Skip to content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Mestcelactivatie-syndroom (MCAS)

De ziekte wordt allereerst ingedeeld in twee grote groepen: mastocytose alleen in de huid en systemische mastocytose.
1. Huidmastocytose (cutane mastocytose) komt het meest voor. Vrijwel steeds is er sprake van urticaria pigmentosa; een naam voor een beeld van bruine gepigmenteerde vlekjes op de huid, die soms gaan jeuken en zwellen na contact met warmte of als erover gewreven wordt.

In de huid is hierbij sprake van een sterke toename van abnormale mestcellen. Er zijn nog enkele, veel zeldzamere huidvormen, die hier niet beschreven worden. Huidmastocytose komt vaak bij kinderen voor en verdwijnt bij de grote meerderheid spontaan wanneer de pubertijd nadert of zelfs al eerder.
2. Systemische mastocytoseBij systemische mastocytose is er sprake van een toename van abnormale mestcellen in het beenmerg en vaak ook op andere plaatsen in het lichaam, zoals de huid (met het ziektebeeld urticaria pigmentosa), de darmen, de lever of de milt.

Door de overmatig geprikkelde mestcellen kan men last hebben van allerlei verschillende symptomen. Geen enkele patiënt met mastocytose is hetzelfde. Er kan sprake zijn van opvliegers met een rode kleur, soms hartkloppingen en warm worden, of van buikpijn met diarree door mestcellen in de darm. Patiënten kunnen pijn in de spieren en botten ervaren, waarbij ook nogal eens sprake is van ernstige botontkalking.

Deze botontkalking is een gevolg van stoffen, uitgescheiden door de mestcellen, die de botten afbreken. Zeldzame patiënten hebben aanvallen van onwel worden, die soms gepaard gaan met lage bloeddruk en in extreme gevallen zelfs verlies van het bewustzijn (medische term: anafylactische shock). De meeste patiënten voelen zich vermoeid en merken dat ze meer slaap nodig hebben dan leeftijdsgenoten. Stress kan soms aanvallen veroorzaken, terwijl een geregeld leven beschermend kan werken.

Onderzoeken

Als mensen symptomen hebben die mogelijk duiden op huid- of systemische mastocytose, wordt via bloed- en eventueel urineonderzoek getest of er een overmaat aan mestcelproducten gevonden kan worden. In het bloed wordt het eiwit tryptase gemeten, in de urine afbraakproducten van histamine. Voor dit laatste is het nodig de urine op de goede manier te verzamelen.

Omdat het belangrijk is te weten of iemand alleen maar huidmastocytose heeft of toch een uitgebreidere, systemische vorm, wordt meestal ook beenmergonderzoek gedaan. Het opgezogen beenmerg wordt dan onderworpen aan een aantal speciale testen (flowcytometrie, PCR-test op de KIT-afwijking) die slechts in een aantal gespecialiseerde laboratoria in Nederland verricht worden.

Bijvoorbeeld het Universitair Medisch Centrum Groningen is hiervoor uitgerust en kan alle testen verrichten. Het is dan ook zinvol om, als een beenmergonderzoek overwogen wordt, dit in één keer goed te doen.

Als er sprake blijkt van systemische mastocytose, wordt getracht zo goed mogelijk in kaart te brengen waar in het lichaam afwijkende mestcellen zijn en wat voor symptomen ze geven. Via gerichte vragen zal de specialist zich een beeld proberen te vormen van de ziekte.

Daarnaast zal ofwel een echo-onderzoek van de buik ofwel een CT-scan van de buik gemaakt worden om te zien of de lever en milt niet vergroot zijn. Met al deze informatie kan de ziekte vervolgens ingedeeld worden [1-2].

Werking van mestcellen

De productie van mestcellen gebeurt in het beenmerg. Mestcellen leven doorgaans langer dan normale cellen. Mestcellen spelen een rol bij de eerste stappen van de coördinatie van een helende reactie op een verwonding van het lichaam. Ze zijn daarnaast een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem en helpen infecties te bestrijden.

Mestcellen komen uit lichaamsdelen die gevoelig zijn voor infectie, zoals de huid, de maag en de bekleding van de longen. Wanneer mestcellen een allergeen (een substantie die een allergische reactie veroorzaakt) detecteert, geven ze histamine en andere chemicaliën in de bloedbaan vrij.

De ernst van de symptomen die gepaard gaan met mastocytose variëren van mild tot levensbedreigend. De symptomen treden op als gevolg van het vrijkomen van stoffen uit de mestcellen waardoor de symptomen gepaard gaan met een allergische reactie.

Oprispingen, brandend maagzuur, maagpijn, buikpijn en diarree zijn veel gehoorde symptomen. Botzwakte, zwelling van de lymfeklieren, zwelling van de lever, een verminderde leverfunctie, ascites (vochtophoping in de buik), portale hypertensie en malabsorptie zijn andere symptomen.

Aanvullende, niet-specifieke symptomen omvatten pijn, misselijkheid, hoofdpijn en/of malaise. Patiënten met een bijbehorende hematologische aandoening vertonen daarnaast nog vermoeidheid en gewichtsverlies. In zeer ernstige gevallen is een anafylactische shock mogelijk.

De meest voorkomende uitlokkende factoren omvatten onder andere bepaalde voedingsmiddelen, insectenbeten, fysische stress (hitte, koude, mechanische irritatie van de huid), emotionele stress, alcohol en medicijnen, waaronder aspirine en niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’S), verdovende middelen, spierverslappers en radiocontrastmateriaal. Een verlaagde bloeddruk (hypotensie), een verhoogde hartslag (tachycardie) en het verlies van bewustzijn zijn hierdoor mogelijk.

Hersenmist (foggy brain)

Hersen-‘mist’ is een verzameling symptomen waaronder: onvermogen om te concentreren, verminderde cognitie, niet meer kunnen multi-tasken, verlies van korte- en lange-termijn geheugen. Hersen-‘mist’ komt voor bij patiënten met mastocytose, coeliakie, Chronische Vermoeidheid Syndroom[3], fibromyalgie, met autisme-spectrum aandoeningen (ASD), en posturaal tachycardie syndroom (POTS). Patiënten die chemotherapie krijgen, ervaren dikwijls ook hersen-‘mist’.

Maar het wordt vaak ook gezien bij ‘minimal cognitive impairment’, dat voorkomt in een vroeg klinisch stadium van Alzheimer en andere neuropsychiatrische aandoeningen. Hersen-‘mist’ kan komen door inflammatoire cytokinen (o.a. door lekkende darmsyndroom en lipopolysaccharide door gramnegatieve bacteriën in de darmflora), adipocytokinen (ontstekingsstoffen uit vetweefsel) en histamine afgegeven door mestcellen.

Mestcellen die op hun beurt microglia-activatie [10] stimuleren, en focale brein-inflammatie (cytokinen: IFN-γ, IL-1α, IL-1β, TNF-α) veroorzaken. Er zijn onderzoeken die het gebruik van natuurlijke flavonoïden voor de behandeling van neuropsychiatrische en neurodegeneratieve ziekten beschrijven [ 13]. Het gebruik van natuurlijke flavonoïden zoals quercitine, rutine, luteoline staan als behandelingsopties vol in de belangstelling.

Alzheimer blijkt geassocieerd te zijn met ouderdom-‘plaques’ in de hersenen en neurofibrillaire knopen, waarbij amyloïd-β (Aβ) (amyloïden:onoplosbare fibreuze proteïne-aggregaten) en Tau-proteïnen (diagnostisch voor Alzheimer) zijn betrokken.

Maar er komt steeds meer bewijs dat oxidatieve stress (verhoogde NO), mitochondriale dysfunctie en inflammatie mogelijk betrokken zijn bij Alzheimer. Het immuunsysteem en de inflammatie worden steeds vaker betrokken bij neuropsychiatrische ziekten.

Ontstekingsmediatoren (aan/uit en dimmen)

Geactiveerde mestcellen zetten talrijke neurosensitiserende, vasoactieve, en pro-inflammatoire (ontstekings)mediatoren aan [4]. Het gaat dan om: voorgevormde histamine, chemokinen (CCXL8, CCL2), cytokinen (IL-4, IL-6, IL-1, TNF), serotonine, kininen, proteasen en tumor necrose factor (TNF), gesynthetiseerde leukotrieën, prostaglandinen, en ‘vascular endothelial growth factor’ (VEGF).

Mestcelactivatie-syndroom (MCAS)

Mestcellen kunnen sommige mediatoren, zoals IL-6, afgeven zonder degranulatie. Degranulatie is het afgeven van bepaalde, in granulen verpakte stoffen door een cel naar de omgeving rondom de cel, waardoor een specifiek proces (zoals een onstekingsreactie) op gang komt. De waarden van IL-6 waren verhoogd in het cerebrospinaal vocht (CSV) en plasma van patiënten met ASD (atrium septum defect ) . Dit geeft aan dat mestcellen kunnen bijdragen aan neuro-inflammatie [5-6].

Mestcellen stimuleren samen met TGF-β de ontwikkeling van Th-17 cellen die betrokken zijn bij auto-immuniteit (Th-17 cellen hebben ook een relatie met MS). Brein-histamine kan worden verhoogd door triggers van histamine-bevattende voedingsmiddelen en histaminevrijmakers. Voedingsmiddelen met veel histamine zijn o.a.: varkensvlees, zuivel, vis, noten, zaden, specerijen, champignons, zuurkool, ananas, kiwi, aardbeien. Histaminevrijmakers zijn o.a. alcoholhoudende dranken en sojasaus.

Biogene amines zoals putrescine, tyramine en cadaverine kunnen histamine-toxiciteit versterken. Histamine geproduceerd door bacteriën als gevolg van een rottingsflora [7] geven ook een histamine-brein. Histamine wordt door de enzymen MAO (mono-amini-oxydase), DAO (di-amine-oxydase) en NMT (N-methyl-transferase) in de darmen, lever en in het bloed weer afgebroken. Bij een onbalans in de lever, een verstoorde darmflora en/of beschadiging van de darmslijmvliezen zijn er onvoldoende enzymen werkzaam om histamine en andere biogene aminen af te breken [8-9].

Hierdoor stijgt het gehalte aan biogene aminen in het lichaam te veel. Dit kan leiden tot verschillende klachten zoals benauwdheid, diarree, eczeem, hartkloppingen, hoofdpijn, jeuk, maag- en darmkrampen, brandend maagzuur, migraine, misselijkheid, netelroos (urticaria), onderhuidse zwellingen (oedeem) en/of branderige, opgezette tong.

Flavonoïden

Flavonoïden zijn natuurlijk voorkomende stoffen die vooral worden aangetroffen in groene planten en zaden. Helaas bevat de huidige voeding steeds minder flavonoïden en onder de hedendaagse omstandigheden kan men niet genoeg binnen krijgen voor een positieve invloed op de gezondheid.

Er bestaan zeer veel soorten flavonoïden. Er zijn diverse subklassen (flavonolen, quercetine, isoflavonen, flavonen, anthocyaninen) te onderscheiden, waardoor er een grote variëteit aan flavonoïden bestaat, met vaak uiteenlopende biochemische en fysiologische eigenschappen.
FlavonolenDe rijkste bronnen van flavonolen zijn o.a. uien, boerenkool, prei, broccoli en bosbessen. Quercetine komt voor in appelen, uien, groene thee, koolsoorten, zaden, noten, bessen, rode druiven, frambozen en knoflook. Veel medicinale planten danken hun activiteit aan een hoog quercetinegehalte.

Gedroogde groene thee bevat 30-40% polyfenolen (overwegend catechines met daarnaast onder meer flavonolen zoals kaemferol, myricetine, quercetine en fenolzuren zoals galluszuur en chlorogeenzuur).Ongeveer 80 tot 90% van de polyfenolen in groene thee zijn catechines (monomere flavanolen); deze bestaan voor circa 48- 59% uit EGCG (epigallocatechinegallaat), 9-19% uit EGC (epigallocatechine), 9-14% uit ECG (epicatechinegallaat) en voor 5-7% uit EC (epicatechine).
Mestcelactivatie-syndroom (MCAS)

Groene thee catechines (met name EGCG) [11]:– bevorderen de afbraak en uitscheiding van toxines (o.a. door het cheleren van zware metalen)
– zorgen voor ontstekingsremming en immunomodulatie (betere weerstand, tegengaan allergie en auto-immuniteit)
– bevorderen een gezonde darmflora
– hebben antimicrobiële activiteit tegen bepaalde bacteriën, virussen, schimmels en parasieten
– verminderen psychische en lichamelijke stress
– verlagen de kans op leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang, depressie en neurodegeneratieve ziekten
FlavanonenDe groep flavanonen is een relatief kleine groep flavonoïden, die alleen in hoge concentraties voorkomt in citrusvruchten. Bijvoorbeeld hesperidine in sinaasappels, naringenine in grapefruit, eriodictyol in citroenen.
AnthocyaninenDe groep anthocyaninen zijn pigmenten die de roze, rode, blauwe of paarse kleur aan bepaalde voedingsmiddelen geven. De kleurintensiteit zegt iets over het gehalte anthocyaninen en neemt toe met het rijpen van de vrucht. Anthocyaninen komen voor in druiven, en sommige groenten (aubergines, kool, bonen, uien, radijs). Ze komen het meest voor in fruit (bosbessen, zwarte bessen, vlierbessen, bramen, framboos).

Probiotische bacteriën spelen een belangrijke rol in de stofwisseling en absorptie van flavonoïden. Flavonoïden of metabolieten daarvan die het colon bereiken, worden gemetaboliseerd door bacteriële enzymen en vervolgens geabsorbeerd. Het vermogen om specifieke flavonoïden te metaboliseren en te absorberen hangt dus af van uw microbiële flora kwaliteit. Flavonoïden hebben een remmende werking op het vrijgeven van histamine [12].
Verteerbaarheid en absorptie van flavonoïdenVroeger dacht men dat flavonoïden in het maagdarmkanaal slechts in geringe mate werden opgenomen, omdat de meeste flavonoïden in de voeding glycosiden zijn (dus gebonden aan een suiker). Men dacht dat er in het maagdarmkanaal geen enzymen vrijgemaakt werden die de glycosidebinding konden splitsen. De veronderstelling was dat alleen de aglyconen vanuit het maagdarmkanaal in het bloed werden opgenomen.

De biologische beschikbaarheid van flavonoïden vanuit de voeding blijkt echter een stuk groter te zijn dan aanvankelijk werd verondersteld. Zelfs na koken bereiken de meeste flavonoïdenglycosiden de dunne darm intact. Alleen flavonoïd aglyconen en flavonoïd glucosiden (gebonden aan glucose) worden in de dunne darm geabsorbeerd. Vervolgens worden ze snel gemetaboliseerd (lever) om gemethyleerde, geglucuronideerde of gesulfeerde metabolieten te vormen [13.

De overige flavonoïden gaan door naar het colon. Recent zijn speciale transportmechanismen ontdekt die flavonoïden vanuit de darm naar het bloed transporteren.

Bij mastocytose is het opnemen van flavonoïden (druiven) via glazen wijn niet aan te bevelen. De alcohol veroorzaakt o.a. een histaminestijging. Cacao is een rijke bron van flavanolen. Veel chocoladefabrikanten verwijderen echter de flavanolen omdat ze bitter smaken. Consumenten blijven daar onwetend over omdat dergelijke informatie niet op het etiket hoeft te worden vermeld [14]. Nog een vervelende mededeling voor de liefhebbers: cacao geeft eveneens een hoge histaminepiek. Natuurdiëtisten kunnen u helpen met een biogeen aminen-arm/histamine- beperkt dieet.

Tryptase mastocytose test

Aanhoudend verhoogde niveaus van tryptase en symptomen van mestcelactivatie, suggereren dat iemand mastocytose heeft. Aanvullende tests zijn vereist om deze diagnose te bevestigen. De Tryptase bepaling is een indicator voor vaststelling van Mastocytose. (code TRYPTA).  Onderzoeksmethode ELISA (EIA) uit serum. (bloedonderzoek).

Mestcelactivatie-syndroom (MCAS)

 

Bestel hier de test.

 

Aanhoudend verhoogde niveaus van tryptase en symptomen van mestcelactivatie, suggereren dat iemand mastocytose heeft. Aanvullende tests zijn vereist om deze diagnose te bevestigen. Er wordt aangenomen dat de niveaus van tryptase overeenkomen met de hoeveelheid mestcellen bij mensen met systemische mastocytose. Mastocytose patiënten hebben hun hele leven lang een verhoogde tryptase waarde. Het frappante is dat de hoogte daarvan geen enkel verband heeft met het klachtenniveau van de patiënt.
Men kan hoge tryptase waarde hebben en bijna geen klachten ervaren. Bij een waarde van bijvoorbeeld 15, kan al een heel spectrum van klachten aanwezig zijn.

Indeling mastocytose volgens de WHO-classificatie

  • Alleen huidmastocytose (meest voorkomend)
  • Indolente systemische mastocytose (meest voorkomend)
  • Systemische mastocytose met bijkomende andere bloedziekte (zeldzaam)
  • Agressieve systemische mastocytose (zeldzaam)
  • Overige vormen (mestcelleukemie, mestceltumoren) komt zeer zeldzaam voor.

Bij mastocytosepatiënten kunnen de mestcellen twee soorten problemen veroorzaken

  1. De mestcellen kunnen te actief zijn
  2. Er kunnen te veel mestcellen zijn

De mestcellen nemen dan in het beenmerg de ruimte in beslag van de normale beenmergcellen en zo een tekort aan bloedcellen veroorzaken met bloedarmoede en kans op infecties en bloedingen tot gevolg. Ook kunnen de lever en milt opgezet raken door een toename van mestcellen. Geen enkele patiënt met mastocytose is hetzelfde. Lees hier meer over Mastocytose.

Mestcel-activatiesyndroom (MCAS)

Mestcellen komen overal in het lichaam voor. Hun functie is het activeren van afweer en verdediging in het lichaam. Door veel triggers (allergenen, bacteriën, medicatie, toxines, virussen, voeding of schimmels) kunnen ze een groot scala aan stoffen produceren die, afhankelijk van de lokalisatie, in het lichaam verschillende verschijnselen geven [1]. Naast systemische vermoeidheid zijn dat in het maagdarmkanaal vooral: krampen, diarree, reflux, misselijkheid en overgeven. De belangrijkste mediatoren zijn histamine en tryptase.

De belangstelling voor mestcel-gemedieerde ziektes groeit snel. Op de voorgrond staan ziektes waarbij er systemisch een diffuse toe name is van monoclonale mestcellen door het hele lichaam. Als meest bekende geldt mastocytose, met klassieke huidverschijnselen en infiltratie van mestcellen in met name huid en beenmerg. Deze categorie, waarvan meerdere vormen bestaan, wordt aangeduid met de term Mast Cell Activation Disease (MCAD). Zij worden in het algemeen behandeld door allergologen en hematologen [2].

Veel minder bekend, maar veel vaker voorkomend is het Mast Cell Activation Syndrome ofwel mestcel-activatiesyndroom (MCAS) waarbij er een toename is van polyclonale mestcellen. Het beeld is ook bekend bij longartsen en dermatologen. Geneesmiddelen waarmee mestcellen gestabiliseerd kunnen worden, zijn histamine-1-remmers (ketotifen, fexofenadine), histamine-2-remmers (ranitidine), cromoglycinezuur (nalcrom) of leukotrieën-antagonisten (montelukast).[4-5]

MCAS lijkt veel op mastocytose qua symptomatologie en behandeling, die voornamelijk bestaat uit het geven van eenvoudige antihistaminica. Mastocytose is een zeldzame aandoening die ernstig kan verlopen. Terecht dat hiervoor twee expertisecentra zijn in Nederland. Het verschil tussen MCAS en mastocytose zit voornamelijk in het niet (volledig) voldoen aan de diagnostische criteria voor mastocytose. Een alternatief voor het bepalen van tryptase zijn het meten van afbraakproducten van leukotrienen en histamine in de urine die bij MCAS vaak verhoogd zijn. MCAS kan ernstig verlopen. Maar helaas is het zo dat als een patiënt niet voldoet aan de diagnose voor mastocytose (omdat men te horen krijgt dat er geen sprake is van mastocytose omdat de tryptase in rust niet verhoogd is), hem wordt medegedeeld dat er niets aan de hand is.
Patienten met MCAS(klachten) moeten we serieus gaan nemen om hun kwaliteit van leven te verbeteren met bestaande behandelingen, die in Duitsland veel bekender zijn dan in Nederland.

Totale serummestceltryptase moet tussen 30 minuten en twee uur na het begin van een episode worden afgenomen (24-uurs opvang van urine). Aangezien dit geen standaard laboratoriumtests zijn, moeten patiënten samenwerken met hun plaatselijke allergoloog die kan communiceren met noodhulp- en laboratoriumpersoneel om ervoor te zorgen dat ze tijdig worden besteld en voltooid.

MCAS klinieken in Duitsland
Interdisziplinäres Mastozytose Centrum Charité – Diagnostik
PD Dr. med. Frank Siebenhaar
Charitéplatz 1, Campus- bzw. interne Geländeadresse: Luisenstraße 2
10117 Berlin
Telefoon 030 – 450518419 Fax 030 – 450518989

Referenties
[1] Theoharides TC, Valent P, Akin C. Mast Cells, Mastocytosis, and related disorders. N Engl J Med 2015;373:163–72.
[2] Hermans MAW, Verburg M ea. Systemische mastocytose: een heterogene ziekte. NTvG 2016;160:20–26.
[3] Valent P, Akin C, Arock M, Brockow K, Butterfield JH, Carter MC, et al. Definitions, criteria and global classification of mast cell disorders with special reference to mast cell activation syndromes: a consensus proposal. Int Arch Allergy Immunol. 2012;157(3):215-25. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22041891
[4] https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/huisartsenbrochure_mastocytose_2019.pdf
[5] https://tmsforacure.org/overview/

Mestcelactivatie-syndroom (MCAS)

 

 

 

Help, mijn mestcellen zijn van slag!
Mestcelactivatiesyndroom & histamine-intolerantie
Wanneer u interesse heeft in dit boek; zie de inhoudsopgave met webshop en een inkijkexemplaar van het boek staan vermeld op deze pagina.

Website; www.mestcelactivatie-syndroom.nl 

Mestcelactivatie-syndroom (MCAS)Een juiste MCAS diagnose is moeilijk te stellen omdat de uitslagen van bloed-, urine e.d. vaak geen afwijkingen laten zien. Er is een specialist op het gebied van MCAS nodig om de juiste onderzoeken aan te vragen en deze goed te interpreteren.

 

MCAS symptomen in de kinderjaren:
– allergieën als baby, peuter
-eczeem
-darmklachten
-reflux
-angst
-hoofdpijn
-slapeloosheid

MCAS symptomen:
-heftig reageren op muggenbeten, bijensteken, horzels en wespen (rode bobbels, jeuk)
-heftig reageren op bepaalde medicijnen
-chemische intolerantie (make up, zeep)
-heftig reageren op voeding; het gevoel van veel voedingsmiddelen ziek te worden
-allergieën en intoleranties
-niet goed kunnen doorademen, benauwdheidsklachten vooral na een triggers (voedsel, geur)
-warmtewellingen, rode kleur vooral na warm douchen, bepaalde voeding
-huiduitslag en eczeem
-jeuk en branderig gevoel
-hersenmist en hoofdpijn tot migraine
-slapeloosheid vooral na het eten van histaminerijke voeding
-opvlamming en weer afnemen van symptomen, geen grip te krijgen op de reacties. De ene keer heftig reageren op een bepaald voedingsmiddel of andere trigger en de andere keer geen reactie.

De symptomen van MCAS kunnen op verschillende organen zich uiten zoals:
-maag en darmen
-ogen, neus, keel
-huid /eczeem
-hart en bloedvaten
-longen
-hormonen.

Literatuur:

[1] http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/171994-mastocytose-huidaandoening-met-ophoping-van-mestcellen.html
[2] https://hematologiegroningen.nl/patienten/content/3mastocytose.htm#tabel
[3] Ocon AJ. Caught in the thickness of brain fog: exploring the cognitive symptoms of Chronic Fatigue Syndrome. Front. Physiol. (2013) 4: 63]
[4]Curr Med Chem. 2007;14(11):1189-97. Microglial activation and its implications in the brain diseases. Dheen ST1, Kaur C, Ling EA.
[5] Zhang B et al. Stimulated human mast cells secrete mitochondrial components that have autocrine and paracrine inflammatory actions. PLoS One (2012) 7: e49767
[6] Dong H et al. Mast cells and neuro-inflammation. Med. Sci. Monit. Basic Res. (2014) 20, 200-206
[7] Landete J et al. Updated molecular knowledge about histamine biosynthesis by bacteria. Crit. Rev. Food Sci. Nutr. (2008) 48: 697-714]
[8] Histamine-intolerantie te lijf: https://www.natuurdietisten.nl/voedingsstoffen-anti-histamine-werking-hooikoorts/
[9] Voedingsstoffen met anti histamine werking (flavonoiden): https://www.natuurdietisten.nl/histamine-intolerantie-lijf/
[10 ] https://en.wikipedia.org/wiki/Microglia
[11] http://www.orthokennis.nl/artikelen/de-bijzondere-eigenschappen-van-groene-thee
[12] Kawai M, Hirano T, Higa S, et al. Flavonoids and related compounds as anti-allergic substances. Allergol Int. 2007;56(2):113-23.
[13] Manach C, Scalbert A, Morand C, et al. Polyphenols: food sources and bioavailability. Am J Clin Nutr. 2004;79(5):727-47.
[14] The devil in the dark chocolate. Lancet. 2007;370(9605):2070.

Natuurdiëtisten.nl