skip to Main Content
Kenniscentrum - sinds 2005 - met ruim 2000 artikelen over gezondheid!BEKIJK ALLE ONDERWERPEN

Botvernieuwing zelf voeden

Het proces van afbraak en -opbouw wordt het botmetabolisme of botvernieuwing genoemd. Een verstoord botvernieuwingsproces geeft aandoeningen zoals artrose, osteoporose, osteopetrosis, osteogenesis imperfecta, osteosarcoom en chondrosarcoom.

Men ontdekt steeds meer nieuwe stoffen die een rol spelen in het botmetabolisme. Hoe verloopt dit botmetabolisme nu precies? En hoe kunnen we zelf aan botvernieuwing bijdragen?

Botvernieuwing: een complex proces

Botvernieuwing (regeneratie) is een heel complex proces dat geregeld wordt door een samenwerking tussen osteoblasten, osteoclasten, osteocyten en botbekledingscellen.

Ook systemische factoren zijn er bij betrokken waaronder;
Parathyroidhormoon (PTH), is een hormoon dat wordt geproduceerd door de bijschildklieren. Samen met vitamine D en calcitonine reguleert PTH de concentratie van het calcium in het bloed. Door een direct effect op de botten en nieren en een indirect effect (via vitamine D) op de darm zorgt PTH voor een verhoging van de calciumspiegel.
Calcitonine, is een hormoon dat de afbraak van botweefsel remt. Calcitonine wordt geproduceerd door de parafolliculaire cellen (C-cellen) van de schildklier.
Calcitriol (actieve vorm van vitamine D die gewoonlijk gevormd wordt in de nieren) corrigeert (dreigende) hypocalcemie door de actieve intestinale calciumabsorptie en renale calciumreabsorptie te verhogen. Daarnaast stimuleert het de botresorptie door het activeren van osteoclasten. Ook stimuleert calcitriol de botremodellering en de mineralisatie van osteoïd (botmatrix van eiwitten die wordt gevormd door osteoblasten en die door mineralisatie wordt omgezet in botweefsel). Stijging van de calcitriolspiegel geeft daling van de PTH-afgifte (negatieve feedback).
– Naast PTH, calcitonine en calcitriol beïnvloeden bijnier- en geslachtshormonen (testosteron, oestrogeen), schildklierhormoon, groeifactoren en cytokines de botstofwisseling.
Glucocorticoïden. Gebruik van glucocorticoïden kan het evenwicht van de activiteit tussen botafbrekende (osteoclasten) en bot-opbouwende cellen (osteoblasten) verstoren. Door een direct effect op de osteoblasten vermindert de botaanmaak, terwijl deze niet wordt gecompenseerd door een even grote vermindering van de botafbraak. Soms is zelfs sprake van een toegenomen activiteit van de osteoclasten.

Botmatrix samenstelling: 3 typen cellen

Bot- of beenmatrixsamenstelling van het bot bestaat uit cellen en intercellulair materiaal
dat is verkalkt.
Drie typen cellen zijn te onderscheiden:

  1. Osteoblasten (botvormende cellen): die de organische componenten van de botmatrix
    produceren. Ze liggen aan de rand van het (te vormen of af te breken) botweefsel. Ze worden aangemaakt uit mesenchymale stamcellen.
  2. Osteocyten (volwassen botcellen): die in holten (lacunae) van de botmatrix liggen.
  3. Osteoclasten (botafbrekende cellen): dit zijn grote multinucleaire cellen die bot kunnen
    afbreken. Ze liggen aan de rand van het (te vormen of af te breken) botweefsel.

Omdat door de verkalkte botmatrix geen diffusie mogelijk is, vindt de uitwisseling van stoffen tussen osteocyten en de bloedcapillairen uitsluitend plaats via canaliculi (dunne kanaaltjes die door de botmatrix lopen). Aan binnen- en buitenzijde zijn alle beenderen bekleed met een bindweefsellaag, respectievelijk endost en periost geheten.

De bindweefsellaag bestaat uit een organische grondstof en anorganische mineralen. De organische grondstof van het bot bestaat voor 90 procent uit collagene eiwitten (vooral type 1). Daarnaast bevat het ook niet-collagene eiwitten waaronder; osteocalcine, osteonectine, osteopontine, fibronectine, bot sialoproteïne, groeifactoren, proteoglycanan, glycosaminoglycanen (chondroitinesulfaat, hyaluronzuur) en vetten.

Het anorganische mineralen gedeelte van het bot bestaat vooral uit: calcium en fosfor (vormen het hydroxyapatiet en maken botten hard en sterk), bicarbonaat, natrium, kalium, magnesium, zink, borium, strontium, fluoriet.osteoporose

Mineralen die nodig zijn voor botopbouw

Calcium
Calcium is een belangrijke bouwsteen voor de botten, inclusief onze tanden. In totaal is 99% van het calcium in het lichaam opgeslagen in het bot, en daarom is het botweefsel belangrijk voor de calciumstofwisseling. In het darmkanaal wordt calcium zowel actief als passief opgenomen. Het actieve absorptieproces vindt vooral plaats in het voorste deel van de dunne darm en is afhankelijk van calcitriol (1,25-dihydroxy vitamine D), wat via activatie van vitamine D in de lever en nieren is verkregen. Actieve calciumabsorptie is ook afhankelijk van vitamine D2 en D3, die zijn verkregen uit de voeding of via 7-dehydrocholesterol activering door zonlicht in de huid (pre-vitamine D3).

Het passieve absorptieproces gebeurt via diffusie in vrijwel alle delen van de dunne darm en een klein beetje in de dikke darm. De actieve absorptie is vooral relevant bij een lage calciuminname. Een lage calciumoplosbaarheid in het lumen van de darm, bijvoorbeeld als gevolg van complexvorming met fytaat uit granen of oxalaat uit spinazie, vermindert de beschikbaarheid voor opname.

Verminderde intestinale absorptie of malabsorptie van calcium komt door:
– vitamine D-tekort,
– een hoge vezel-, fytinezuur- of oxalaatinname,
– lage vetinname,
– eiwittekort,
– stress,
– gebrek aan beweging,
– roken,
– inflammatoire darmziekten (met name ziekte van Crohn),
– coeliakie,
– pancreatitis/ exocriene pancreasinsufficiëntie,
– gebrek aan maagzuur (gebruik van antacida, atrofische gastritis, maagoperatie),
– postmenopauze (oestrogeengebrek),
– cystische fibrose.

In Nederland zijn zuivelproducten de belangrijkste calciumbron; andere voedingsmiddelen die (relatief) veel calcium bevatten zijn zaden (met name sesamzaad), groene bladgroenten, broccoli, vijgen, noten, peulvruchten en met calcium verrijkte voedingsmiddelen. Vitamine K2 (met name menaquinon-7 of MK-7) zorgt voor de juiste distributie van calcium in het lichaam waarbij calcium in de botten en niet in zachte weefsels zoals bloedvaten wordt gedeponeerd.

Fosfor
Fosfor draagt bij aan de instandhouding van de botmassa. Van de totale hoeveelheid fosfor in het lichaam is 85% opgeslagen in de botten. Anorganisch fosfaat passeert de darm zowel via actief als passief transport. De serumwaarden voor fosfaat worden grotendeels bepaald door de geconsumeerde hoeveelheid, calcitriol (absorptie uit darm en bot) en PTH (resorptie uit bot, verhoging uitscheiding door nieren).

Daarnaast produceren osteocyten in het botweefsel het hormoon FGF-23 (fibroblast groeifactor 23). FGF-23 vermindert fosfaatopname uit de darm en verhoogt de uitscheiding door de nieren. De osteocyten zijn betrokken bij het mineralisatieproces in het bot en lijken een regulerende rol te spelen bij de werking van zowel osteoblasten (formatie) als osteoclasten (resorptie).zuivel_Tessa Gottschal

De fosforbehoefte hangt nauw samen met de calcium-behoefte. Een hogere fosfaatinname verlaagt de uitscheiding van calcium in de urine en heeft een licht hogere calciumretentie tot gevolg, onafhankelijk van de calciuminname.

Fosfor komt vooral voor in melk, melkproducten, kaas, vis, vlees, peulvruchten en volkoren producten. Een tekort aan fosfor komt bijna niet voor doordat fosfor in veel voedingsproducten voorkomt. Een aantal uitzonderingen kunnen leiden tot een tekort:

  1. Geneesmiddelen: Bij overmatig gebruik van bepaalde geneesmiddelen is het eventueel wel mogelijk om een tekort te krijgen. Geneesmiddelen zoals maagzuurremmers en gebruik van diuretica (ook wel plaspillen genoemd), kunnen de opname verslechteren.
  2. Een verminderde opname in de darmen, een snelwerkende schildklier en een slechte nierfunctie kunnen ook zorgen voor een fosfaattekort.
  3. Vitamine D: Als er een vitamine D tekort is, zal een fosfaattekort een gevolg hiervan zijn. Datzelfde geldt als er teveel calcium in het lichaam voorkomt.
  4. Vaak wordt een fosfaattekort gezien bij mensen met Anorexia Nervosa.

Tekorten aan fosfor in het bloed geeft:

  • Zwakke botten, botverlies, botpijn
  • Spierzwakte, spierafbraak
  • Bloedarmoede
  • Vermoeidheid
  • Gebrek aan eetlust
  • Tintelingen en gevoelloosheid van handen, voeten, armen, benen
  • Moeilijkheden met lopen
  • Parkinsonachtige symptomen
  • Ontstaan van nierstenen

Overige mineralen
Naast calcium, magnesium en silicium zijn andere mineralen zoals borium, zink, koper, mangaan, kalium en ijzer belangrijk voor de gezondheid van botten.
Een tekort aan deze mineralen geeft:
– een vertraagde botontwikkeling bij kinderen en adolescenten
– een versnelde botafbraak na de menopauze
– een op hoge leeftijd vertraagde genezing van fracturen.

Magnesium is essentieel voor het functioneren van de bijschildklier en de afgifte van PTH. Een ernstig magnesiumtekort leidt tot sterke daling van de PTH-spiegel (leidend tot hypocalcemie). Een mild magnesiumtekort zorgt voor een verhoogde PTH-afgifte door de bijschildklier.

Daarnaast is magnesium betrokken bij de omzetting van vitamine D in calcitriol. Bij een magnesiumtekort is de vitamine D-afhankelijke actieve calciumopname verstoord; bij een relatief lage calciuminname kan dit leiden tot magnesiumafhankelijke hypocalcemie.

Magnesium is een belangrijke structurele component van botweefsel. Het bevordert de botaanmaak en calciumafzetting in botweefsel. Zuivel bevat calcium en magnesium in een verhouding van circa 10:1, wat betekent dat mensen die veel zuivel gebruiken een (relatief) magnesiumtekort ontwikkelen als ze onvoldoende magnesiumrijke voedingsmiddelen eten.

Vitamine C
Vitamine C is een essentiële cofactor voor de procollageen- en collageensynthese. Daarnaast verhoogt vitamine C (en het mineraal zink) de activiteit van alkalische fosfatase, een biomarker van toegenomen differentiatie van osteoblasten die zorgen voor botmineralisatie. Door ontstekingsremming en verlaging van oxidatieve stress gaat vitamine C ook botresorptie door osteoclasten tegen.

Mesenchymale stamcellen (MSC)

Osteoblasten liggen aan de rand van het bot en worden aangemaakt uit mesenchymale stamcellen.
In grote lijnen zijn er drie groepen van oorsprong van cellen:

  1. Endoderm; De cellen van het endoderm vormen later de cellen van onder andere het spijsverteringskanaal, luchtwegen en urinestelsel.
  2. Mesoderm; De cellen van het mesoderm vormen onder andere later de cellen van het skelet, spieren, pezen en bindweefsel.
  3. Ectoderm; De cellen van het ectoderm vormen later de cellen van de huid en het zenuwstelsel.

Om schade in een gewricht te kunnen herstellen zijn met name mesoderme stamcellen nodig. Deze stamcellen zijn wat verder in hun ontwikkeling dan de zogenaamde pluripotente stamcellen die nog alles kunnen worden. We noemen ze nu multipotent. Deze multipotente mesodermale stamcellen worden ook wel mesenchymale stamcellen (MSC) genoemd.

Mesenchymale stamcellen moeten, voordat ze hun werking kunnen hebben, eerst verder ontwikkelen zodat ze weten dat ze een kraakbeencel moeten gaan vormen. We noemen dit ook wel predifferentiëren, een heel belangrijke stap die niet overgeslagen kan worden.

De gepredifferentieerde mesenchymale stamcellen lijken al op de voorlopers van kraakbeencellen. Ze hechten zich vast aan het defect in het kraakbeen en kunnen daar lokaal hun werk doen. Ze zorgen ervoor dat het kraakbeen gestimuleerd wordt tot herstel, maken stofjes die het kraakbeen nodig heeft en zorgen ook dat de ontsteking vermindert waardoor herstel kan optreden.

Chondrogeen geïnduceerde mesenchymale stamcellen zijn stamcellen die al voorgeprogrammeerd zijn om kraakbeen te gaan vormen in tegenstelling tot de gewone stamcellen. Deze stamcellen zijn kraakbeenherstellend, doordat ze niet alleen zorgen voor een snellere aanmaak van het kraakbeen, maar ook dat de cellen die kraakbeen moeten gaan vormen minder snel afsterven. Daarnaast zorgen ze voor een ontstekingsremmend effect. Hierdoor ontstaat een beter milieu in het gewricht, krijgt de gewrichtsvloeistof weer een normaal aspect en kan het kraakbeen zich beter herstellen. Daarbij zorgt het ervoor dat allerlei stoffen die bijdragen aan het herstel van kraakbeen worden gevormd. Dit alles bij elkaar zorgt ervoor dat het kraakbeen zich sneller en beter herstelt.

Voedende stoffen voor botcellen

Botweefsel is een metabool actief weefsel; gedurende het hele leven vindt voortdurend botafbraak en botaanmaak plaats (botremodellering). In het botweefsel komen een aantal soorten cellen voor: osteoblasten, osteocyten en osteoclasten. Het harde, verkalkte deel van het bot bestaat uit botmatrix.

Ondanks de hardheid is het botweefsel (ook in volwassen toestand) sterk dynamisch. Onder invloed van druk en trekkrachten wordt het bot voortdurend geremodelleerd, door opbouw en afbraak van het botweefsel.

Osteoblasten:
– Ontstaan uit osteoprogenitorcellen (komen voor in endost en periost).
– Synthetiseren de organische bestanddelen van de botmatrix
– Produceren collageen type I, proteglycanen en glycoproteïnen
– Liggen in aaneengesloten rijen, de osteoblastenzoom, tegen het oppervlak van het bot aan.

Wanneer osteoblasten matrixmateriaal produceren, tonen zij alle kenmerken van een eiwitsynthetiserende cel. Dit materiaal wordt aan de botzijde afgezet, waardoor er een heldere zone ontstaat met daarin de nieuwe (nog onverkalkte) botmatrix: het osteoïd. Als de matrixsynthese toeneemt, raken vele osteoblasten volledig ingesloten en worden zo tot osteocyten, die duidelijk in de lacunae van het bot komen te liggen.
Gelijktijdig worden calciumzouten afgezet in het osteoïd, waardoor deze matrix verkalkt en het harde
botweefsel ontstaat.
Wanneer de eiwitsynthese afneemt, stopt de matrixsynthese en krijgen osteoblasten een
afgeplat uiterlijk. Deze cellen blijven als botrandcellen achter, maar kunnen gereactiveerd
worden door actieve osteoblasten.

Stoffen die osteoblasten moduleren zijn:Botvernieuwing zelf voeden
Vitamine D, vitamine K, vitamine C
Omega 3
Antioxidanten, N-acetylcysteine (NAC), alfaliponzuur
Carotenoïden
Polyfenolen, reveratrol
Curcumine
Bètaglucanen (paddenstoelen)
Oestrogeen modulerende stoffen, fyto-oestrogenen

Osteocyten
– Volwassen botcellen, die door rijping uit osteoblasten ontstaan, en in de lacunae van de verkalkte botmatrix liggen. Vanuit deze holten lopen door het bot in verschillende richtingen canaliculi, waarin zich de uitlopers van osteocyten bevinden. Zij maken contact met elkaar d.m.v. gap junctions, waardoor ionen en kleine moleculen uitgewisseld kunnen worden.
– Spelen een belangrijke rol bij de remodellering van het bot. Wanneer de op botweefsel uitgeoefende krachten in richting en grootte veranderen heeft dat effect op de vloeistofstroom in de canaliculi.  Osteocyten kunnen deze veranderingen waarnemen en geven daarna signalen af, die tot een verandering in botaanmaak en afbraak leiden, waarbij de botstructuur zich weer optimaal aanpast aan de daarop uitgeoefende krachten.
– Via de canaliculi kunnen ook voedings- en afvalstoffen uitgewisseld worden met het bloed, tot over een afstand van ongeveer 15 osteocyten.
– Nemen de vorm aan van de holten waarin zij liggen. Lijken inactief maar produceren stoffen die noodzakelijk zijn om de botmatrix in stand te Houden.
– Wanneer zij doodgaan, wordt de matrix geresorbeerd.

Stoffen die het afsterven van osteocyten verminderen zijn:Botvernieuwing zelf voeden
Vitamine D, vitamine E
Omega 3
Antioxidanten, N-acetylcysteine (NAC)
Polyfenolen, reveratrol
Curcumine
Oestrogeen modulerende stoffen, fyto-oestrogenen
Blauwe bessen

Factoren die een afname geven van osteocyten:
Verhoogde cortisol (stress)
Een te lage oestrogeen en testosteron
Een gebrek aan beweging/immobiliteit
Verhoogde oxidatieve stress
Chronische inflammatie

Osteoclasten
– Zijn grote, onregelmatig gevormde, meerkernige cellen.
– Ontstaan door fusie van éénkernige voorlopercellen, afkomstig van het beenmerg. Het fusieproces wordt beïnvloed door stoffen die door osteoblasten of osteocyten worden uitgescheiden.
– Zijn vrij beweeglijke cellen, die bot kunnen afbreken en daartoe als langgerekte cellen tegen de botrand, soms in een uitholling die ontstaat doordat zij matrix wegvreten: de lacune van Howship.
– Hebben receptoren voor calcitonine, een hormoon dat botafbraak remt.
– Hebben geen receptoren voor parathyreoïd hormoon, dat de botafbraak stimuleert.
– Activering voor dit hormoon verloopt indirect via osteoblasten die aangezet worden tot de productie van een cytokine, de osteoclast-stimulerende factor.

Stoffen die osteoclasten moduleren zijn:Botvernieuwing zelf voeden
Vitamine D, vitamine K, vitamine C
Omega 3
Antioxidanten, N-acetylcysteine, alfaliponzuur
Polyfenolen, reveratrol
Curcumine
Bètaglucanen (paddenstolen)
Oestrogeen modulerende stoffen, fyto-oestrogenen
EGCG (groen thee)
Blauwe bessen

Osteocalcine en vitamine D en vitamine K

Osteocalcine is een klein, calciumbindend eiwit dat hoofdzakelijk door osteoblasten wordt geproduceerd. Het stimuleert de botmineralisatie en is daarom een biochemische marker voor de botmineralisatie. Vitamine D stimuleert de synthese van osteocalcine en verhoogt de beschikbaarheid van calcium. Vitamine K2 zorgt voor γ-carboxylering van osteocalcine. [1-3]

Alleen gecarboxyleerd osteocalcine is werkzaam en kan zich binden aan hydroxyapatiet en zorgen voor calciumafzetting in botweefsel. Vitamine K2 verbetert de botkwaliteit niet alleen door het activeren van osteocalcine. Studies hebben uitgewezen dat vitamine K2 de vorming en activiteit van osteoblasten verhoogt. Dit gebeurt via stimulering van de SXR (Steroid and Xenobiotic Receptor) expressie, remming van NF-κB en stimulering van osteoblast specifieke genen.

Verschillende medicijnen verlagen de vitamine K-status:
antibiotica verlagen de endogene vitamine K2-synthese door hun negatieve invloed op de intestinale darmmicrobioom;
galzuurbinders (cholestyramine, cholestipol) remmen de opname van vetoplosbare nutriënten waaronder vitamine K;
corticosteroïden verhogen de uitscheiding van vitamine K met de urine;
anticonvulsiva (waaronder fenytoïne, fenobarbital) verhogen de afbraak van vitamine K in de lever;
salicylaten (aspirine) verlagen de vitamine K-status.

’s Nachts produceren de botten gecarboxyleerd osteocalcine dat zorgt voor de eigen botopbouw. Om dit gecarboxyleerd osteocalcine te kunnen produceren hebben de botten 3 stoffen nodig: magnesium, melatonine (Een tekort aan duistere uren is namelijk een predisponerende factor voor botletsels) en vitamine K2.[4-8]

Botvernieuwing zelf voeden

Hoge inname groenten en fruit geeft gezondere botten

Het eten van groenten en fruit is goed voor de botten, aldus een Chinese bevolkingsstudie uit 2017. Bij volwassenen is een positief verband gevonden tussen de inname van groenten en (vooral) fruit en de botmineraaldichtheid. Aan dit bevolkingsonderzoek deden 2083 vrouwen en 1006 mannen mee in de leeftijd van 40 tot 75 jaar.

De beschermende effecten van fruit en groenten worden mede toegeschreven aan de in fruit en groenten aanwezige vitamines (waaronder B-vitamines, vitamine C, E en K), mineralen (waaronder kalium, calcium, magnesium en mangaan) en fytonutriënten (waaronder carotenoïden en polyfenolen). [9]

Alfa-liponzuur geeft toename osteoblasten

Alfa-liponzuur is een zwavelhoudend vetzuur dat in het menselijk lichaam voorkomt en ook wordt aangemaakt. Het heeft daarvoor zwavel nodig uit taurine, methionine en cysteïne en een vetzuur octanoylzuur. De R-vorm van alfaliponzuur wordt in kleine hoeveelheden in voeding aangetroffen, bijvoorbeeld in lever, spinazie en broccoli. In voeding is alfaliponzuur altijd gebonden aan eiwit (specifiek aan het aminozuur lysine).

Diverse studies tonen het verband aan tussen blootstelling aan oxidatieve stress en botontkalking. De aangetoonde daling van de antioxidantcapaciteit bij vrouwen na de menopauze en de aangetoonde effecten van alfa-liponzuur op osteoblasten tonen het belang aan van een goede verdediging tegen vrije radicalen voor de preventie van botontkalking. Toediening van R-alfa-liponzuur leidde tot een remming van de afbraak van botweefsel en een duidelijke toename van de osteoblasten. [10-15]

Osteoartritis en reumatoïde artritis en vitamine K2

In een prospectieve observationele cohortstudie (Framingham Offspring Study met 673 ouderen), is een invers verband gevonden tussen de vitamine K1-plasmaspiegel en de kans op osteoartritis, osteofytvorming en vernauwing van de gewrichtsspleet (hand, knie). Interventiestudies zullen moeten uitwijzen of verbetering van de vitamine K-status invloed heeft op het ziekteproces. De rol van vitamine K2 bij reumatoïde artritis is nog weinig bij mensen onderzocht. [16-20]

N-acetyl-L-cysteïne (NAC) verlaagt oxidatieve stress

N-acetyl-L-cysteïne (NAC) is de geacetyleerde vorm van L-cysteïne, een zwavelhoudend aminozuur dat het lichaam zelf kan maken uit het aminozuur L-methionine, maar waarvan de synthese onder bepaalde omstandigheden onvoldoende is om in de behoefte te voorzien. Vandaar dat NAC wordt beschouwd als conditioneel essentieel aminozuur. NAC kan worden ingezet bij uiteenlopende (chronische) aandoeningen waarbij oxidatieve stress en/of ontsteking een rol spelen.

Het kan ook worden ingezet bij osteoporose. Het blijkt dat oxidatieve stress in sterke mate bijdraagt aan de ontwikkeling van osteoporose. [21-22]

Marijke de Waal malefijt

 

Marijke de Waal Malefijt

Bot-isoenzym, BAP osteoperose test €49,00 Incl. btw
Botvernieuwing zelf voeden

Alkalische fosfatase, bot-isoenzym (ostase) BAP uit serum.
Bloedonderzoek voor meer informatie over het botmetabolisme.

Let op: voor dit onderzoek moet je 12 uur nuchter zijn.

Deze test wordt gedaan bij het vermoeden van osteoporose. Ook wordt dit onderzoek ingezet ter controle bij tumor en dialysepatiënten.

Deze test kan ook gebruikt worden bij het monitoren van te snel werkende schildklier, botziekten, botziekte van Paget, botafwijkingen bij nierpatiënten, osteoperose en monitoring na niertransplantatie.

Halfwaardetijd: 1,15 – 2,15 dagen.

Referenties

[1] Plaza SM, Lamson DW. Vitamin K2 in bone metabolism and osteoporosis. Altern Med Rev. 2005;10(1):24-35.
[2] Yamauchi M, Yamaguchi T, Nawata K et al. Relationships between undercarboxylated osteocalcin and vitamin K intakes, bone turnover, and bone mineral density in healthy women. Clin Nutr. 2010;29(6):761-5.
[3] O’Connor E, Molgaard C, Michaelsen KF et al. Serum percentage undercarboxylated osteocalcin, a sensitive measure of vitamin K status, and its relationship to bone health indices in Danish girls. Br J Nutr. 2007;97:661-666.
[4] Razny. Carboxylated and uncarboxylated osteocalcin in metabolic Complications of human obesity and prediabetes. Diabetes Metab Res; 2017
Veldhuis-Vlug AG, Fliers E, Bisschop PH. Bone as a regulator of glucose metabolism. Neth J Med: 2013 oct: 71 (8):396-400
[5] Ferron M, Locombe J. Regulation of energy metabolism by the skeleton: osteocalcin and beyond. Arch Biochem Piophys. 2014 Nov 1;561:137-46/ doi: 10.1016/j.abb.2014.05.022. Epub; 2014 Jan 2
Feskanich D. Nightshift work and fracture risk: the Nurses, Healthy study. Osteoporosis Int; 2009
Goa W. Melatonin enhances chondrogenic differentiation of human mesenchymal stem cells. J Pineal Res; 2014
[6] Liu. Regulation of glucose handling by skeleton: insights from mouse and human studies. Am Diabetes Ass; 2016
[7] Schett. Diabetes is an independent predictor for severe osteoarthritis: results from a longitudinal cohort study. Diabetes Care; 2013
[8] Catiglioni. Magnesium and Osteoporsis: Current State of Knowlegde and Future Research Directions. Nutrients; 2013
[9] Qiu R et al. Greater intake of fruit and vegetables is associated with greater bone mineral density and lower osteoporosis risk in middle-aged and elderly adults. PLoS One. 2017;12(1):e0168906.
[10] Jung-Min Koh, Young-Sun Lee, Chang-Hyun Byun, Eun-Ju Chang, Hyunsoo Kim, Yong Hee Kim, Hong-Hee Kim, and Ghi Su Kim. -Lipoic acid suppresses osteoclastogenesis despite increasing the receptor activator of nuclear factor B ligand/osteoprotegerin ratio in human bone marrow stromal cells. J. Endocrinol., Jun 2005; 185: 401 – 413.
[11] Shi-Yu Lu, Chang-Yuan Wang, Yue Jin, Qiang Meng, Qi Liu, Zhi-hao Liu, Ke-Xin Liu, Hui-Jun Sun. The osteogenesis-promoting effects of alpha-lipoic acid against glucocorticoid-induced osteoporosis through the NOX4, NF-kappaB, JNK and PI3K/AKT pathways.Sci Rep. 2017; 7: 3331.
[12] Joseph L Roberts, Régis Moreau. Emerging role of alpha-lipoic acid in the prevention and treatment of bone loss. Nutr Rev. 2015 Feb;73(2):116-25.
[13] Domazetovic V,Marcucci G,Iantomasi T,Brandi ML,Vincenzini MT. Oxidative stress in bone remodeling: role of antioxidants.Clinical Cases in Mineral and Bone Metabolism : the Official Journal of the Italian Society of Osteoporosis, Mineral Metabolism, and Skeletal Diseases, 01 May 2017, 14(2):209-216
[14] Dong K., Hao P, Xu S,Liu S, Zhou W, Yue X,Rausch-FAN X,Liu Z. Alpha-Lipoic Acid Alleviates High-Glucose Suppressed Osteogenic Differentiation of MC3T3-E1 Cells via Antioxidant Effect and PI3K/Akt Signaling Pathway. Cell Physiol Biochem 2017;42:1897–1906
[15] Hyunil Ha, Jong-Ho Lee, Ha-Neui Kim, Hyun-Man Kim, Han Bok Kwak, Seungbok Lee, Hong-Hee Kim and Zang Hee Lee. α-Lipoic Acid Inhibits Inflammatory Bone Resorption by Suppressing Prostaglandin E2 Synthesis. J Immunol January 1, 2006, 176 (1) 111-117
[16] Neogi T, Booth SL, Zhang YQ et al. Low vitamin K status is associated with osteoarthritis in the hand and knee. Arthritis Rheum. 2006;54(4):1255-61.
[17] Neogi T, Felson DT, Sarno R et al. Vitamin K in hand osteoarthritis: results from a randomised clinical trial. Ann Rheum Dis. 2008;67(11):1570-1573.
[18] Hyunil Ha, Jong-Ho Lee, Ha-Neui Kim, Hyun-Man Kim, Han Bok Kwak, Seungbok Lee, Hong-Hee Kim and Zang Hee Lee. α-Lipoic Acid Inhibits Inflammatory Bone Resorption by Suppressing Prostaglandin E2 Synthesis. J Immunol January 1, 2006, 176 (1) 111-117
We show in this study that LA prevents osteoclast formation induced by IL-1 in vitro and in vivo by inhibiting PGE2 synthesis.
[19] Devyani Misra, MD, MS. Vitamin K Deficiency Is Associated with Incident Knee Osteoarthritis. Am J Med. 2013 Mar; 126(3): 243–248. These findings have clinical implications given the potential for vitamin K to be a simple and inexpensive therapy for knee osteoarthritis, a condition that is both prevalent and disabling, but lacks effective therapeutic and prophylactic options.
[20] M. S. Abdel-Rahman, E. A. M. Alkady, and S. Ahmed, “Menaquinone-7 as a novel pharmacological therapy in the treatment of rheumatoid arthritis: A clinical study,” European Journal of Pharmacology, vol. 761, pp. 273–278, 2015.
There is evidence that vitamin K2 supplementation reduces inflammation in rheumatoid arthritis by reducing CRP levels [26]. Vitamin K2 may induce apoptosis in rheumatoid arthritis synovial cells. In a cross-sectional study (LOE = B), the group given 100 μgm of MK-7 had a significant reduction in disease activity score along with improved biochemical markers (ESR, CRP, and matrix metalloproteinase) after 3 months.
[21] Masahiro Yamada 1 , Naoki Tsukimura, Takayuki Ikeda, Yoshihiko Sugita, Wael Att, Norinaga Kojima, Katsutoshi Kubo, Takeshi Ueno, Kaoru Sakurai, Takahiro Ogawa N-acetyl cysteine as an osteogenesis-enhancing molecule for bone regeneration
Biomaterials. 2013 Aug;34(26):6147-56.
[22] T Ueno 1 , M Yamada, Y Igarashi, T Ogawa. N-acetyl cysteine protects osteoblastic function from oxidative stress. J Biomed Mater Res A. 2011 Dec 15;99(4):523-31.
[23] Xun Zhou,1,* Zhengbo Wang,2,* Yihong Ni,2,* Yue Yu,3 Guantong Wang,4 and Lulu Chen2. Suppression effect of N-acetylcysteine on bone loss in ovariectomized mice . Am J Transl Res. 2020; 12(3): 731–742. Data from this study suggest that NAC can prevent OVX-induced bone loss by inhibiting oxidative stress.

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen