'Het Glutengevaar' gaat over het baanbrekend onderzoek van de Amerikaanse neuroloog dr. David Pearlmutter naar de oorzaken van hersenaandoeningen en neurodegeneratieve kwalen zoals de ziekte van Alzheimer, ziekte van Parkinson, multiple sclerosis, depressie, epilepsie, autisme, hoofdpijn & migraine, depressiviteit, A.L.S., Gilles de la Tourette, bipolaire stoornis, schizofrenie, irreële angsten, ADHD en tal van andere neurologische aandoeningen.
Positieve gedachten over ouder worden remmen achteruitgang
Het gangbare beeld van ouder worden als een periode van onvermijdelijke en universele achteruitgang verdient herziening, zo bleek uit een studie met 11.000 deelnemers van 65 jaar en ouder. Het hebben van positieve opvattingen over ouder worden voorspelde de mate van fysieke en cognitieve verbetering. [1]
De wijdverbreide veronderstelling dat de latere levensfase een periode is van onvermijdelijke cognitieve en fysieke achteruitgang is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat ouderen die goed presteren als uitzonderingen worden beschouwd.
In het onderzoek werd vastgesteld dat 45,15% van de deelnemers van 65 jaar en ouder, die positieve gedachten hadden met betrekking tot ouder worden, een verbetering vertoonde in cognitieve en/of fysieke functies gedurende een periode van maximaal 12 jaar vanaf het begin van het onderzoek.
Hoe komt het dat verbetering vaak niet wordt gemeten?
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) World Health Organization. Integrated Care for Older People (ICOPE): Guidance for Person-Assessment and Pathways in Primary Care;
World Health Organization: Geneva, Switzerland, 2024. is de beste manier om cognitieve en fysieke capaciteiten op latere leeftijd te meten, deze domeinen te classificeren als domeinen die wel of geen achteruitgang vertonen. Daarbij laat het bijbehorende WHO-beoordelingsinstrument geen ruimte voor de mogelijkheid van verbetering op deze gebieden.
Ook bestaat in de ouderdomswetenschap de neiging om patronen van de gezondheidsuitkomsten van oudere deelnemers door de tijd heen te middelen, wat subgroepen die verbetering laten zien kan verhullen.
Daarnaast concentreren de meeste onderzoeken op het gebied van de vergrijzingsgezondheid zich op factoren die blijvend zijn (bijvoorbeeld genen), maar ook op negatief en op individueel niveau (bijvoorbeeld roken), terwijl de leeftijdsovertuigingen in het genoemde onderzoek aanpasbaar, positief en maatschappelijk gebaseerd zijn.
De rol van de omgeving
We internaliseren zowel positieve als negatieve opvattingen over ouder worden al op jonge leeftijd door allerlei culturele boodschappen vanuit de maatschappij, de media en van mensen om ons heen.
Hoewel ouderdom ook geassocieerd wordt met positieve eigenschappen, zoals wijsheid, warmte en waardigheid, worden ouderen toch vooral als kwetsbaar, incompetent en hulpbehoevend gezien.
Naarmate men ouder wordt, wordt men zich steeds meer bewust van de eigen ouderdom door signalen uit de omgeving. Daardoor verschuiven de opvattingen over leeftijd van alleen van toepassing zijnde op anderen naar ook van toepassing zijnde op zichzelf (zelf-stereotypering).
Zelf-stereotypering en self-fulfilling prophecies
Zelf-stereotypering versterkt het belang van de eigen opvattingen met betrekking tot ouder worden en kan leiden tot een verminderd zelfbeeld en lagere verwachtingen van de eigen mogelijkheden naarmate men ouder wordt.
Als je bijvoorbeeld waarde hecht aan de overtuiging dat ouderen minder kracht in hun handen hebben, ga je wellicht eerder een hulpmiddel aanschaffen om een potje groente open te krijgen. Daardoor gebruik je de spieren die nodig zijn om het potje zelf open te maken, minder of niet en krijg je dus daadwerkelijk minder kracht in je handen.
Het blijkt ook dat wanneer je opvattingen die in de samenleving bestaan internaliseert, zoals dat ouderen eenzaam zijn, je een verhoogde kans hebt om later zelf eenzaam te worden, omdat je gedrag gaat vertonen dat eenzaamheid bevordert, zoals je terugtrekken uit het maatschappelijke leven. Zo wordt het een self-fullfilling prophecy.
Subjectieve leeftijd
Onder subjectieve leeftijd (SA) wordt verstaan hoe oud of jong mensen zichzelf ervaren in verhouding tot hun chronologische leeftijd (het aantal jaren dat sinds je geboorte is verstreken).
Uit de resultaten van meer dan 100 onderzoeken [2] bleek dat de subjectieve leeftijd echt van invloed is op iemands gezondheid op latere leeftijd. Deelnemers die positievere opvattingen over ouder worden hadden ontwikkeld, vertoonden vaker verbetering in zowel cognitieve als fysieke functies.
De houding ten opzichte van het ouder worden blijkt daarmee een van de sterkste voorspellers van de kwaliteit van leven. Hoe negatiever die houding, hoe lager de kwaliteit van leven.
Je SA verandert gedurende je levensloop. Gemiddeld genomen, schatten jongere mensen tot ongeveer 25 jaar zichzelf iets ouder in dan hun werkelijke leeftijd. Vanaf die leeftijd beschouwt men zichzelf jonger dan dat men werkelijk is. Dit verschil neemt toe met de leeftijd en kan oplopen tot 20 procent van de huidige leeftijd.
Je SA ligt ook niet vast. Door genoeg te bewegen, goed te eten, niet te roken, je bloeddruk in de gaten te houden en sociaal actief te blijven, kun je je echt jonger voelen.
Het effect van slaap op je subjectieve leeftijd
Niet genoeg slapen kan je veel ouder doen voelen dan dat je werkelijk bent. Dat stellen twee Zweedse wetenschappers in hun onderzoek [3].
Dat is niet onbelangrijk, want je SA heeft een grote invloed op je fysieke en mentale gezondheid. Gebleken is dat mensen die zich jonger voelen dan hun werkelijke leeftijd gezonder en langer leven.
De onderzoekers stelden ook vast dat er een verschil is tussen zogenoemde ochtend- en avondmensen. Avondmensen bleken zich zelfs na voldoende slaap ouder te voelen dan hun werkelijke leeftijd. Ochtendmensen voelden zich vooral ouder dan hun echte leeftijd nadat ze enkele onderbroken nachten hadden gehad.
Zo zorgden twee nachten slaapbeperking (4 uur in bed per nacht) ervoor dat mensen zich 4,44 jaar ouder voelden in vergelijking met voldoende slaap (9 uur in bed per nacht). Voldoende slaap is dus waarschijnlijk een belangrijke factor om je jong te kunnen voelen.
Hogere loopsnelheid
De loopsnelheid is een belangrijke vitale parameter bij ouderen. Gebaseerd op twee grote prospectieve studies [4] bleek dat een jongere subjectieve leeftijd geassocieerd was met een hogere loopsnelheid bij aanvang en met minder afname in de loop van de tijd.
Het gevoel jonger te zijn dan de werkelijke leeftijd correspondeerde met een verlaagd risico op een loopsnelheid, die lager is dan de drempelwaarde van 0,6 m/s, die geassocieerd wordt met kwetsbaarheid.
Het begrip ‘kwetsbaarheid’ of ‘frailty’ wordt veelvuldig gebruikt binnen de ouderenzorg als aanduiding van een combinatie van problemen in het functioneren.
Meer kans op herstel bij milde cognitieve stoornis
Uit een cohort studie [5] met 1716 deelnemers met een milde cognitieve stoornis (MCI) bleek dat de groep met een positieve leeftijdsopvatting 30,2% meer kans had op herstel dan de groep met een negatieve leeftijdsopvatting. Dit herstelvoordeel bleef bestaan ongeacht de ernst van de MCI bij aanvang.
Ageism
Ageism (leeftijdsdiscriminatie) heeft een denigrerend en stress veroorzakend effect. Uit onderzoek blijkt dat het ervaren van leeftijdsdiscriminatie een voorspeller van depressie is, lager welbevinden en een lagere kwaliteit van leven. Negatieve leeftijdsstereotypen hebben een bijna driemaal sterkere invloed op belangrijke gedragsresultaten bij ouderen dan positieve leeftijdsstereotypen.
Er zijn tal van voorbeelden van stereotypering, vooroordelen en discriminatie richting senioren op grond van hun leeftijd, zoals op kinderlijke toon iets uitgelegd krijgen, niet serieus worden genomen en actief worden buitengesloten van activiteiten.
Het kan ook zijn dat ouderen in de gezondheidszorg niet dezelfde behandelingen aangeboden krijgen als jongere patiënten, omdat ze bijvoorbeeld als minder geschikt worden beoordeeld voor veranderingsgerichte psychotherapie of er aansluitend aan een medische handeling een minder goede prognose wordt verwacht dan bij jongere patiënten.
Wat kun je zelf doen?
Het is goed om je bewust te worden van je eigen gedachten en overtuigingen over ouder worden.
- In hoeverre zijn dit gedachten die je hebt overgenomen uit de media en je omgeving?
- Ga na waar je je aandacht meestal op richt: positieve of negatieve bevestigingen van ouderdom.
- Hoe verhoudt zich dat tot het zelfbeeld dat je hebt en je eigen ervaringen?
- Schrijf de negatieve gedachten die je hebt over ouderdom eens op.
- Bedenk bij elke gedachte 2 voordelen en 2 nadelen van het vast blijven houden aan elke afzonderlijke gedachte.
- Welke kleine stap zou je kunnen zetten om te ervaren dat die negatieve gedachte niet (altijd) waar hoeft te zijn en daardoor wellicht een positievere overtuiging kunt gaan aannemen ?
- Ga op zoek naar voorbeelden die de beelden uit media tegenspreken.
- Ken je wellicht een sporter, kunstenaar of wetenschapper die op hogere leeftijd iets bijzonders heeft bereikt? Dat hoeft geen beroemd iemand te zijn, want je kunt je natuurlijk ook laten inspireren door een ouder iemand uit je familie- of kennissenkring!

Voedingsstrategieën en veroudering
Hoewel chronologische leeftijd, althans momenteel, onveranderlijk is, kunnen tal van strategieën de biologische leeftijd moduleren, waardoor het verouderingsproces wordt beïnvloed en gezond ouder worden wordt bevorderd. Deze benaderingen richten zich voornamelijk op de kenmerken van veroudering en benadrukken op levensstijl gebaseerde preventieve interventies, waarbij voeding en lichaamsbeweging het meest uitgebreid zijn bestudeerd.
Een essentieel onderdeel van het verouderingsproces, en een die aanzienlijke mogelijkheden voor interventie biedt, is epigenetica. Epigenetische veranderingen komen sterk voor tijdens het ouder worden en worden sterk beïnvloed door leefstijlfactoren.
De triggers van het verouderingsproces, waaronder genomische instabiliteit en oxidatieve stress, komen samen op een gemeenschappelijk factor: de mitochondria. Veroudering is een multifactorieel proces dat het gevolg is van de interactie tussen fysiologische achteruitgang en pathologische factoren, waaronder chronische ziekten. Onder de centrale mechanismen die erbij betrokken zijn, speelt mitochondriale disfunctie een cruciale rol, waarbij oxidatieve stress en ontsteking nauw worden verbonden.
Voedingsmodulatie met het oog op veroudering wordt nu beschouwd als een van de meest veelbelovende strategieën voor het verlengen van de gezondheidsruimte. Recent bewijs toont aan dat dieet niet alleen fungeert als een bron van energie, maar ook als een reeks moleculaire signalen die in staat zijn om ontstekingen, cellulaire veerkracht en complexe interacties tussen het lichaam en het microbioom te moduleren.
• In deze context zijn specifieke bioactieve voedingsstoffen – polyfenolen, omega-3, vitamine D3 – en voedingspatronen zoals het mediterrane dieet sleutelelementen in het sturen van de biologische netwerken van veroudering naar gunstigere trajecten. Verschillende voedingsinterventies komen samen op deze systemische visie. Strategieën zoals het richten van voedingssensoren (mTOR, AMPK, sirtuinen), intermitterend vasten en het mediterrane dieet werken door het moduleren van energie en metabole inputs die cellulaire verouderingsprogramma’s diepgaand beïnvloeden.
• Caloriebeperking (CR) vertegenwoordigt het meest robuuste paradigma op het gebied van levensduur. Verschillende voedingspatronen toegepast in klinische en experimentele instellingen delen energie-innamevermindering als een bepalende factor.
• Veroudering wordt bepaald door drie onderling verbonden factoren: oxidatieve stress veroorzaakt door ROS, laaggradige chronische ontsteking en mitochondriale disfunctie die leidt tot bio-energetisch falen en cellulaire senescentie (proces van veroudering). Plantrijke voedingspatronen, namelijk het mediterrane dieet (MD), plantaardige diëten (PBD’s) en het DASH-dieet, gaan deze processen tegen door middel van antioxidanten, polyfenolen, vezels en ontstekingsremmende voedingsstoffen die Nrf2-signalering moduleren, de NLRP3-inflammasoom, PGC-1α-mitofagie en epigenetische klokken.
• Voedingsvezels oefenen indirecte maar zeer relevante antioxiderende en ontstekingsremmende effecten uit door hun interactie met de darmmicrobiota.
• Het mediterrane dieet (MD, gekenmerkt door een hoge consumptie van fruit, groenten, olijfolie en vis, oefent krachtige ontstekingsremmende effecten uit die de leeftijdsgebonden achteruitgang verzachten door het moduleren van ROS, laaggradige chronische ontstekingen (ontsteking) en mitochondriale disfunctie.
• Plantaardige diëten (PBD’s), rijk aan fruit, groenten, peulvruchten en volle granen, oefenen krachtige ontstekingsremmende effecten uit die leeftijdsgebonden achteruitgang tegengaan door ROS, ontstekingen en mitochondriale verslechtering te onderdrukken.
• Het hypertensiedieet (DASH), rijk aan fruit, groenten, magere zuivelproducten, volle granen en natriumarm, heeft krachtige ontstekingsremmende en antioxiderende effecten die de ROS-productie, ontsteking en mitochondriale stress bij veroudering verminderen.
• Dienovereenkomstig moeten micronutriënten worden ingenomen als modulatoren van een dynamisch evenwicht tussen ROS-generatie en endogene afweermechanismen in plaats van als eenvoudige antioxidantmiddelen. Vitamines zoals vitamine C, vitamine E en carotenoïden, samen met sporenelementen zoals selenium, zink, chroom en mangaan, ubichinol, omega-3, resveratrol, quercitine, flavonoïden en catechines zijn essentieel voor o.a.de optimale functie van enzymatische antioxidantsystemen, die fungeren als cofactoren voor belangrijke enzymen zoals superoxidedismutase, glutathionperoxidase en katalase.
• Het is goed vastgesteld dat vitamines van de B-groep een fundamentele rol spelen in cognitieve functies, met name in geheugenprocessen. Bovendien zijn tekorten in vitamine B12 in verband gebracht met het begin of versnelde verergering van verschillende kenmerken van veroudering, waaronder verhoogde DNA-schade en mitochondriale disfunctie. Verder is aangetoond dat vitamine B12-tekort een pro-inflammatoire toestand bevordert, gekenmerkt door verhoogde afgifte van pro-inflammatoire interleukines.
• Met name verschillende vitamines dragen bij aan het onderhoud van redox homeostase, hetzij door het direct opruimen van reactieve zuurstof- en stikstofsoorten of door het ondersteunen van endogene antioxidantafweersystemen. Vitamine C en vitamine E behoren tot de meest uitgebreid bestudeerde antioxidant vitamines en werken synergetisch om cellulaire componenten te beschermen tegen oxidatieve schade. Vitamine C functioneert als een krachtige in water oplosbare antioxidant, neutraliseert vrije radicalen en regenereert geoxideerde vitamine E, waardoor de membraanintegriteit behouden blijft en lipidenperoxidatie wordt voorkomen. Vitamine E speelt op zijn beurt een cruciale rol bij het beschermen van meervoudig onverzadigde vetzuren in biologische membranen tegen oxidatieve stress, een proces dat met name relevant is in verouderingsweefsels die worden gekenmerkt door verhoogde lipideperoxidatie en mitochondriale disfunctie. Door zijn antioxidantfunctie is aangetoond dat vitamine E bijdraagt aan de preventie van dementie, niet alleen tijdens fysiologische veroudering, maar ook onder pathologische aandoeningen zoals neurodegeneratieve ziekten.
• B-groep vitamines, met name vitamine B12 en folaat, zijn essentieel voor één-koolstofmetabolisme en methylatiereacties, en hun tekort is in verband gebracht met verhoogde oxidatieve stress, genomische instabiliteit en mitochondriale disfunctie – belangrijke kenmerken van veroudering.
• In het kader van voedingsstrategieën voor gezond ouder worden, komen carotenoïden, curcuminoïden en andere fytochemicaliën naar voren als centrale voedingscomponenten die in staat zijn om de moleculaire netwerken te beïnvloeden die een lange levensduur en veerkracht stimuleren. In tegenstelling tot essentiële micronutriënten, fungeren deze verbindingen als metabole modulators en redox-sensoren, fine-tuning signaleringscascades die verband houden met oxidatieve stress, ontsteking, mitochondriale functie en genexpressie.
• Omega-3 lange-keten meervoudig onverzadigde vetzuren (n-3 LC-PUFA’s), met name eicosapentaeenzuur (EPA; 20:5n-3) en docosahexaeenzuur (DHA; 22:6n-3), zijn kritieke bioactieve lipiden die zijn opgenomen in cellulaire fosfolipidemembranen in het hele lichaam. Buiten hun klassieke rollen in het lipidenmetabolisme, zijn deze vetzuren krachtige modulatoren van ontsteking, membraanbiofysica en genexpressie. In de context van veroudering ligt de fysiologische betekenis van omega-3-vetzuren in hun vermogen om “ontsteking” tegen te gaan, een toestand van chronische, laaggradige ontstekingen die weefseldegeneratie en metabole disfunctie versnellen. Veroudering wordt gekenmerkt door een onbalans tussen pro-inflammatoire cytokinen (TNF-α, IL-6, IL-1β) en het vermogen van het lichaam om ontstekingen op te lossen. Omega-3 PUFA’s herstellen dit evenwicht door gespecialiseerde pro-resolving mediators (SPM’s) te genereren en door de cellulaire membraanarchitectuur opnieuw vorm te geven, wat leidt tot verbeterde signaalgetrouwheid en stressbestendigheid.
• Probiotica en hun postbiotische derivaten komen naar voren als bepalende voedingsmodulatoren van systemische ontsteking en oxidatief metabolisme, processen die intrinsiek zijn gekoppeld aan veroudering en leeftijdsgebonden ziekten via chronische laaggradige ontsteking en redox-onbalans. Veroudering wordt geassocieerd met darmmicrobiotadysbiose, verhoogde darmpermeabiliteit en verhoogde systemische blootstelling aan endotoxine, die allemaal pro-inflammatoire signalering en oxidatieve stress versterken. Gerichte interventies gericht op darmmicrobiotamodulatie bieden daarom veelbelovende strategieën.
• Mechanistisch gezien worden deze klinische effecten verondersteld te ontstaan door het vermogen van probiotica om de darmmicrobiotabalans te herstellen, de integriteit van de epitheliale barrière te versterken, systemische endotoxine (LPS) translocatie te verminderen en de productie van nuttige metabolieten zoals korte-ketenvetzuren (SCFA’s) te stimuleren die de immuuncelfunctie moduleren – uiteindelijk leidend tot gedempte NF-κB-gemedieerde ontstekingssignalering en verbeterde redox-homeostase.
Huidig bewijs identificeert veroudering als een dynamisch en plastisch (en dus beïnvloedbaar) biologisch proces in plaats van een onverbiddelijke daling. Binnen dit kader dienen voedings- en nutraceutische strategieën als spilmodulatoren van het verouderingstraject.

Marijke de Waal Malefijt.
Bronnen:
1. Nutritional Strategies and Aging: Current Evidence and Future Directions (MDPI 2026). https://www.mdpi.com/1420-3049/31/5/756
2. p53 eiwit als beschermer van ons genoom.
3. Foto groenten; ID 56236992 © Gordan Jankulov
Bronnen: Positieve gedachten over ouder worden remmen achteruitgang
1. Aging Redefined: Cognitive and Physical Improvement with Positive Age Belief; Becca R. Levy, Martin D. Slade; Geriatrics, 2026; 11 (2): 28; DOI: 10.3390/geriatrics11020028 .
2. Longitudinal benefit of positive self-perceptions of aging on functional heal; Levy, B.R.; Slade, M.D.; Kasl, S.V.; J. Gerontol. B Psychol. Sci. Soc. Sci. 2022, 57, 409–417; https://psycnet.apa.org/doi/10.1037/pag0000737 .
3. Sleep and subjective age: protect your sleep if you want to feel young ; Leonie J. T. Balter , John Axelsson; Proc. R. Soc. B (2024) 291 (2019): 20240171; https://doi.org/10.1098/rspb.2024.0171 .
4. A. “Feeling younger, walking faster”: subjective age and walking speed in older adult; Stephan, Y., Sutin, A.R. & Terracciano, AGE 37, 86 (2015); https://doi.org/10.1007/ .
5. Role of Positive Age Beliefs in Recovery From Mild Cognitive Impairment Among Older Persons; Becca R. Levy, Martin D. Slade; JAMA Netw Open, 2023;6;(4); https://doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2023.7707 .
6. Longitudinal effects of subjective aging on health and longevity: An updated meta-ana; Westerhof, G.J.; Nehrkorn-Bailey, A.M et al.; Psychol. Aging 2023, 38, 147–166. https://psycnet.apa.org/record/2023-57851-001 .
7.Successful Aging 2.0: Conceptual Expansions for the 21st Century; John W. Rowe , Robert L. Kahn; The Journals of Gerontology: Series B, Volume 70, Issue 4, July 2015, Pages 593–596, https://doi.org/10.1093/geronb/gbv025 .
8. Ageism and Psychological Well-Being Among Older Adults: A Systematic Review; Kang H, Kim H. ; Gerontol Geriatr Med, 2022;8; https://doi.org/10.1177/23337214221087023 .
9. Associations of Ageism and Health: A Systematic Review of Quantitative Observational Stu; Hu RX, Luo MS, Zhang AN, Li LW.; Res Aging. 2021;43(7):311; https://doi.org/10.1177/0164027520980130 .
10. Ageism in de ggz: stop met discriminatie van ouderen; Videler A, Wilting R.; 2023 Jun 5; https://platform.boompsychologie.nl/artikel/ageism-in-de-ggz-stop-met-discriminatie-van-ouderen/
11.Seniorisme; https://www.seniorisme.nl/ .
12.Changes in Perceived Ageism during the COVID-19 Pandemic: Impact on Quality of Life and Mental Well-being Among Dutch Adults Aged 55 and Older; Lotte Brinkhof, Jaap Murre, Sanne de Wit, Harm Krugers en Richard Ridderinkhof; Aging and Mental Health (28 april 2023); https://doi.org/10.1080/13607863.2023.2205832 .
13.‘The Subjective Experience of Ageism: The Perceived Ageism Questionnaire’; Lotte Brinkhof, Sanne de Wit, Jaap Murre, Harm Krugers en Richard Ridderinkhof; International Journal of Environmental Research and Public Health (juli 2022); https://doi.org/10.3390/ijerph19148792 .
14.A cross-sectional network analysis of successful aging in a resilience-based framework; Lotte P. Brinkhof, K. Richard Ridderinkhof, Sanne de Wit, Harm J. Krugers, Jaap M. J. Murre; PLOS, January 15, 2025; https://doi.org/10.1371/journal.pone.0315445 .
15.People over Forty Feel 20% Younger than their Age: Subjective Age across the Lifespan; David C Rubin, Dorthe Berntsen; Psychon Bull Rev. 2006 Oct;13(5):776–780. doi: 10.3758/bf03193996 .
16.Chronological and Subjective Age in Emerging Adulthood: The Crossover Effect; Nancy L. Galambos, Pamela K. Turner et al.; Journal of Adolescent Research, 2005 20(5):538-556; https://doi.org/10.1177/0743558405274876 .
17.A meta-analysis of positive and negative age stereotype priming effects on behavior among older adults; Brad A Meisner; J Gerontol B Psychol Sci Soc Sci. 2012 Jan;67(1):13-7; https://doi.org/10.1093/geronb/gbr062 .
Voedingsstrategieën en veroudering