skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Screening van EHS (Electro-Hoog-Sensitieven) door biomarkers

Straling van bijvoorbeeld mobiele telefoons, tablets, WiFi, UMTS-masten of DECT-telefoons is ongezond. Daarvoor is steeds meer wetenschappelijk bewijs. Op dit moment heeft naar schatting 5-10 % van de mensen lichte tot ernstige gezondheidsklachten als gevolg van deze elektromagnetische velden (EMV).

Zit EHS tussen de oren of toch niet?

Wanneer zij met deze klachten aankloppen bij hun huisarts of specialist, worden ze helaas lang niet altijd serieus genomen. Vaak krijgt men te horen dat de klachten psychosomatisch zijn en dus ‘tussen de oren’ zitten.

Wellicht verandert deze misvatting in de toekomst omdat er een groep biomarkers blijkt te zijn, waarmee de diagnose ‘electrohooggevoeligheid’ kan worden vastgesteld (1). Biomarkers zijn organische substanties die wijzen op bepaalde biologische processen

Toenemend aantal mensen is ElectroHoogSensitief

Wereldwijd is er een toenemend aantal mensen dat ElectroHoogSensitief is. Zij maken melding van ernstig invaliderende, in meerdere organen voorkomende, aspecifieke symptomen. Symptomen die vaak worden geassocieerd met MultiChemischeSensitivieit (MCS) en/of andere omgeving gerelateerde ziekten (Sensitivity-Related Illnesses (SRI), wanneer zij worden blootgesteld aan lage doses electromagnetische straling.

Biomarkers en handelingsrichtlijnen

Deze cluster van chronische ontstekingskwalen mist tot op heden nog steeds gevalideerde pathogene mechanismen, diagnostische biomarkers en handelingsrichtlijnen.
De onderzoekers formuleerden als hypothese dat SRI, dat niet overwegend psycho-genetisch gerelateerd is, kan komen door onvoldoende detoxificatie van fysiek-chemische stressoren. Dit zou ook het geval kunnen zijn bij Electro-Hoog-Sensitiviteit (EHS).

Gebaseerd op hun eerdere MCS-onderzoeken, testten ze een groep van 12 metabolische bloed-redox gerelateerde parameters en drugs-metaboliserende polymorphische enzymgenen uit op 153 EHS-ers, 142 MCS-ers en een controlegroep van 132 Italianen. Ze concludeerden dat bij MCS sprake was van veranderingen (P < 0.05-0.0001) in glutathione-(GSH), GSH-peroxidase/S-transferase, en katalase erythrocyten activiteiten.

Diagnostisch instrument voor EHS

De onderzoekers beschrijven vergelijkbare, hoewel mildere, metabolische pro-oxidanten / pro-ontstekingsveranderingen in EHS met duidelijk veranderde plasma co-enzym-Q10 oxidatieverhoudingen.

Ernstige uitputting van erythrocyten membranen met poly-onverzadigde vetzuren met toenemende ω 6/ ω 3 verhouding was geconstateerd in MCS, maar niet in EHS. Ze vonden een aanmerkelijk (P = 0.003) veranderde distributie-versus-controle van de CYP2C19∗1/∗2 SNP varianten in EHS. Daarnaast een 9.7-voudig toegenomen risico (OR: 95% C.I. = 1.3-74.5) om EHS te ontwikkelen voor de haplotype (nihil)GSTT1 + (nihil)GSTM1 varianten.

Al met al versterken deze resultaten m.b.t. MCS en EHS de hypothese van de onderzoekers en zij komen met het voorstel om deze groep van bloedmetabolisch/genetische biomarkers als een passend diagnostisch instrument over te nemen voor EHS.

Commentaar NDN

In gereduceerde vorm (GSH) is glutathion één van de krachtigste lichaamseigen antioxidanten. GSH helpt om cellulaire macromoleculen zoals proteïnen en membraanlipiden tegen „vrije radicalen“ (reactieve zuurstofdeeltjes) te beschermen. Reactieve zuurstofdeeltjes (zoals zuurstofradicalen of waterstofperoxide) worden voortdurend in het lichaam gevormd als bijproducten van de oxidatieve ademhaling of als een gevolg van stress, uv-straling etc. Deze zijn een vrij groot gevaar voor talrijke celbestanddelen.

GSH speelt een belangrijke rol in fase II bij de uitscheiding (biotransformatie) van schadelijke stoffen zoals zware metalen of pesticiden, alcohol evenals reactieve afbraakproducten die tijdens fase I van het detoxificatieproces kunnen ontstaan. GSH maakt deze stoffen via (enzymatische of niet-enzymatische) conjugatie beter in water oplosbaar, waardoor ze gemakkelijker uitgescheiden kunnen worden via urine of gal.

In gezonde cellen en weefsels komt meer dan 90% van de totale hoeveelheid glutathione voor in de gereduceerde vorm (GSH) en minder dan 10% in de disulfide vorm (GSSG). Een verhoging van de GSSG-naar-GSH verhouding is een aanwijzing voor oxidatieve stress.

Vrijwel alle lichaamscellen bevatten glutathion, maar de hoogste concentratie wordt gevonden in de levercellen. Boven de leeftijd van 40 jaar nemen de glutathionspiegels in het lichaam af. Vanaf die leeftijd kan soms een afname tot 20 à 30% van de klinisch aanvaardbare hoeveelheid worden waargenomen. Bij chronisch zieken kan ook een duidelijke afname van de glutathionspiegel worden geconstateerd.

In Nederland is het testen op Glutathion totaal, Glutathion oxidatie/reductie en Glutathion-S-transferase via speciale laboratoria mogelijk.

Literatuur en links:

(1) Mediators Inflamm. 2014;2014:924184. doi: 10.1155/2014/924184. Epub 2014 Apr 9.
Metabolic and genetic screening of electromagnetic hypersensitive subjects as a feasible tool for diagnostics and intervention.
De Luca C1, Chung Sheun Thai J2, Raskovic D3, Cesareo E3, Caccamo D4, Trukhanov A5, Korkina L1.
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=24812443

(2) Oxid Med Cell Longev. 2013;2013:831969. doi: 10.1155/2013/831969. Epub 2013 Jul 7.
Xenobiotic sensor- and metabolism-related gene variants in environmental sensitivity-related illnesses: a survey on the Italian population.
Caccamo D1, Cesareo E, Mariani S, Raskovic D, Ientile R, Currò M, Korkina L, De Luca C.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23936614

(3) Mol Diagn Ther. 2013 Jun;17(3):165-84. doi: 10.1007/s40291-013-0028-5.
Applications of CYP450 testing in the clinical setting.
Samer CF1, Lorenzini KI, Rollason V, Daali Y, Desmeules JA.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23588782