. Diethyltoluamide-containing insect repellent: adverse effects in worldwide use. Arch Dermatol 118:582-583.

Schoenig GP, Hartnagel RE Jr, Schardein JL, Vorhees CV. 1993. Neurotoxicity evaluation of N,N-diethyl-m-toluamide (DEET) in rats. Fundam Appl Toxicol 21 (3):355-365.

Snyder JW, Poe RO, Stubbins JF, Garrettson LK. 1986. Acute manic psychosis following the dermal application of N,N-diethyl-m-toluamide (DEET) in an adult. J Toxicol Clin Toxicol 24(5):429-439.

Veltri JC, Osimitz TG, Bradford DC, Page BC. 1994. Retrospective analysis of calls to poison control centers resulting from exposure to the insect repellent N,N-diethyl-M-toluamide (DEET) from1985-1989. J Toxicol Clin Toxicol 32 (1). 1-16.

Wingerchuck C. 1995. Toxicity due to N,N-diethyl-M-toluamide in insect repellents. Can Pharm J 128:26-28, 58.

Zadikoff CM. 1979. Toxic encephalopathy associated with use of insect repellent. J Pediatr 95(1):140-142.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen