skip to Main Content
Kenniscentrum met meer dan 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Anti-depressiva en overgewicht

Dat is een van de conclusies uit het proefschrift van Anja Lok, die de rol van biologische factoren onderzocht bij terugkerende depressie.
Heel wat onderzoeken laten een verband zien tussen herhaaldelijk depressief zijn en hartproblemen. Waarom dat zo is, blijft vooralsnog onduidelijk. Er zijn vermoedens dat genetische en biologische factoren een rol spelen, waardoor iemand zowel kwetsbaar is voor depressies als voor hart- en vaatziekten.

Biologische verklaring

Psycholoog en psychiater-in-opleiding Anja Lok ging op zoek naar een biologische verklaring. Dat deed ze bij een groep van 137 patiënten die al tien jaar deelneemt aan de Deltastudie, een studie onder mensen die bij aanvang van het onderzoek hersteld zijn van een depressie en er minstens twee achter de rug hebben.

Lok keek onder andere naar overgewicht, het stresshormoon cortisol en naar vetzuren in het bloed, die belangrijk zijn voor de hersenen en een rol spelen bij stolling en ontsteking. Daarnaast richtte ze zich op het 1-carbonmetabolisme, een verzameling biochemische processen die een grote rol spelen bij onder meer de vorming van bouwstoffen voor DNA. Stoornissen in dit metabolisme kunnen allerlei aandoeningen tot gevolg hebben, waaronder aangeboren hart- en vaatziekten en psychiatrische aandoeningen.

Vrouwen met terugkerende depressies meer overgewicht

De promovendus vond een aantal verschillen tussen de patiënten van de Deltastudie en een groep met gezonde controlepersonen. Zo hadden vrouwen met terugkerende depressies meer overgewicht. Het vet zat vaker rond de taille, wat een risicofactor is voor hart- en vaatziekten. Bij mannen was het verschil met de controlegroep statistisch niet significant.

Lok: ‘Het continu gebruik van SSRI’s zou een reden hiervoor kunnen zijn. Dat is opmerkelijk, want van deze vrij nieuwe groep antidepressiva wordt juist gedacht dat ze géén gewichtstoename veroorzaken. Van de oudere middelen is het bekend dat je er zwaarder van wordt. Maar ik moet hier een slag om de arm houden. Het kan natuurlijk ook dat artsen SSRI’s juist voorschrijven omdat iemand al overgewicht heeft.’

‘Onze patiënten hadden eveneens verhoogde cortisolspiegels, ook als ze niet depressief waren’, vervolgt Lok. Degenen die in de ochtend lage hoeveelheden van dit stresshormoon in het bloed hadden, liepen meer risico op terugval. Vooral als er daarnaast sprake was van een jeugdtrauma.

Afwijkende vetzurenprofiel in het bloed

Lok zag ook afwijkingen in de vetzuren. De patiënten uit de Deltastudie bleken minder goede vetten en meer slechte, verzadigde vetzuren in het bloed te hebben. Daarnaast waren er aanwijzingen dat een polymorfisme in een gen met de naam FABP2 verband houdt met sommige vetzuurafwijkingen. Een polymorfisme is een genetische variatie die bij meer dan één procent van de bevolking aanwezig is.

Zo’n zelfde genetische variatie onderzocht Lok in het MTHFR-gen, dat betrokken is bij het 1-carbonmetabolisme. Gezonde mensen die dit polymorfisme hebben in combinatie met een jeugdtrauma, hebben een verhoogde kans op depressie. Patiënten met terugkerende depressies en deze genetische variatie lopen een groter risico op terugval.

‘Al deze bevindingen wijzen erop dat dit soort processen te maken heeft met oxidatieve stress’, zegt Lok. Oxidatieve stress kan ontstaan door roken, medicijngebruik en overgewicht. Het treedt op in lichaamscellen en beschadigt alle delen van de cel, inclusief het DNA. ‘Het speelt een fundamentele rol bij het risico op hart- en vaatziekten én op depressie.’

Leefstijladvies

Wat betekent dat voor de behandeling van depressie? ‘Oxidatieve stress is goed te bestrijden: door meer te bewegen in combinatie met een dieet. Het is alleen moeilijk om een depressieve patiënt daartoe te motiveren. Die eet vaak slechter en beweegt ook veel minder. In het AMC hebben we het programma Ambulant+. Dat biedt herstellende patiënten onder andere leefstijladvies en sportactiviteiten.’

In binnen- en buitenland lopen verschillende studies om na te gaan hoe ver je het risico op depressie omlaag krijgt door dit soort maatregelen. Lok: ‘We weten al dat stevig lopen erg effectief is voor stemmingsklachten. Maar je pakt er ook de afwijkende vetwaarden in het bloed mee aan.’

Commentaar NDN:

Onderzoek (1) toont aan dat er minder depressies voorkomen bij mensen die een dagelijkse voeding hebben rijk aan essentiële vetzuren waaronder olijfolie en visolie aangevuld met veel groenten , fruit, noten en zaden. Dit onderzoek is een samenvatting van 11 verschillende onderzoeken uitgevoerd bij mensen in de leeftijdsgroep van 18 tot 97 jaar.

De onderzoekers vonden dat het risico op depressie verlaagde bij mensen die voeding gebruikten die rijk is aan: foliumzuur, omega-3vetzuren, mono-onverzadigde vetzuren uit olijfolie, visolie, noten en zaden, ruime porties aan groenten en fruit. Dat goede vetzuren een heel belangrijke rol spelen in de prikkeloverdracht van de neurotransmitters is bekend.
Magnesium tekort De mogelijkheid dat ook een magnesiumtekort een belangrijke oorzaak is bij de meest voorkomende ernstige vormen van depressie is belangrijk voor de algemene gezondheidszorg en verdient daarom meer aandacht (2).

Raffineren van voeding en in het bijzonder van granen ligt mede aan de basis van veel voorkomend magnesiumgebrek onder de bevolking. De magnesium- behoefte voor het lichaam is vrij groot, dit mineraal is nodig voor meer dan 300 biochemische reacties in het menselijk lichaam.

Magnesiumrijke voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen rijk aan chlorofyl of de natuurlijke groene kleur van groenten zoals bijvoorbeeld spinazie (ook rijk aan foliumzuur) en alle andere groene bladgroenten. Het centrum van de chlorofylmolecule bestaat uit magnesium. De overige voedingsmiddelen rijk aan magnesium zijn bonen, erwten, noten en zaden. Daarnaast zijn ook niet geraffineerde granen rijk aan magnesium (tijdens het raffineren van granen worden de magnesiumrijke vezels en kiemen verwijderd).

Vormen van aanvulling op de voeding indien nodig zijn; oraal via organisch gebonden magnesiumsupplementen op basis van citraat, glycinaat, tauraat of via de huid (transdermale magnesium) in de vorm van magnesium sulfaat of magnesium chloride.
HomocysteineCognitieve functietests en onderzoek naar depressies toonde echter aan dat mensen met een verhoogd homocysteïnegehalte of een lagere hoeveelheid vitamine B12 in het bloed meer leden aan depressiviteit en cognitieve functiestoornissen (8).

In eerdere onderzoeken is een relatie aangetoond tussen depressiviteit en een laag gehalte aan foliumzuur in het bloed. Foliumzuur is noodzakelijk voor tal van methyleringsprocessen in het lichaam. Er is echter weinig bekend over de rol van andere factoren die methyleringsprocessen beïnvloeden.

Vitamine B12 is bijvoorbeeld eveneens noodzakelijk. Een veel voorkomende variatie in het gen voor 5-MTHFR, een enzym uit de foliumzuurstofwisseling, heeft eveneens een grote invloed op het verloop van methyleringsprocessen. Een hoog homocysteïnegehalte in het bloed duidt op een verminderde methylering. In dit onderzoek werd gekeken naar spanningsklachten en depressie bij 5948 personen van middelbare (46-49 jaar) en hogere (70-74 jaar) leeftijd.
Vitaminen B tekortenTegelijkertijd werd bij proefpersonen het gehalte aan foliumzuur, vitamine B12 en homocysteïne in het bloed bekeken, en werd gekeken naar het voorkomen van de C677T-mutatie in het 5-MTHFR-gen. Een verhoogd homocysteïnegehalte en de mutatie in het 5-MTHFR-gen kwamen duidelijk vaker voor bij mensen met depressieve klachten, maar niet bij spanningsklachten. In dit onderzoek werd een lager foliumzuurgehalte gevonden bij vrouwen van middelbare leeftijd met depressieve symptomen.

In geen enkele groep werd een relatie met spanningsklachten gevonden. Ook dit onderzoek wijst op een rol van een gestoorde methylering bij depressiviteit (9).
Microbiotica voor een beter gemoedOnderzoekers hebben verschillende gunstige effecten van microbiotica op de mentale gezondheid vastgesteld. Bij mensen met uiteenlopende gezondheidsklachten vindt men minder diversiteit in de darmflora.

Bacteriën die een gunstig effect hebben op het gedrag en de hersenfunctie, worden door onderzoekers ‘psychobiotica’ genoemd. Ze maken in de darmen neuro-actieve stoffen aan zoals GABA en serotonine. De link tussen de darmen en de hersenen wordt ook wel ‘tweede hersenen’ genoemd.

Volgens Dr. Ted Dinan, professor in de psychiatrie, is er bij depressie sprake van een verstoord evenwicht in de darmflora (10). Depressieve mensen hebben minder verschillende bacteriestammen in hun darmen. Aanvulling met microbiotica kan een veelbelovende behandeling zijn voor psychische klachten, aldus Dinan.

Vrijwilligers die een maand lang Lactobacillus helveticus R0052 plus Bifidobacterium longum kregen, hadden aanzienlijk minder last van stress dan vrijwilligers met een placebo. Daarnaast werden ook minder hoge concentraties van het stresshormoon cortisol in hun urine gevonden.

Lactobacillus rhamnosus en Lactobacillus casei verhogen de werking van GABA. GABA (gamma-aminoboterzuur) is een kalmerende neurotransmitter.
Groene thee voorkomt depressie bij ouderenGroene thee wordt vaak geprezen om zijn vele gezondheid bevorderende effecten. Zo heeft groene thee o.a. een ontstekingsremmende en stressverlagende werking. Omdat zowel ontsteking als stress geassocieerd worden met het ontstaan en de ontwikkeling van depressie, onderzochten Japanse wetenschappers of het drinken van groene thee symptomen van depressie kon verlichten bij oudere mensen.

De onderzoekers verzamelden de gegevens van 1.058 zelfstandig wonende Japanse 70-plussers. Daarvan vertoonde 34,1% van hen een milde tot ernstige depressieve symptomen en 20,2% had last van ernstige depressie. Vergeleken met diegenen die slechts één kopje groene thee (of minder) per dag dronken, was het voorkomen van depressie bij de ouderen die vier of meer kopjes per dag dronken met 44% verminderd. Dit gold zowel voor milde als voor ernstige vormen van depressie (11)
Zink en antidepressivaZink kan de werking van antidepressiva versterken. Patiënten met een majeure depressie die SSRI’s nemen, zijn er beter aan toe wanneer ze ook 25 mg zink erbij nemen. De resultaten zijn duidelijker na 12 weken dan na 6 weken, aldus een onderzoek in 2013 (12).

Tot één derde van depressieve patiënten heeft niets aan antidepressiva, en de helft heeft nog te veel last van depressie. Zink is belangrijk voor de hersenen, onder meer voor gedrag, leren en mentale vaardigheden. Zinktekorten kunnen het gevolg zijn farmaceutische antidepressiva, omdat deze het eetgedrag van de patiënten kunnen beïnvloeden, aldus de onderzoekers.

Samenvattend: De rol van de (natuur)dietist bij het bepalen van de voedingsstatus (nutriënten onderzoek) bij depressiviteit met of zonder antidepressiva is belangrijk.Tip; Bekijk twee You-tube filmpjes van Patrick Holford op onze site voor nog meer informatie over voeding en stemmingen.

Voedings- en laboratorium zelftesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Wij werken samen met de grote Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle hierbovengenoemde Medivere testen bekijken en zelf bestellen.

Literatuur en links:

Bron Antideppressiva en overgewicht
AMC; http://www.amc.nl/web/Het-AMC/Nieuws/Nieuwsoverzicht/Nieuws/Meer-bewegen.htm

(1) Diet and the risk of unipolar depression in adults: systematic review of cohort studies, Sanhueza C, Ryan L, et al, J Hum Nutr Diet, 2012 Oct 18

(2) Eby et al. Rapid recovery from major depression using magnesium treatment. Medical hypothesis 2006 01.047.

(3) Magnesium citrate found more bioavailable than other magnesium preparation in a randomised, double-blind study. Magnes. Res. 2003.

(4) Ford ES, Mokdad AH. Dietary magnesium intake in a national sample of US adults. The Journal of Nutrition.2003 Sept; 133(9): 2879-82

(5) Dean C. The Magnesium Miracle. New York: Ballantine Books; 2007

(6) Sircus M. Transdermal Magnesium: A New Modality for the Maintenanace of Health. Accessed March 18, 2010

(7) Liebscher DH, Liebscher DE. About the Misdiagnosis of Magnesium Deficiency. Journal of the American College of Nutrition. 2004; 23(6): 730S-731S

(8) Padraig E. O’Suilleabhain, MB BCh; Victor Sung, BS; Carlos Hernandez, BS; Laura Lacritz, PhD; Richard B. Dewey, Jr, MD; Teodoro Bottiglieri, PhD; Ramon Diaz-Arrastia, MD, PhD. Elevated Plasma Homocysteine Level in Patients With Parkinson Disease; Motor, Affective, and Cognitive Associations. Arch Neurol. 2004;61:865-868.

(9) Ingvar Bjelland, MD; Grethe S. Tell, PhD, MPH; Stein Emil Vollset, MD, DrPH; Helga Refsum, MD; Per Magne Ueland, MD. Folate, Vitamin B12, Homocysteine, and the MTHFR 677CT Polymorphism in Anxiety and Depression. The Hordaland Homocysteine Study. Arch Gen Psychiatry. 2003;60:618-626.

(10) Dinan TG, Stanton C, Cryan JF. Psychobiotics: a novel class of psychotropic. Biol Psychiatry. 2013 Nov 15;74(10):720-6.

(11) Niu K, Hozawa A, Kuriyama S et al. Green tea consumption is associated with depressive symptoms in the elderly. Am J Clin Nutr. 2009 Dec;90(6):1615-22. Epub 2009 Oct 14.

(12) Ranjbar E, Kasaei MS et al. Effects of zinc supplementation in patients with major depression: a randomized clinical trial. Iran J Psychiatry. 2013 Jun;8(2):73-9

The Brain Bio Centre is an outpatient clinical treatment centre, specialising in the ‘optimum nutrition’ approach to mental health problems. The centre offers a comprehensive assessment of biochemical imbalances that can contribute to mental health problems, and advice to correct these imbalances as a means to restore health.
For more information: http://www.foodforthebrain.org/content.asp?id_Content=1721

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen