skip to Main Content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Opinie: Aswolk gesprekstof voor onze gezondheid

De Wereldgezondheidsorganisatie en de Britse evenknie van het RIVM, de Health Protection Agency, waarschuwen voor wat er kan gebeuren als het as neerdaalt, maar volgens het RIVM is de kans dat in Nederland gebeurt zeer klein. De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt Europeanen binnen te blijven als het as neerdaalt. Volgens de VN-organisatie is nog niet precies bekend wat de gevolgen van de stofdeeltjes voor de gezondheid kunnen zijn en is het daarom raadzaam het stof te mijden.

“Bij een vulkaan uitbarsting komen fijne, scherpe stofdeeltjes en zwaveldioxide in de atmosfeer. Eind achttiende eeuw had een uitbarsting op IJsland vervelende gevolgen voor West Europa”, aldus vulkanoloog Manfred van Bergen van de Universiteit in de Noord Hollands Dagblad van 16 april 2010. “Lange tijd hing er een droge mist en mensen hadden gezondheidsproblemen. Maar dat is nog lang niet aan de orde “, benadrukt hij.

Effecten voor de gezondheid

Fijnstof en diverse andere stoffen waaronder zwaveldioxide hangen dus boven ons hoofd. De samenstelling van de aswolk van vulkanen verschilt van land tot land. Wat de samenstelling van de IJslandse vulkaan is en wat het voor de volksgezondheid doet is nog onduidelijk. Door deze uitbarsting zo dicht bij huis realiseren veel mensen zich dat er ondanks het mooie heldere weer er veel (fijn)stoffen door de lucht vervoerd worden van kilometers afstand waar we mee belast kunnen worden. Stoffen die je niet altijd kunt zien of ruiken, maar wel een rol kunnen spelen in onze gezondheid. Wat voor stoffen zijn dit die behalve uit IJsland ook elders via de lucht op ons af kunnen komen?

Zwaveldioxide (SO2)

Zwaveldioxide is sterk irriterend voor de ogen en de luchtwegen. Inademing van hiervan kan longoedeem veroorzaken. Zwaveldioxide kan effecten hebben op de luchtwegen, met als gevolg asthma-achtige reacties, reflexe krampen van het strottenhoofd en afhankelijk van de blootstelling en de concentratie ademhalingsstilstand. De zouten van zwaveligzuur, H2SO3, dat ontstaat bij het oplossen van SO2 in water, worden gebruikt als conserveringsmiddel in voedsel (sulfiet).

Zwaveldioxide (SO2) ontstaat bij de verbranding van fossiele brandstoffen (onder andere aardolie, diesel en steenkolen bevatten zwavel) en bij een aantal chemische processen. Kolen- en oliegestookte elektriciteitscentrales, verkeer (met name scheepvaart en verkeer dat op diesel rijdt), raffinaderijen en de industrie zijn de voornaamste producenten van zwaveldioxide. Een deel van de zwaveldioxide slaat rechtstreeks neer op de aarde. Een ander deel lost op in de wolken en komt met regen, mist of sneeuw naar beneden. Zwaveldioxide dat zich bindt met water (grondwater of water van meren en rivieren) wordt omgezet in zwavelzuur (H2SO4).

Een vergiftiging met zwaveldioxide komt voor wanneer men grote hoeveelheden zwaveldioxide inademt of inslikt. De ademhaling wordt hierdoor sterk geremd. Een chronische vergiftiging leidt tot prikkeling van de ogen en slijmvliezen. Uiteindelijk worden de stembanden en longen ook aangetast.

Een zwavelvergiftiging kan zich kenmerken door onder andere: hartbeschadigingen, huidaandoeningen, stoornissen in de spijsvertering, aandoeningen aan de ogen, gedragsveranderingen, verzwakking van het immuunsysteem, schade aan lever, nieren en longen. Ook kan een zwangere moeder een zwavelvergiftiging doorgeven aan de foetus. Hierdoor loopt  de foetus kans op afwijkingen. Via de moedermelk kan een zwavelvergiftiging ook doorgegeven worden.

Fijnstof

Fijn stof is een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door de lucht zweven. Het wordt soms aangeduid als PM10. PM staat voor de particulate matter, de Engelse benaming voor fijn stof. Het getal 10 staat voor 10 micron. Fijn stof of PM10 bestaat uit deeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer (een duizendste millimeter). Fijn stof bestaat uit primaire en secundaire deeltjes.

Primaire deeltjes (primair fijn stof) ontstaan door wrijving door bijvoorbeeld het malen van stoffen in de industrie (bijvoorbeeld mengvoerder- of chemiebedrijven) of door de wind (die deeltjes langs gebouwen of rotsen schuurt) en bij de verbranding van fossiele brandstoffen als steenkolen, aardolie en aardgas (vliegas en bijvoorbeeld dieselroet).
Secundaire deeltjes ontstaan als moleculen van verzurende stoffen als stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3) zich verbinden tot zouten. Deze kunnen zich ook aan primaire deeltjes hechten.

Fijn stof is altijd schadelijk voor de gezondheid, ongeacht de concentratie. Hoe hoger de concentratie, des te ernstiger de schade aan de gezondheid. Door fijn stof in te ademen kan de longfunctie verminderen en ontstaan meer (of verergeren) luchtwegklachten. Fijn stof kan zelfs leiden tot voortijdige sterfte. Bij ongeveer 1700 sterfgevallen per jaar speelt het inademen van fijn stof een rol.

Blootstelling aan giftige stoffen

Tegenwoordig staan we bloot aan zo’n 80.000 chemische stoffen in de lucht, het water, eten en stoffen in huis. Toch vormen deze stoffen volgens gezaghebbende instanties geen enkele bedreiging voor de gezondheid. Een overtuiging die vaak in medische kringen ook heerst. Het verraadt niet alleen een grote onwetendheid op dit gebied maar ook een gebrek aan verdieping in de vraag wat gezondheid en ziekte in feite inhouden. Een belangrijk vraagstuk in deze discussie is; hoe kan een lichaam omgaan met zoveel chemische voor het lichaam onnuttige verbindingen? Hoeveel ontgiftingsmogelijkheden heeft het lichaam en hoeveel draagkracht heeft iemand om aan al die stoffen het hoofd te bieden? Hoeveel kan een lichaam aan? Ontgiften is een buitengewoon complex proces. Het vermogen tot ontgifting is als een vingerafdruk. Het is uniek en kan alleen per persoon behandeld worden. Dit vraagt om veel kennis en een behandeling op maat. De juiste voeding is een essentiële factor bij zo’n lichaamsontgifting van schadelijke stoffen.

Ondersteunen van de lever

Wat gif in het lichaam precies doet is nog onbekend, maar het bewijs groeit dat het leidt tot een scala van gezondheidsproblemen zoals extreme vermoeidheid, diabetes, onvruchtbaarheid, hart en vaatziekten, Alzheimer, auto-immuunziekten en kanker. De lever speelt een cruciale rol bij het verwijderen van gifstoffen. Het idee dat vermoeidheid en chronische ziekten een vorm zijn van vergiftiging is de laatste jaren in opkomst, vooral in de complementaire geneeskunde. Vooral met voeding, door luchtvervuiling, cosmetica en andere chemische stoffen komen dagelijks veel gifstoffen binnen. Deze gifstoffen worden vervolgens in weefsels en organen opgeslagen. Vetoplosbare bestrijdingsmiddelen hopen zich bijvoorbeeld op in vetweefsel. Door de uitwisseling tussen het bloed en de tussenruimtelijke vloeistof (vloeistof in de weefsels) krijgt men continue een soort infuus met schadelijke stoffen uit dat vetweefsel.

De lever lijdt het meest onder al die binnengekomen gifstoffen. Dit orgaan is dé vuilverwerkingdienst van het lichaam. Het staat voor de taak de 80.000 verschillende chemische stoffen die in omloop zijn, onschadelijk te maken. Worden de gifstoffen niet snel afgebroken en verwijderd, dan ontstaat er een opeenhoping van giftige stoffen. De systemen die daar het meest onder lijden zijn: de energiehuishouding, het zenuwstelsel, hormoonstelsel, immuunsysteem en maag-darmkanaal. Deze systemen steken al hun energie in het zich beschermen tegen gifstoffen.

Scheikundige omzettingen in de lever

Voor het onschadelijk maken van stoffen zijn ingewikkelde scheikundige processen nodig zoals:
Oxidatie: het verbinden of doen verbinden aan zuurstof.
Reductie: het onttrekken van zuurstof aan een verbinding of het toevoegen van waterstof.
Hydrolyse: een proces waarbij een chemische verbinding onder opname van water uiteenvalt in kleinere brokstukken.
Sommige lichaamsvreemde stoffen (xenorbetica) zoals bijvoorbeeld medicijnen, DDT, PCB’s, chloorhoudende stoffen en zware metalen lossen zeer goed op in vet en zijn moeilijk door de lever af te breken. Ze hopen zich op in het vetweefsel van waaruit ze uiteindelijk schade kunnen toebrengen.

De lever is de belangrijkste ‘ontgiftingsfabriek’ van het lichaam. Zonder de lever kunnen gifstoffen niet onschadelijk gemaakt worden. Het ontgiftingsproces (biotransformatie) van de lever bestaat uit twee verschillende types biochemische processen, die elkaar aanvullen. Deze processen worden fase 1en fase 2 van de biotransformatie genoemd.

In fase 1 vinden met behulp van zogenaamde cytochroom P450-enzymen chemische omzettingen (reacties) plaats waarin een deel van de giftige stoffen onschadelijk wordt gemaakt. De fase 1-reacties van de lever zijn niet voldoende om het lichaam te verlossen van alle schadelijke verbindingen. Er is een fase 2-activiteit nodig om het proces van uitscheiding te voltooien. Deze fase 2 bestaat uit verschillende reacties, die gezamenlijk ook wel conjugatiereacties genoemd worden.

Het doel van deze twee fases is om uiteindelijk schadelijke, in vet oplosbare stoffen om te zetten in wateroplosbare stoffen. De omgezette stoffen kunnen zo op een veilige manier het lichaam verlaten. Dit kan via twee verschillende routes. Route 1 gaat via de ontlasting. De gifstoffen gaan met de gal naar de darmen en komen daar in de ontlasting terecht.
Route 2 gaat via de urine. De gifstoffen worden via het bloed naar de nieren gebracht om daar omgevormd te worden tot urine.

De lever heeft de juiste voeding nodig bij ontgiften

Voor het behoud van de gezondheid is de verhouding tussen beide fases van groot belang. Verloopt fase 1 sneller dan fase 2 dan ontstaan er vrije radicalen; agressieve verbindingen die celschade geven. Verloopt fase 2 te traag ten opzichte van fase 1 (door bijvoorbeeld een tekort aan bepaalde voedingsstoffen zoals aminozuren) dan kan zich dat uiten in veel klachten. Enkele voorbeelden zijn buikklachten, duizeligheid, gebrek aan eetlust, hoofdpijn, huidklachten, jeuk, misselijkheid, vieze metaalsmaak in de mond, oedeem, spierpijn, verstopping, vermoeidheid en afkeer van bepaalde voedingsmiddelen zoals alcohol, koffie en gefrituurd voedsel.
Fase  1In de fase 1-reacties van de leverontgifting worden dankzij de P450-enzymen zowel uitwendige als inwendige gifstoffen (toxinen) onschadelijk gemaakt. Uitwendige gifstoffen (toxinen) zijn bijvoorbeeld: bestrijdingsmiddelen (pesticiden), drugs, formaldehyde uit verf, kleurstoffen, koffie, medicijnen, uitlaatgassen en zware metalen. Voorbeelden van inwendige gifstoffen (toxines) zijn afbraakproducten van lichaamseigen stoffen zoals hormonen en histamine (afvalstof uit het immuunsysteem).

In fase 1 wordt maar een deel van de stoffen volledig onschadelijk gemaakt. Het overige deel van de gifstoffen wordt voorbewerkt en via fase 2 verder verwerkt tot het uiteindelijk via gal en nieren wordt uitgescheiden. Als er in fase 1 onvoldoende ontgift wordt, ontstaan er veel zogenaamde vrije radicalen. Dit zijn zeer agressieve chemische verbindingen die lichaamsweefsels zoals hart- en bloedvaten, huid, ogen, organen en zenuwen aantasten.

Of iemand een ‘goede ontgifter’ is, wordt bepaald door de werking van zijn enzymsystemen. De activiteit van enzymsystemen is onder meer afhankelijk van de aanleg (constitutie) en de aanvoer van voldoende nutriënten. Nutriënten zoals mineralen (zink, koper, magnesium), anti-oxidanten (selenium, vitamine E, bètacaroteen) en B-vitamines spelen hierbij een rol. Daarnaast is de activiteit van het enzymsysteem gedeeltelijk erfelijk bepaald: de werking van de cytochroom P450 enzymen wordt door tenminste 71 verschillende genen gecodeerd.
Veel chemische stoffen waaronder geneesmiddelen hebben echter een vernietigende werking op de cytochroom P450 enzymen. Door al deze factoren zijn er veel individuele variaties en dus variaties in ontgiftingscapaciteit mogelijk.

Sommige mensen reageren al op een paar slokken wijn. Anderen verdragen cafeïne niet. In beide voorbeelden heeft hun lever een lage ontgiftingscapaciteit, waardoor ze onvoldoende kunnen ontgiften. Hoe mensen op de vulkanische aswolk zullen reageren, blijft dus afhankelijk van de samenstelling, de mate van blootstelling en hun ontgiftingscapaciteit. Medicatie geven tegen mogelijke effecten van een aswolk ( die ook door dezelfde ontgiftingsfabrieken worden afgebroken) betekent nog meer huiswerk voor de lever.
Fase 2De lever maakt in fase 2 met enzymen de al omgezette gifstoffen uit fase 1 verder wateroplosbaar. De vele chemische omzettingen (transformaties) verlopen via een zestal gespecialiseerde ‘fabrieken’ die ieder een aantal gifstoffen kunnen verwerken (zie de tabel Biotransformatie van de lever, fase 1 en 2 in bijlage pdf). De enzymen zijn eigenlijk hard werkende fabrieksarbeiders die goede voeding nodig hebben om dit smerige, zware werk te kunnen volhouden. Krijgen ze onvoldoende voedingsstoffen zoals vitaminen, mineralen en zwavelhoudende aminozuren (cysteïne, glutamine, methionine, taurine) dan leggen ze het werk neer. Elke fase heeft dan ook zijn specifieke biologische voedingsstoffen (bestrijdingmiddelen zijn immers ook een ballast) nodig om de gifstoffen goed water oplosbaar te kunnen maken en het lichaam goed te kunnen ontgiften.

Naast extra voedingstoffen voor het juist laten verlopen van de ontgifting zijn er ook extra nutriënten (zoals vitamine A , C , D en bepaalde vetzuren) nodig voor herstelwerkzaamheden van o.a. de belaste slijmvliezen.

IJslandse woede waait over ons heen

Volgens een journalist van het RTL-4 nieuws zijn er IJslanders die beweren dat de vulkaanuitbarsting hun woede symboliseert. Woede over de hele Icesave affaire. Sparen bij Icesave werd gedaan om een hoge rente te krijgen. Hoe hoog de rente wordt van het vooruitschuiven van gezondheidsmaatregelen bij een voortdurende belasting van chemische verbindingen via voeding, water en de lucht, is een vraag die iedereen alleen voor zichzelf kan beantwoorden.

Marijke de Waal Malefijt, natuurdiëtist /redacteur van de NDN

Literatuur en links:

Bron het boek: Energieherstelplan door Marijke de Waal Malefijt en Tanja Visser. Uitgever Schors. Een boek over het versterken van de lever. Zie de webshop op onze site.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen