Ga naar hoofdinhoud
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Vaginale microbioom onderzoek

Er zijn aanwijzingen voor belangrijke wederzijdse interacties tussen virussen en de microbiota. Microbiota kunnen via verschillende mechanismen virale infecties voorkomen, onderdrukken of zelfs verergeren.

In en op ons lichaam zitten veel micro-organismen zoals bacteriën, virussen en gisten. Samen worden ze het microbioom genoemd. Ook wel bekend als microbiota of microflora. Belangrijke functies van het microbioom zijn o.a. de bescherming tegen ziekteverwekkers en de vertering van vezels. Hoe makkelijk een virus verspreidt in uw lichaam ligt aan verschillende factoren. Het is bijvoorbeeld belangrijk waar in het lichaam het virus terecht komt.

Barrières overwinnen

Een virus moet verschillende barrières overwinnen, zoals weefselspecificiteiten, slijmbarrière, lichaamstemperatuur, epitheliale afscheidingen, waaronder IgA en defensines en ook microbiota. Microbiota hebben diverse taken waaronder het regelen van de juiste pH en verdedigende acties tegen pathogene lipopolysaccharide (LPS).

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat het minder toedienen van antibiotica de antivirale respons kan verbeteren omdat de samenstelling van de microbiota niet wordt verstoord. Aangezien de microbiota aanwezig is op de plaatsen waar virussen de gastheer binnendringen, kunnen ze elkaar waarschijnlijk beïnvloeden. De microbiota dicteert bijvoorbeeld de ontwikkeling van het immuunsysteem op verschillende manieren, zoals differentiatie en activering van regulerende T-cellen, die bijdragen aan het behoud van homeostase tegen microbiële- en voedingsantigenen.

Seksueel overdraagbare virussen

De dominante microbiota in een gezonde vagina, bestaat voornamelijk uit het geslacht Lactobacillus, zoals L. acidophilus, L. Fermentum, L. Plantarum, L. Brevis, L. Jeenseni, L. Casei, L. Catenaforme, L. Delbrueckii en L. Salivarius . Hun dominantie over andere pathogene anaëroben handhaaft de vaginale gezondheid. Ook hebben veel onderzoeken de impact aangetoond van veranderde vaginale microbiota op urogenitale infecties. Denk aan: Neisseria gonorroe, Chlamydia trachomatis, Trichomonas vaginalis en virale seksueel overdraagbare aandoeningen zoals het humaan immunodeficiëntievirus (hiv), humaan papillomavirus (HPV), herpes simplex-virus (HSV) en het cytomegalovirus (CMV), die wereldwijd veel voorkomende gezondheidsproblemen geven.

Er zijn aanwijzingen dat microbiota en probiotica het lichaam kunnen beschermen en zelfs versterken. Probiotica hebben verschillende voordelen voor het genitale systeem, zoals het behoud van de vaginale gezondheid, bescherming tegen soa’s (seksueel overdraagbare aandoeningen) en samenwerking met andere antimicrobiële middelen.

Lactobacillensoorten

Er zijn veel onderzoeken die suggereren dat lactobacillensoorten een sleutelrol spelen bij de preventie van bovengenoemde ziekten. Lactobacillen produceren H2O2 en zure metabolieten als gevolg van fermentatie. Lactobacillen beschermen het lichaam tegen HIV en andere pathogenen zoals Neisseria gonorrhoeae , C. trachomatis , en T. vaginalis en zelfs HSV virus. Deze zure PH kan zowel virus- als immuuncellen inactief maken, zoals T-cellen, monocyten en macrofagen, die een vector (drager van besmetting) of doelwit kunnen zijn voor HIV.

Lactobacillen scheiden waterstofperoxide af als een virusdodende component en ook antivirale stoffen die de overdracht van virussen verstoren. Ze kunnen zich ook direct binden aan virussen en deze ontwapenen. Lactobacillen en andere probiotische bacteriën zijn in staat om specifieke HIV-remmende eiwitten te produceren, zowel op hun membraan als in hun secretie. Specifieke Lactobacillenstammen kunnen bijvoorbeeld direct vasthouden aan de mannose-suikerrijke onderdelen van HIV en kunnen leiden tot het neutraliseren van HIV.

Vaginale epitheelcelbinding en uitsluiting van pathogenen

Vaginale microbioom onderzoekOver het algemeen zijn er koolhydraatbindende eiwitten op de oppervlakken van microbiota die bekend staan als lectines. Mannose- en N-acetylglucosamineresiduen zijn voorbeelden van dit soort moleculen. Diverse studies suggereren dat zowel glycoproteïnen als koolhydraten betrokken kunnen zijn bij vaginale epitheelcelbinding en uitsluiting van pathogenen.

Lactobacillen kunnen ook bacteriële vaginose (BV) verbeteren. Bacteriële vaginose wordt gekenmerkt door een verstoring van de vaginale flora met een overmatige aanwezigheid van bacteriën, zoals Gardnerella vaginalis en Mycoplasma hominis, ten koste van de normaal aanwezige lactobacillen. Hierdoor stijgt de vaginale pH.

Er zijn onderzoeken die de relatie tussen bacteriële vaginose en HIV-infectie hebben aangetoond. Bacteriële vaginose verhoogt de vatbaarheid voor ziekteverwekkers en HIV op drie manieren, waaronder het veroorzaken van ontstekingen, het beschadigen van epitheelcellen en het in contact brengen van immuuncellen en uiteindelijk het verminderen van de productie van waterstofperoxide en zure metabolieten.
Er zijn studies die suggereren dat vaginale dysbiose veroorzaakt kan worden door HSV-2 of HIV-HSV-2 co-infectie, en omgekeerd is bacteriële vaginose geassocieerd met verhoogde HSV-2 of HIV-infectie. De eerste onderzoeken naar de relatie tussen bacteriële vaginose en SOA’s waren op het HIV-1-virus en onthulden dat vrouwen in verschillende omstandigheden, zoals zwangerschap of niet-zwangerschap, een positieve associatie vertonen tussen dysbiose van vaginale microbiota en HIV-1-seropositiviteit.

Vaginale dysbiose en abnormale vaginale microbiota kunnen het lichaam ertoe aanzetten pro-inflammatoire vaginale cytokines zoals IL-1β en IL-8 te produceren, wat kan leiden tot een hoger risico op diverse soorten infecties. Ook probiotische lactobacillen kunnen de productie van deze cytokinen moduleren.

Bacteriocines: bacteriedodende componenten

Vaginale microbioom onderzoekSommige bacteriesoorten scheiden bijvoorbeeld bacteriocines af die bekend stonden als bacteriedodende componenten, maar onlangs is ontdekt dat ze ook virusdodende effecten hebben.
Ook versterken ze het immuunsysteem in zowel de vagina als de darmen. Ze kunnen bijvoorbeeld stoffen afgeven zoals butyraat, dat energiebronnen levert voor enterocyten om de darmslijmvliesbarrière in stand te houden, en ontstekingsremmende stoffen te produceren, die ontstekingen en co-infecties onderdrukken die virusinfecties verergeren.

Over het algemeen zijn microbiële antivirale effecten op de aangeboren immuniteit gebaseerd op IL-18-, interferon- (IFN)-gamma- of IL-22-routes. Aan de ene kant verhogen ze zowel de IL-22- als de IL-18-secretie, wat leidt tot meer expressie in signaaltransducers en activatie van transcriptie 1 (STAT1) en antivirale genen. Aan de andere kant beperken ze de IFN-gamma-secretie, wat bijdraagt tot virale pathogenese. Bovendien versterken sommige soorten het immuunsysteem door het moduleren van NF-KB-signaleringsroutes en cytokinen.

Sperma en vaginale microbioomverstoring

Sperma en speeksel kunnen het vaginale microbioom namelijk stevig uit balans brengen door de zuur-basebalans te veranderen. Het gebruik van een condoom kan al helpen om de intieme balans te behouden.

Sperma is een belangrijke vector (drager van besmetting), en de diversiteit en rijkdom van de zaadmicrobiota spelen een sleutelrol bij de overdracht van infecties. Studies gaven bijvoorbeeld aan dat de bacteriële lading van het sperma zeven pro-inflammatoire chemokinen (cytokinen) beïnvloedt, zoals IL-6, TNF-α en IL-1b, wat leidt tot een verandering in de virale lading van het sperma.

Samenvattend

Goede bacteriën in de vagina kunnen vroegtijdige bevalling helpen voorkomen en er is beginnend bewijs dat suggereert dat lage Lactobacillen aantallen (en hogere aantallen Gardnerella en Ureaplasma) tijdens de zwangerschap, invloed hebben op het risico van zwangerschapscomplicaties zoals een vroeggeboorte en miskraam. Voordat u zich erg ongerust maakt, moet u zich realiseren dat dit beginnende resultaten zijn en dat er heel veel factoren invloed hebben op een vroeggeboorte of miskraam.

De samenstelling van het vaginale microbioom is gelinkt aan zowel het mislukken als het slagen van zwangerschappen. De balans tussen de goede of vriendelijke bacteriën en de ongewenste bacteriën kan beïnvloed worden door verschillende factoren zoals hormonale veranderingen, menstruatie, geboorte, de darmflora, hygiënische producten, glijmiddelen, sex (vooral het basische sperma), voorbehoedsmiddelen en antibiotica. Leefstijlfactoren spelen zeker ook een rol hierbij.

Er zijn honderden soorten stammen (soorten) bacteriën in de vagina, maar al die stammen worden gedomineerd door een paar soorten lactobacillen (melkzuur producerende bacteriën). Dit melkzuur helpt de pH (de zuurgraad) in de vagina te verlagen naar een waarde van 4,5. Deze zure omgeving beschermt de vagina tegen pathogene (ziekmakende) bacteriestammen die bijvoorbeeld een infectie kunnen veroorzaken.
De eerste resultaten van het gebruik van probiotica tijdens de zwangerschap zijn bemoedigend, maar ook hier moet nog meer onderzoek naar worden gedaan.

Vaginale microbioom test

De samenstelling van het vaginale microbioom varieert tussen vrouwen en kan gedurende het hele leven van een vrouw fluctueren. De overvloed aan verschillende bacteriesoorten in de vagina heeft een grote invloed op de reproductieve gezondheid en zwangerschapsuitkomsten van een vrouw. Het vaginale microbioom kan worden veranderd door exogene factoren die de reproductieve gezondheidsresultaten kunnen beïnvloeden.

Verstoring van de normale door lactobacillen gedomineerde vaginale microflora wordt in verband gebracht met reproductief falen en nadelige zwangerschapsuitkomsten, variërend van vroeg zwangerschapsverlies tot late miskraam en vroeggeboorte. Aangezien hoge percentages bacteriële vaginose worden waargenomen bij IVF-patiënten, verklaren abnormale vaginale microflora vermoedelijk, althans tot op zekere hoogte, reproductief falen evenals het verhoogde risico op nadelige zwangerschapsuitkomsten die bij deze patiënten worden waargenomen.

Dienovereenkomstig kan er een kans zijn om de slagingspercentages en resultaten van IVF te verbeteren. Het vaginale microbioom bij zwangere vrouwen is stabieler en wordt geassocieerd met een hoog gehalte aan Lactobacillus, in het bijzonder Lactobacillus crispatus en een lage bacteriële diversiteit.

Indicaties voor zo’n test zijn:

  • Vruchtbaarheid
  • Voor de start van, of tijdens een IVF of ICSI-behandeling
  • Bacteriële vaginose
  • Vaginale mycose (vulvovaginale candidose)
  • Kolonisatie door pathogene bacteriën
  • Seksueel overdraagbare pathogenen

Deze test omvat o.a. een vruchtbaarheidsresultaat ter beoordeling van de slagingskans op een reageerbuisbevruchting.
Onderzoeksresultaten laten een correlatie zien van de vaginale typen I, IV en V met een lager slagingspercentage voor een zwangerschap na een reageerbuisbevruchting (IVF).
Volgens het onderzoek van Koedooder et al kan uit het onderzoek van het vaginale microbioom een zogenaamd vruchtbaarheidsresultaat worden berekend, die de waarschijnlijkheid van een zwangerschap na een reageerbuisbevruchting aangeeft, afhankelijk van het vaginale microbioom.

Het vaginale microbioom is, op basis van de soorten bacteriën die zijn gedetecteerd, onderverdeeld in vijf typen (I-V). De vaginale typen I, II, III en V worden gekenmerkt door een lage diversiteit. Ze zijn gedifferentieerd op basis van de dominante Lactobacillensoorten.
De dominante soorten zijn:

  • Lactobacillus crispatus    bij type I, Ph 4.0
  • Lactobacillus gasseri       bij type II, Ph 5.0
  • Lactobacillus iners          bij type III, Ph 4.4
  • Diverse Bacteriesoorten bij type IV, Ph 5.3
  • Lactobacillus jensenii      bij type V, Ph 4.7

Vaginaal type I vertoont onder fysiologische omstandigheden de grootste vorming van melkzuur en daarmee de laagste pH-waarde.
Vaginaal type II en IV vertonen de laagste melkzuurvorming en dus hogere pH-waarden.

Bij het vaginale type IV of bij een bacteriële vaginose wordt de dominante lactobacillenflora verminderd ten gunste van andere soorten bacteriën zoals Gardnerella vaginalis en anaëroben zoals Bacteroides, Prevotella, Atopobium vaginae en Mobiluncus. Onder deze omstandigheden neemt de biodiversiteit toe, maar dit kan als een verstoord microbioom worden geïnterpreteerd.
Onderzoeksresultaten laten ook een correlatie zien tussen vaginale typen I en IV met een lager slagingspercentage voor zwangerschap na kunstmatige bevruchting (IVF).

Een verstoring in de vaginale microbiota kan op verschillende wijzen veroorzaakt worden.
De belangrijkste verstoorders zijn:

  • het gebruik van antibiotica,
  • hormonale (en andere) anticonceptiemiddelen,
  • geslachtsgemeenschap,
  • vaginale glijmiddelen,
  • vaginale douche,
  • menstruatie,
  • zwangerschap,
  • stress,
  • Effecten van hormoonontregelende chemicaliën op endometriumreceptoren en embryo-implantatie

Wat wordt er getest bij de vaginaal microbioomtest?

Bio-Indicatoren
pH-waarde 4,7 < 4,5
Biodiversiteit (Shannon-index) < 1,5
Vaginose-Score

Fysiologische flora
Lactobacillus spp.
Lactobacillus acidophilus
Lactobacillus crispatus
Lactobacillus gasseri
Lactobacillus jensenii
Lactobacillus pentosus
Lactobacillus ultunensis
Lactobacillus iners
Bifidobacterium spp

Vaginose-geassocieerde bacteriën
Aerococcus spp (Fermicutes)
Anaerotruncus spp (Clostridium)
Atopobium vaginae
Bacteroides spp
Dialister microaerophilus (Fermicutes)
Eggerthella spp (Actinobacterien)
Gardnerella vaginalis
Gemella spp
Megasphaera spp
Mobiluncus spp
Peptoniphilus spp
Prevotella spp
Sneathia spp
Proteobacteria

Besmettingssflora
Clostridium spp.
Escherichia spp.
Kluyvera spp.(familie Enterobacteriën)
Klebsiella spp.
Ruminocoocus spp.

Potentieel pathologische flora
Actinomyces spp.
Staphylococcus spp.
Staphylococcus aureus
Streptococcus spp.
Streptococcus agalactiae
Streptococcus pyogenes

Vaginale mycose
Candida spp.
Candida albicans
Candida glabrata
Candida krusei
Candida parapsilosis
Candida tropicalis
Geotrichum candidum

Seksueel overdraagbare ziekteverwekkers
Chlamydia trachomatis
Neisseria gonorrhoeae
Mycoplasma genitalium
Mycoplasma hominis
Ureaplasma parvum
Ureaplasma urealyticum
Trichomonas vaginalis

Indicatiegebieden vaginaal microbioom test:
Pijn bij of na het vrijen
Besmettingsflora
Chlamydia
Bacteriële vaginose / Vaginose-geassocieerde bacteriën
Schimmelinfectie/ Vaginale mycose (vulvovaginale candidose)
Vaginale jeuk, een branderig of schraal gevoel, pijn of irritatie. en irritatie
Vaginale afscheiding
Verminderde vruchtbaarheid
Vulvodynie (pijn aan de vulva)
Voor de start van, of tijdens een IVF of ICSI-behandeling
Allerlei huidaandoeningen zoals psoriasis, eczeem, vitiligo, lichen sclerosus en lichen planus kunnen ook op de vulva voorkomen.
Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s)
Kolonisatie door pathogene bacteriën
Vulvair vestibulitissyndroom
Vulvaire intra-epitheliale neoplasie (VIN)

 

Marijke de Waal malefijt

Marijke de Waal Malefijt

Referenties

Taha Baghbani, Hossein Nikzad. Dual and mutual interaction between microbiota and viral infections: a possible treat for COVID-19. Microbial Cell Factories volume 19, Article number: 217. (2020). https://microbialcellfactories.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12934-020-01483-1
Koedooder R. et al, The vaginal microbiome as a predictor for outcome of in vitro fertilization with or without intracytoplasmic sperm injection: a prospective study, Human Reproduction, 34(6):1042-1054, 2019.
Effects of Endocrine-Disrupting Chemicals on Endometrial Receptivity and Embryo Implantation: A Systematic Review of 34 Mouse Model Studies. https://www.mdpi.com/1660-4601/18/13/6840/htm
Variations in Vaginal, Penile, and Oral Microbiota After Sexual Intercourse: A Case Report.
Front. Med., 07 August 2019. https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fmed.2019.00178/full
Vaginale infecties. Reguliere behandeling van bacteriële vaginose, vaginale candidiasis en trichomoniasis.
https://www.ge-bu.nl/artikel/vaginale-infecties-ii-behandeling-van-bacteriele-vaginose-vaginale-candidiasis-en-trichomoniasis
Strus M, Chmielarczyk A, Kochan P, et al. Studies on the effects of probiotic Lactobacillus mixture given orally on vaginal and rectal colonization and on parameters of vaginal health in women with intermediate vaginal flora. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2012;163(2):210-215. doi:10.1016/j.ejogrb.2012.05.001. https://www.ejog.org/article/S0301-2115(12)00194-7/fulltext
An update on the role of Atopobium vaginae in bacterial vaginosis (2019)
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6560015/
Komiya S et al. Characterizing the gut microbiota in females with infertility and preliminary results of a watersoluble dietary fiber intervention study. J Clin Biochem Nutr. 2020;67(1):105-111. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7417798/
Verstraelen H, Verhelst R, Vaneechoutte M , Temmerman M. Group A streptococcal vaginitis: an unrecognized cause of vaginal symptoms in adult women. Arch Gynecol Obstet 2011;284:95-8. https://pubmed-ncbi-nlm-nih-gov.translate.goog/21336834/