skip to Main Content
Groot kenniscentrum met meer dan 1500 artikelen over gezondheid!

Voeding & Nierstenen

Een niersteen (zie You tube uitleg) is een kristal dat zich vormt in de urinewegen. Urine kan onder bepaalde omstandigheden (over)verzadigd zijn met bepaalde oplosbare stoffen. Deze stoffen (slecht oplosbare zouten en mineralen) slaan soms neer in de vorm van kristallen. Deze kristallen kunnen soms groot genoeg worden om obstructies te vormen of andere klachten te veroorzaken in de urinewegen. Men spreekt dan van nierstenen, ureterstenen of blaasstenen, afhankelijk van waar de steen zich bevindt. Er zijn verschillende soorten nierstenen.
CalciumstenenVerreweg de meeste nierstenen (75-80%) zijn samengesteld uit calciumzouten, vooral calciumfosfaat en calciumoxalaat. Ze zijn meestal vrij klein, maar kunnen ook een doorsnee van 10 mm bereiken.
StruvietstenenIn 10 į 15% van de gevallen gaat het om struvietstenen. Deze worden veroorzaakt door een infectie aan de urinewegen en komen vooral bij vrouwen voor. Struvietstenen worden ook wel infectiestenen genoemd. Struvietstenen groeien snel en kunnen leiden tot nierontstekingen en een verminderde nierwerking. Struvietstenen ontstaan meestal in aanwezigheid van een bepaalde bacterie (vooral Proteus mirabilis) die ureum omzet in ammoniak en koolstofdioxide (ammoniumcarbonaat).
UrinezuurstenenOngeveer 5% van de gevallen zijn urinezuurstenen. Deze bestaan uit urinezuur en kunnen te wijten zijn aan een te vleesrijk dieet, aan te weinig drinken, aan een lage zuurgraad van de urine, of ze worden veroorzaakt door ziekten als jicht.
CystinestenenCystinestenen, stenen die bestaan uit cystine (een aminozuur), komen alleen voor in geval van een genetische afwijking en zijn vrij zeldzaam (<1%). Deze stenen kunnen ook ontstaan bij een overdosering van vitamine D.

Nier koliek

Nierstenen die klein genoeg zijn om uit geplast te worden, hoeven geen klachten te geven. Stenen die kleiner zijn dan 5 mm kunnen het lichaam langs de natuurlijke weg verlaten en dat gebeurd vaak ongemerkt. Wanneer een grotere niersteen, op weg naar buiten, in de urineleider blijft steken, is er sprake van een niersteenaanval(koliek).

Een vastzittende niersteen geeft vaak de volgende klachten:
– Vage pijn in de onderrug die steeds heviger wordt en uitstraalt naar de lende en lies; de pijn is hevig en veel mensen zijn daarbij zeer onrustig in een poging een houding te vinden om de pijn draaglijk te maken
– Bloed in de urine door beschadiging van de nier of urineleider
– Zweten, misselijkheid en braken
– Drang tot plassen en pijn bij het plassen.

Wanneer de vastzittende niersteen een ontsteking in de urineleider veroorzaakt, geeft dit de volgende bijkomende symptomen:
– koorts en rillingen
– onaangenaam ruikende en troebele urine
– branderig gevoel tijdens het plassen en vaak moeten plassen.

Oorzaken van nierstenen

Nierstenen kunnen diverse oorzaken hebben:

– Vochtgebrek: het samenklonteren van kristallen in de nier hangt vaak samen met een gebrek aan vocht. Daardoor is er een grotere kans op kristalvorming, wat tot nierstenen kan leiden. Vochtgebrek kan bijvoorbeeld ontstaan door te weinig drinken, uitdroging door diarree of door hevige transpiratie.
– Een verstoorde zuurgraad, of ph-waarde (lager dan 5.3), van de urine.
– Een tekort aan citraat, een stof die de vorming van kristallen tegengaat. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij een dieet dat te rijk is aan dierlijke eiwitten. De dierlijke eiwitten belemmeren de uitscheiding van citraat.
– Urineweginfecties (blaasontsteking).
– Erfelijkheid: in een familie kan de samenstelling van de urine onvoldoende stoffen bevatten die de kristalvorming belemmeren.
– De samenstelling van de urine speelt een rol bij de vorming van nierstenen. De kans op nierstenen neemt toe als de urine rijk is aan calcium, oxalaat of urinezuur. Bij nierstenen is meestal sprake van een overdaad aan calcium in de urine.

Zit er echter te veel oxalaat in de urine, dan wordt er vaak te veel voedsel gegeten dat oxalaat bevat, zoals rabarber en spinazie. Ook een verstoorde darmflora en een darminfectie kan voor oxalaatrijke urine zorgen. Darmbacteriėn kunnen oxaalzuur afbreken, zodat het niet opgenomen kan worden. Uit onderzoek blijkt dat suppletie met microbiotica de oxaalzuurconcentratie in de urine aanzienlijk doet dalen.

Oxaalzuur

Oxaalzuur wordt in verband gebracht met nier- en blaasstenen. Hoge concentraties oxaalzuur in de urine worden beschouwd als een risicofactor voor de vorming van calciumoxalaat stenen, die ongeveer 75% van alle nierstenen uitmaken. Het is opvallend dat deze stoffen vooral te vinden zijn in voeding die als de meest gezonde voeding beschouwd wordt: groenten, fruit, peulvruchten, noten, zaden, kruiden, thee, enz.

Het lichaam heeft oxaalzuur nodig. Indien er niet voldoende in de voeding aanwezig is, maakt het lichaam zelf oxaalzuur aan uit ascorbinezuur. Waar doet oxaalzuur?
– bevordert de darmperistaltiek
– haalt calcium uit de vaatwanden (plaque)
– wordt omgezet in waterstofperoxide (H2O2) om ziekteverwekkende micro-organismen te vernietigen
– is een antioxidant
– voorkomt lipidperoxidatie (oxidatie van vetten)
– voorkomt oxidatie van ascorbinezuur
– regelt de pH (spijsvertering, enzymatische reacties)
– bindt zware metalen en verwijdert deze
– is nodig voor de aanmaak van o.a. orootzuur (vitamine B13)

Oxaalzuur bindt met calcium in de darm en wordt vervolgens met de stoelgang verwijderd. Bij een gebrek aan galzouten worden vetten niet goed opgenomen en is er een grote hoeveelheid onverteerde vetten in de darm aanwezig.

Calcium zal in dat geval eerder binden met de vetten dan met oxaalzuur. Het oxaalzuur blijft daardoor ongebonden en kan gemakkelijk opgenomen worden.
Spinazie bevat van nature een enzym dat oxaalzuur afbreekt. Nitraten (meststoffen) inactiveren het enzym.
Koken zet oxaalzuur (zuur) om in oxalaten (zouten). Het zijn deze zouten die verantwoordelijk zijn voor de vorming van calciumoxalaat stenen.

Groter risico op nierstenen door zuurvormende voeding

Wetenschappers van het Brigham and Women’s Hospital in Boston onderzochten een mogelijk verband tussen de mate van zuurbelasting vanuit de voeding en het ontstaan van nierstenen. Aan het onderzoek deden 44.581 mannen uit de Health Professionals Follow-up Study mee en 73.154 oudere vrouwen en 91.509 jongere vrouwen uit de Nurses’ Health Study I en II. De deelnemers werden gedurende respectievelijk 24 jaar, 26 jaar en 16 jaar gevolgd.

De onderzoekers geven aan dat vaak eten van zuurvormende voeding (zoals veel vlees, kaas, vis, ei, soja, peulvruchten) de uitscheiding van citraat via de urine kan verminderen, wat in verband wordt gebracht met een verhoogd risico op de vorming van nierstenen.
Uit twee andere studies die tijdens dit congres in Atlanta (VS) werden gepresenteerd, bleek verder dat een hoge zuurbelasting (vanuit de voeding) bij patiėnten met chronische nierinsufficiėntie, de kans op progressie tot terminaal nierfalen aanzienlijk vergroot.

Vitamine C geeft geen nierstenen

In de medische literatuur wordt nog vaak aangehaald dat vitamine C het risico op nierstenen verhoogt omdat het omgezet wordt in oxaalzuur. In 1985 werd dit al weerlegd, toen men tijdens de meting erachter kwam dat het hoge gehalte aan oxaalzuur uit vitamine C gevormd werd in het laboratorium.

In het lichaam kunnen kleine hoeveelheden oxaalzuur aangemaakt worden uit vitamine C tot een bepaald punt van verzadiging, dus meer vitamine C nemen, leidt niet tot nog hogere oxaalzuurconcentraties. Professor Allen Rodgers van de Universiteit van Cape Town, een expert op het gebied van nierstenen, heeft veel onderzoek gedaan naar het verband tussen vitamine C en nierstenen. Vitamine C veroorzaakt geen nierstenen, aldus Rodgers.

Vitamine C kan in sommige situaties juist zeer goed uitpakken voor de nieren. Denk daarbij aan contrast-geļnduceerde nefropathie (CIN). Contrastvloeistoffen die ingespoten worden om beeldvorming van bloedvaten mogelijk te maken, kunnen de nieren belasten. Gelukkig komt dit niet zo vaak voor (ongeveer in 3,3 % van de gevallen).

In een studie bleek vitamine C een contrast-geļnduceerde nefropathie (CIN) te kunnen voorkomen bij mensen met een verzwakte nierfunctie die een coronaire angiografie ondergingen. CIN kwam bij 3 % van de patiėnten voor, vergeleken met 7,3 % in de placebogroep. Het verschil was niet statistisch sterk genoeg, mogelijk omdat de frequentie van CIN erg laag lag in deze studie.

Wel werd een significante verbetering van de nierfunctie vastgesteld. De patiėnten kregen 3 gram vitamine C (of placebo) vlak voor de procedure en 2 gram na de procedure.

Toename van creatinine vlak na de procedure met de contrastvloeistoffen kan een teken van CIN zijn. De nieren staan voortdurend onder een lagere zuurstofspanning, wat de productie van vrije radicalen in de hand werkt. Contrastvloeistof veroorzaakt bovendien een daling van nierdoorbloeding (daling van 50 %), dus de nieren ervaren dan tijdelijk een hoge zuurstofnood.

Behandeling

Nierstenen die niet spontaan worden geloosd kunnen op een aantal manieren worden verwijderd:
1.Door chemolyse (oplossen)
2.Vergruizing door niersteenvergruizer
3.Operatief ingrijpen.

Met name nierstenen die grotendeels uit urinezuur bestaan zijn goed aan te pakken door de pH van de urine te verhogen. Het verhogen van de pH van de urine naar circa 6,5 geeft de meest optimale condities voor het oplossen van urinezuurstenen. De pH van de urine verder verhogen tot 7,0 heeft weinig additioneel effect op urinezuur-steenoplossing.

Daarentegen neemt het risico op calciumfosfaat-steenvorming toe. De pH van de urine kan goed in de gaten worden gehouden met een pH-indicator. Op deze wijze kan een gemiddelde afname van de straal van de nierstenen van circa 10 mm per maand worden bereikt.

Chemolyse van de urine kan worden bereikt door het gebruik van middelen die een alkaliserend effect heeft op de urine. Met bepaalde voedingsaanvulling kan eenzelfde effect worden bereikt. Met name mineraalbicarbonaten (kaliumbicarbonaat en natriumbicarbonaat) en mineraalcitraten (kaliumcitraat, magnesiumcitraat) hebben eenzelfde effect en hebben bovendien als extra voordeel dat ze de citraatconcentratie in de urine verhogen.

Verhoogde citraatconcentratie in de urine vermindert vorming van calciumoxalaatstenen. Een oplossing van kaliumcitraat en kaliumbicarbonaat kan nierstenen doen oplossen en verdwijnen.

Steenvormingbevorderende- en steenvormingremmende stoffen

Er komen in de urine steenvormingbevorderende- en steenvormingremmende stoffen voor. Een algemene manier om (alle soorten van) nierstenen te voorkomen is veel te drinken. Een goede hydratatie helpt om de urine minder geconcentreerd te maken – hierdoor wordt het verzadigingspunt waarbij kristalvorming optreedt minder vaak of helemaal niet meer bereikt en vergroot de kans om de steen via natuurlijk weg uit te wateren. Men moet zich aanwennen om systematisch en blijvend meer te drinken.

Bij nierstenen is het dus belangrijk veel te drinken. Daardoor wordt de urine minder geconcentreerd. De kristalvorming wordt beperkt of treedt helemaal niet meer op. Aan te raden is dagelijks tussen de 2 en 3 liter per dag te drinken, in elk geval voldoende voor 2 liter urine. Let ook op de kleur van de urine: bij voldoende vocht is die heel licht. Geschikte dranken zijn water zonder koolzuur. Beperk ook koffie, thee en alcoholische dranken. Let op dranken met fosforzuur (E 338), dat de aanmaak van nierstenen kan bevorderen.

E-nummers

Fosfaat additieven spelen een belangrijke rol in de vleesindustrie. De orthofosfaten (E339, E340 en E341) kunnen gebruikt worden als zuurteregelaars. De difosfaten (E450), trifosfaten (E451) en polyfosfaten (E452) worden het meest toegevoegd. Zij beļnvloeden de waterbinding van vlees op verschillende niveaus en dragen hierdoor bij tot de structuur en textuur.

Fosfaat wordt ook in de kaasindustrie gebruikt bij het maken van zachte kazen. Door het toevoegen van fosfaat verliezen de eiwitten hun structuur en kunnen ze meer water binden. Ook in de frisdrankindustrie worden fosfaten in grote hoeveelheden gebruikt.

Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat fosfaat schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Er zijn twee soorten fosfaten in de voeding: de natuurlijk aanwezige fosfaten en de toegevoegde fosfaten. Fosfaten komen voor in de vorm van organische esters in eiwitrijke voeding zoals zuivelproducten, vis, vlees, sauzen en eieren.

Het is niet nodig deze fosfaten te schrappen uit de voeding, want ze worden slechts in beperkte mate geabsorbeerd door het lichaam. Bovendien kan eiwitbeperking eiwitondervoeding geven. De toegevoegde fosfaten (voedseladditieven/ E nummers) worden daarentegen wel in grote mate opgenomen door de dunne darm. Het is reeds langer bekend dat dit bij mensen met een chronische nieraandoening slecht uitpakt.

Commentaar NDN

Naargelang de soort steen zijn er bijkomende preventiemaatregelen. Voor calciumstenen is het vaak niet nuttig om kalkhoudende producten te mijden. De hoeveelheid zout in het eten beperken is bij deze stenen wel raadzaam.

Beperk het gebruik van zout en suiker omdat zowel zout als suiker het calciumgehalte in de urine kan verhogen. Beperking van zout en suiker kan de vorming van cystinestenen verminderen. Natrium is een onderdeel van (keuken)zout. Het advies is dan ook om het gebruik van natriumrijke producten te beperken. Dat wil zeggen: zoutrijke producten beperken, zoals (keuken) zout, bouillon(tabletten), ketjap, sauzen uit pakjes, pizza, chips en andere zoute snacks, kant- en -klaarproducten, zoute haring, drop, etc.

Bij urinezuurstenen is het aan te raden purinerijke producten te mijden. Purine komt voornamelijk voor in wijn, bier (ook alcoholvrij bier), vis (met name in ansjovis, sardines, krab, haring, makreel, hom, garnalen, sprot, wijting), orgaanvlees (lever, niertjes, zwezerik en hersenen), vlees, kip, wild en gevogelte en gistrijke producten (marmite, vleesjus, justabletten en –poeders) en peulvruchten (zoals kapucijners en linzen).

Wees spaarzaam met vlees, omdat de dierlijke eiwitten in vlees de calciumuitscheiding kunnen bevorderen en de citraatuitscheiding tegengaan. Eet voldoende citrusvruchten. Beperk de inname van groene bladgroenten, rabarber, chocolade, cola, thee en noten. Eet bij oxalaatstenen geen sterfruit, want deze bevat veel oxalaat. Superfoods zoals cacao en spinazie zijn rijk aan oxaalzuur en worden tegenwoordig vaak in smoothies gebruikt.

Marijke de Waal Malefijt

 

 

 

 

Marijke de Waal Malefijt

Literatuur en links:

Thomas LD, Elinder CG, Tiselius HG, et al. Ascorbic Acid Supplements and Kidney Stone Incidence Among Men: A Prospective Study. JAMA Intern Med. 2013 Feb 4:1-2.
Liebman M, Al-Wahsh IA. Probiotics and other key determinants of dietary oxalate absorption. Adv Nutr. 2011 May;2(3):254-60.
Paulien Gunther. Divine Prescription and Science of Health and Healing. TEACH Services, Inc. (1995). ISBN 978-1572580176.
Kayashima T, Katayama T. Oxalic acid is available as a natural antioxidant in some systems. Biochim Biophys Acta. 2002 Oct 10;1573(1):1-3.
Ēaliskan M.The Metabolism of Oxalic Acid. Turk J Zool 24 (2000);103–106.
Robertson DS. The function of oxalic acid in the human metabolism. Clin Chem Lab Med. 2011 Sep;49(9):1405-12.
Charnow JA: Higher Dietary Acid Load Raises Kidney Stone Risk; Renal & Urology News, december 2013.
Trinchieri A, Esposito N, Castelnuovo C. Dissolution of radiolucent renal stones by oral alkalinization with potassium citrate/potassium bicarbonate. (2009) Arch Ital Urol Androl 81:188-191. PMID 19911683. Gratis volledige artikel
Cicerello E, Merlo F, Maccatrozzo L. Urinary alkalization for the treatment of uric acid nephrolithiasis. (2010) Arch Ital Urol Androl 82:145-148. PMID 21121431.
Pak CY, Sakhaee K, Fuller C. Successful management of uric acid nephrolithiasis with potassium citrate. (1986) Kidney Int 30:422-428. PMID 3784284.
Caudarella R, Vescini F. Urinary citrate and renal stone disease: the preventive role of alkali citrate treatment. (2009) Arch Ital Urol Androl 81:182-187. PMID 19911682.
Dvoršak B, Kanič V et al. Ascorbic acid for the prevention of contrast-induced nephropathy after coronary angiography in patients with chronic renal impairment: a randomized controlled trial. Ther Apher Dial. 2013 Aug;17(4):384-90
Ritz E, Hahn K, Ketteler M, Kuhlmann MK, Mann J: Phosphate additives in food- a health risk. Dtsch Arztebl Int 2012; 109(4): 49-55.

Hoge dosis vitamine C geeft geen nierstenen
Het onderzoek[1] is verricht onder 157 volwassen patiënten van de Integrated Health Options kliniek in Auckland. Dit is de eerste studie over een langere termijn naar een mogelijk verband tussen een intraveneuze toediening van vitamine C (IVC) en nierstenen.

De patiënten ondergingen deze behandeling in de periode september 2011 tot en met augustus 2012 en kregen een follow-up van twaalf maanden. Eventuele nierstenen aanwezigheid werd nagegaan bij het begin van het onderzoek, na zes en na twaalf maanden. De nierfunctie werd bij aanvang gecontroleerd aan de hand van het creatinine-niveau en de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR).

Dit werd opnieuw herhaald na vier weken en vervolgens in een subgroep van patiënten om de drie maanden. Van de 157 patiënten hadden er 12 ( 8%) eerder last van nierstenen gehad, wat een sterk risicoverhogende factor is.

De onderzoekers benadrukken dat het tot nu toe gevonden verhoogde risico op nierstenen niet zozeer gebaseerd was op de feitelijke aanwezigheid van nierstenen, maar voornamelijk op een toegenomen uitscheiding van oxalaat dat in verbinding met calcium de belangrijkste component van nierstenen vormt.

Voorgaande studies naar vitamine C en nierstenen waren vooral gebaseerd op zelfrapportages, een onderzoeksmethode die niet als de meest betrouwbare wordt gezien. Daarnaast betrof het associaties, waarmee nog geen uitsluitsel kon worden gegeven over een mogelijk causaal verband.

In dit onderzoek[1] kon men bij niet één patiënt een niersteen vaststellen. Er werden tevens geen significante veranderingen geconstateerd bij meting van de nierfunctie. Absolute zekerheid dat IVC-therapie daar geen negatieve gevolgen voor heeft, konden de onderzoekers overigens op basis van deze bevindingen niet geven.

Bron:

[1] Prier M, Carr AC, Baillie N. No Reported Renal Stones with Intravenous Vitamin C Administration: A Prospective Case Series Study. Antioxidants (Basel). 2018 May 21;7(5). https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5981254

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen