skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1000 artikelen over gezondheid!

Vanaf de tweede wereldoorlog is er veel veranderd in het Nederlandse eet- en leefpatroon. Factoren, zoals overmatige stress, lucht- en watervervuiling, antibioticagebruik en onevenwichtige voeding hebben bij bepaalde kinderen (en volwassenen) geleid tot een ontregeld immuunsysteem, verzwakte vertering, verstoorde darmflora en/of dysfunctioneel stressregulatiesysteem.

Gevolgen voor kinderen

Het gevolg is dat deze kinderen vaak al in hun eerste levensjaar een abnormale reactie vertonen op bijvoorbeeld kleine of normale hoeveelheden geluid, stress, huisstofmijt, schimmelsporen in de lucht en bepaalde bestanddelen in huidverzorgingsmiddelen en voeding, zoals AZO-kleurstoffen, koemelk, ei, pinda, soja, tarwe en citrusfruit. Ze zijn “overgevoelig”.

Klachten

Klachten die kunnen wijzen op voedselovergevoeligheid bij baby´s zijn:
– (atopisch) eczeem
– darmkrampen
– meer dan 1½ tot 2 uur huilen per dag
– onrust, slecht slapen
– prikkelbaarheid, slecht humeur
– astma
– achterblijven in de ontwikkeling (groei, motoriek)
– recidiverende infecties van oren of luchtwegen en chronische neusverkoudheid
– ontlastingsproblemen: diarree, verstopping, slijm, bloed of voedselresten in de ontlasting.

Bovengenoemde klachten komen niet uitsluitend voor bij voedselovergevoeligheid. Andere veel voorkomende oorzaken zijn: verteringsproblemen, verstoringen in de darmflora, post-vaccinatie problematiek, gebruik van antibiotica, stress en verschuiving van wervels en/of schedeldelen tijdens de bevalling.

Een goede basis begint al vóór de zwangerschap

Een gezonde, natuurlijke voeding helpt kinderen van deze tijd zich optimaal lichamelijk, geestelijk en emotioneel optimaal te ontwikkelen. De basis hiervoor wordt gelegd tijdens de zwangerschap en de eerste levensjaren. Het is dan ook zaak om al in een zo vroeg mogelijk stadium (aanstaande) ouders en hun kind te ondersteunen in het gebruik van een gezonde voeding. Vroeg beginnen In een optimale situatie meldt een vrouw met een zwangerschapswens zich vóór de zwangerschap voor voedingsbegeleiding. Het is dan mogelijk de voeding en gezondheid van de moeder te optimaliseren, zodat zij goed voorbereid en in goede conditie begint aan de zwangerschap en de (op)voeding van haar kind. Regelmatig zien we vrouwen in niet-optimale conditie een zwangerschap in gaan. Door uitputting zijn ze soms niet meer in staat borstvoeding te geven. Ontzettend jammer, want borstvoeding is en blijft de beste start voor een kind.

Mama’s darmflora bepaalt die van het kind

Nog een reden om al voor de zwangerschap met voedingsinterventie te starten is de nauwe relatie tussen de darmflora van de moeder en het kind. Bij een natuurlijke, vaginale geboorte bepaalt de samenstelling van de darmflora van moeder de darmflora van de baby. Door een goede opbouw van de darmflora wordt het immuunsysteem getraind om zich te wapenen tegen infecties en niet onnodig en/of te heftig op allergenen te (over)reageren. Ook worden de voedingsstoffen beter opgenomen.

Meer over het belang van een goede darmflora, ook vóór de zwangerschap vindt u in
icon deze pdf-bijlage.

De beste voeding is borstvoeding

Veel gezondheidsproblemen bij baby´s kunnen worden voorkomen door het uitsluitend geven van borstvoeding tot ze zes maanden oud zijn. Ook bij start van de bijvoeding is het doorgeven van moedermelk tot een leeftijd van één jaar uit gezondheidsoogpunt de meest ideale keuze. Jammer genoeg lukt het maar weinig vrouwen om zes maanden of langer borstvoeding te geven.

79% van de moeders start met borstvoeding en maar 25% geeft rond de zes maanden nog uitsluitend borstvoeding. Onzekerheid over de kwaliteit van de borstvoeding, onvoldoende kennis over het belang van borstvoeding en borstvoedingstechnieken, uitputting en onvoldoende steun vanuit de omgeving (ziekenhuis, partner, werkgever, consultatiebureau) spelen hierbij een rol (12, 13). Bij borstvoedingsproblemen is het aan te raden de hulp in te roepen van een lactatiedeskundige.

Een overzicht van alle gezondheidsvoordelen van borstvoeding vindt u in de pdf-bijlage hierboven. Daar staan ook voedingsadviezen bij het geven van borstvoeding.

Allergie in de familie en borstvoeding

Bij een allergie, voedselovergevoeligheid, astma, hooikoorts of eczeem bij de moeder, vader of ouder broertje of zusje is er een vergroot risico op een overgevoeligheid bij de baby. In zo´n geval heeft het geven van borstvoeding en stoppen met roken een belangrijk preventief effect op het ontwikkelen van een eventuele overgevoeligheid. Door een hypo-allergeen dieet te volgen maakt de moeder haar eigen melk hypo-allergeen.

Voorkomen is beter dan genezen

Ze laat dan de belangrijkste potentieel allergenen uit haar voeding. Dit zijn vooral melkproducten van koe, schaap, paard en geit, ei, noten,zaden en pinda. Soms is het ook nodig vis, schaal- en schelpdieren en soja weg te laten. Dit dieet voorkomt of vermindert allergische klachten bij de baby. Ook wordt het curatief ingezet bij een al bestaande voedselallergie (16).

Het is van belang, dat de vrouw 4-6 weken voor de uitgerekende datum met het hypo-allergene dieet start. Dit om te zorgen, dat op moment van de geboorte de moedermelk direct hypo-allergeen is. Allergenen worden nog tot 3 dagen na consumptie in de moedermelk aangetroffen. Ook heeft de vrouw dan nog voldoende tijd om thuis te raken in het dieet. Bij deze voeding is de inname van vitamine D, vitamine B2, calcium, magnesium en omega-3-vetzuren een aandachtspunt.

Flesvoeding

De meeste flesvoedingen bevatten veel minder prebiotische stoffen, eicosopentaeenzuur (EPA), docosahexeenzuur (DHA) en gamma-linoleenzuur (GLA) dan moedermelk (18). Als de baby flesvoeding krijgt geven we de voorkeur aan flesvoeding verrijkt met prebiotica (galacto-oligosachariden, fructose-oligo-sachariden). Dit vanwege de positieve effecten op de ontwikkeling en samenstelling van de darmflora en risicovermindering op allergische klachten.

De flesvoeding is eventueel te verrijken met een capsule met visolie in combinatie met een capsule teunisbloemolie/borage-olie en een probioticum op basis van de bifidobacterium infantis. Dit om de samenstelling van flesvoeding meer richting de samenstelling van moedermelk te brengen. Als de baby uit een overgevoelige familie komt of overgevoeligheidsklachten vertoond is het noodzakelijk over te gaan op hypo-allergene flesvoeding.

Door de voeding te verrijken met visolie, teunisbloemolie of borageolie, eventueel een prebioticum en een probioticum met de bifidobacterium infantis en lactobacillus rhamnosus GG benadert de flesvoeding meer de natuurlijke samenstelling van moedermelk, wordt de opbouw en samenstelling van de darmflora ondersteund en vermindert het risico op allergische klachten of worden bestaande overgevoeligheidsklachten verminderd (2, 4, 5). Prebiotica kunnen darmkrampen en overmatige gasvorming bij de baby veroorzaken. Dit is te verhelpen door de dosis geleidelijk aan te verhogen, de dosering laag te houden (1/2-1 theelepel) of zo nodig het gebruik te staken.

Bijvoeding

De kleine vegetarierVanaf zes maanden kan er worden begonnen met het gebruik van bijvoeding naast moedermelk of flesvoeding. Eerder is in de meeste gevallen niet aan te raden in verband met een hoger risico op het ontstaan van voedselovergevoeligheid en spijsverteringsklachten (16). Zie voor de uitgebreide adviezen het eerdergenoemde pdf-bestand.

De kleine vegetarier

In het boek ‘De kleine vegetariër'(Karakter uitgevers) geven Antoinette Hertsenberg en natuurdiëtiste Marion Pluimes tips, adviezen en vooral heel erg veel lekkere en voedzame recepten voor kinderen van alle leeftijden. Van baby’s, peuters en kleuters tot aan tieners; voor iedere groep zijn er lekkere vegetarische recepten, die bovendien – met een beetje hulp – ook door de kinderen zelf gemaakt kunnen worden.Per leeftijds-categorie wordt aangegeven wat uw kind aan voedingsstoffen nodig heeft.Het boek geeft informatie over gezonde en gevarieerde voeding, inzicht in het samenstellen van een afwisselende vegetarische maaltijd en heeft ruim 75 originele en gezonde recepten. Daarnaast staan er tips en adviezen in over vegetarisch eten tijdens de zwangerschap
Bijvoeding bij overgevoelige baby´s Bij overgevoelige baby´s is er een andere opbouw van de bijvoeding. De introductie van voedingsmiddelen moet gestructureerd en in opbouwende hoeveelheid worden gegeven. U vindt weer een overzicht hiervan in het eerdergenoemde pdf-bestand.

Verteringscapaciteit

Een aandachtspunt in het eerste levensjaar is de consistentie van de voeding en de hoeveelheid grove vezels. Bij sommige kinderen is de ontwikkeling van de verteringskracht wat trager dan bij anderen. Dit is onder andere te merken aan buikkrampen, verstopping, diarree en voedselresten in de ontlasting. De klachten ontstaan vooral bij gebruik van te veel, te grof of zwaar voedsel, zoals (grof) volkorenbrood, bonen, vlees, grove stukken (gekookte) groenten en rauw fruit. Voedingsadviezen bij verteringsproblemen vindt u in het eerdergenoemde pdf-bestand. Zwakke vertering en voedselovergevoeligheid Bij overgevoelige baby´s wordt vaak een combinatie van een zwakke verteringscapaciteit met een verstoring van de darmflora gevonden. De overgevoeligheid kan verminderen of verdwijnen als de vertering en darmflora voldoende op krachten is gekomen. Houd daarom met de voeding rekening met een zwakke vertering.

Literatuur en links:

Bron: Het tijdschrift Van Nature nr. 6 najaar 2007

Referenties:
1. Saavedra JM, Bauman NA, Oung I, Perman JA, Yolken RH. Feeding of bifidobacterium bifidum en streptococcus thermophilus to infants in hospital for prevention of diarrhoea and shedding of rotavirus. Lancet 1994; 344: 1046-1049
2. Majamaa H, Isolauri E, Probiotics: a novel approach in management of food allergy, J. Allergy Clin. Immunol. 1997, 99: 179-185
3. Vanderhoof JA. Use of probiotics in childhood gastrointestinal disorders, J. Pediatr. Gastroenterol Nutr. 1998, 27(3):323-332
4. Kalliomaki M, Salminen S, Arvilommi H, et al. Probiotics in primary prevention of atopic disease, a randomised placebo-controlled trial, Lancet 2001, 357:1076-1090
5. Kalliomaki M, Salminen S, Arvilommi H, et al. Probiotics and prevention of atopic desease: 4-years follow-up of an randomised placebo-controlled trial. The Lancet 2003; 361: 1869-1871.
6. Gdalevich M, Mimouni D, Mimouni M. Breast-feeding and the onset of atopic dermatitis in childhood, J. Am. Acad. Dermatology 2001, 45:520-527
7. Gdalevich M, Mimouni D, Mimouni M. Breast-feeding and the risk of bronchial asthma in childhood, J.Pediatrics 2001,139:261-266
8. Goldman AS. The immune system of human milk: antimicrobial, anti-inflammatory and immunomodulating properties, Pediatr. Infect. Dis. J. 1993,12:664-671
9. Pickering LK, Granoff DM, Erickson JR, et al. Modulation of the immune system by human milk and infant formula containing nucleotides. Pediatrics 1998,101:242-249
10. Semmekort BA. Borstvoeding en het immuunsysteem, Tijdschrift Verloskunde, 2001,26(4):296-303
11. Stegeman NE. Voeding bij gezondheid en ziekte, 1997, ISBN9001809839
12. Burgmeijer RJF, Reijneveld SA. Motieven om te stoppen met borstvoeding TNO Preventie en Gezondheid, maart 2002
13. Lantinga Cl, Herschderfer K, Wouwe JP van, et al. Peiling melkvoeding van zuigelingen 2001/2002, Leiden, TNO-PG, 2002, publicatie nr. 2002/309 ISBN 9067439622
14. Goyens PLL et al. Conversion of alpha-linolenic acid in humans is influenced by the absolute amounts of alpha-linolenic and linoleic acid in the diet and not by their ratio. Am. J. Clin. Nutr. 2006;84:44-53.
15. Rist l, Mueller A, Barthel C, et al. Influence of organic diet on the amount of conjugated linoleic acids in breast milk of lactating women in the Netherlands, Br.J.Nutr.2007, 97:735-743
16. Voedingscentrum, Landelijke standaard voedselallergie bij zuigelingen, vijfde druk 2005.
17. Compendium Dieetproducten en voedingsmiddelen 2007 34ste editie, Bohn Stafleu van Loghum.