Een persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt

Natuurdiëtisten.nl

Gratis Nieuwsbrief

Waardevolle en actuele informatie en tips over voeding en uw gezondheid!

Uw emailadres wordt alleen gebruikt voor toezenden van de nieuwsbrief.

Nieuwsbrief archief

> Naar alle nieuwsberichten

De schildklier: centrale rol in de stofwisseling

20 april 2016 | ndn | Bij een tekort aan schildklierhormoon verlopen allerlei processen in het lichaam trager wat vaak gepaard gaat met klachten als moeheid, traagheid, lusteloosheid, gewichtstoename, en obstipatie. Een te snel werkende schildklier leidt juist tot versnelling van veel processen met gevolgen als gejaagdheid, vermagering, hartkloppingen en diarree.

Volgens de Standaard Schildklieraandoeningen is bepaling van het TSH dé screeningtest voor de schildklierfunctie. Bij vermoeden van een niet goed functionerende schildklier zal de arts een TSH-test doen. Daarbij worden de volgende normaalwaarden gehanteerd (deze waarden kunnen enigszins variëren per laboratorium): TSH 0,4 – 4,0 mU/l. Een normale TSH-concentratie sluit een schildklierfunctiestoornis praktisch uit. Een afwijkende uitslag is reden voor verdere diagnostiek.

Echter de praktijk is ingewikkelder. Het blijkt dat serumwaarden, TSH, T4 die voldoen aan de gestelde normaalwaarden niet altijd de zekerheid geven dat er van hypothyreoïdie geen sprake zou zijn. Daarom bestaat de mogelijkheid dat schildklierdeficiëntie door artsen niet wordt herkend. Welke onderzoeken zijn allemaal nodig om een beter beeld te krijgen van de schildklierhormoonhuishouding?
De schildklier als leefstijlorgaanBij een te snel of te traag werkende schildklier zal de hoeveelheid schildklierhormoon (vrij T4) en/of T3 vaak te hoog of te laag zijn. T4 is het nog weinig actieve schildklierhormoon. T3 is het meer actieve schildklierhormoon. Daarbij gaat het hormoon dat de schildklier stimuleert (TSH) vaak omlaag of omhoog. Veranderingen in dit TSH geven aan of de schildklier te snel of te traag werkt.
AntistoffenDaarnaast kan de schildklier minder goed functioneren wanneer het lichaam antistoffen tegen de schildklier aanmaakt. Dit is te testen via auto-antistoffen tegen thyreoperoxidase (TPO-antistoffen), auto-antistoffen tegen thyreoglobuline (anti TG) en auto-antistoffen tegen de TSH-receptoren (TSI).

Als stress lang aanhoudt en wordt ervaren als ‘overlevings’ stress, zijn er mensen die vervolgens een auto-immuunziekte van de schildklier ontwikkelen. Hierbij maakt men antistoffen tegen de schildklier (ziekte van Hashimoto). Soms ontwikkelt zich eerst een hyperthyreoïdie, die na enkele jaren overgaat in een hypothyreoïdie. 
Verhouding tussen de hoeveelheid rT3 en  T3In sommige situaties, zoals bij stress, infecties, insulineproblemen en een tekort aan selenium zet het lichaam te veel schildklierhormoon T4 om in reversed T3. Dit hormoon rT3 is echter biologisch nagenoeg inactief (slechts 10% van de potentie van T3), maar bindt wel aan de T3 receptoren in de cel. Hierdoor kan het overgebleven T3 zijn werk in mindere mate doen.

Het gevolg is een verstoring van de schildklierfunctie.  Aangezien het blokkerende effect van rT3 afhangt van de verhouding tussen de hoeveelheid rT3 en  T3 is het aan te raden deze test in combinatie met T3 te onderzoeken. Bij vasten en te weinig voedzaam eten komt het actieve T3 schildklierhormoon op een laag pitje te staan.  Meer rT3 (reversed T3)productierT3 is normaal gesproken een van de afbraakproducten van het schildklierhormoon T4. In een gezonde situatie wordt T4 in zowel T3 als rT3 omgezet. Dit gebeurt door de enzymen DI, DII en DIII. DI en DII zorgen voor de omzetting van T4 naar T3 terwijl DI en DIII rT3 produceren.

Al deze enzymen zijn afhankelijk van selenium. Echter DI en DII zijn niet-essentieel, in tegenstelling tot DIII welk wel een essentieel enzym is. Dat wil zeggen dat bij een seleniumtekort als eerste DI en DII worden verlaagd. Hierdoor wordt er minder T4 omgezet in T3 en wordt er meer rT3 geproduceerd.

rT3 is echter biologisch nagenoeg inactief (slechts 10% van de potentie van T3), maar bindt wel aan de T3 receptoren waardoor het overgebleven T3 zijn werk in mindere mate kan doen. Het gevolg is een verstoring van de schildklierfunctie.
Mineralen- en vitaminetekorten Om seleniumtekort als oorzaak van deze verstoring aan te kunnen duiden kan selenium ook in volbloed of serum getest worden, zodat een volledig rT3 beeld gevormd kan worden.

Een tekort aan de mineralen zink, selenium en jodium kan de aanmaak van schildklierhormoon afremmen of de aanmaak van reversed T3 stimuleren. Daarom is het aan te raden om deze mineralen in volbloed of serum of urine te testen, zodat een volledig beeld gevormd kan worden.
Verder zijn ook vitamine A en D belangrijk om te meten om een goed beeld te krijgen van de schildklierhormoonhuishouding.

Bij verlaagde gehaltes in het bloed werkt het T4 schildklierhormoon minder goed. Ook vitamine B 12 en foliumzuur en vitamine B 6 moeten worden bepaald. In een 24 uurs-urine wordt naast de totaal T3 en T4 ook jodium gemeten.

Bij koud weer (winter en lange donkere dagen) zijn meer schildklierhormonen nodig dan bij warm weer (zomer). Tekorten aan ijzer en vitamine B 12 komen regelmatig voor bij hypothyroïdie. Een belangrijke reden hiervoor is meestal een verlaagde productie van maagzuur.

Ook de intrinsieke factor voor het vervoer van B 12 is verminderd of afwezig door weinig maagzuur. Daarnaast  kan er sprake zijn van auto-immuuncomponenten bij hypothyroïdie waardoor het immuunsysteem de intrinsieke factor aanvalt.
Eenvoudige test: Barnes temperatuurtestOm een indruk te krijgen of er sprake is van een mogelijk schildklierprobleem is er een eenvoudige test te doen. Leg voor het slapen gaan een thermometer klaar. Een kwik- of thermometer met alcohol geeft bij deze test een meer betrouwbare uitslag dan een digitale thermometer, omdat het bij een niet-digitale thermometer langer duurt voor de thermometer afgelezen kan/moet worden. Een digitale thermometer geeft te snel een uitslag om de okseltemperatuur te kunnen meten. Een oorthermometer wordt nog minder betrouwbaar geacht.

Niet-digitale meting: Sla een niet-digitale thermometer 's avonds alvast naar beneden. Meet de volgende morgen, voordat je actief wordt en gaat opstaan, de lichaamstemperatuur door een niet-digitale thermometer 10 minuten onder de oksel te klemmen of een digitale thermometer tot het signaal komt dat de meting afgerond is. Beweeg zo min mogelijk, sta niet op uit bed, blijf rustig liggen.

Doe deze test op drie verschillende dagen. Menstruerende vrouwen kunnen de test, vanwege temperatuurschommelingen in hun maandelijkse periode, het beste doen op de tweede t/m vierde dag na het begin van hun menstruatie. Bij de eisprong wordt de basale temperatuur een graad hoger, dus men moet de meting minstens een week voor de eisprong doen.
Interpretatie van de thermometertest37,0 - 37,3 °C rectaal: uw schildklierhormonen werken goed
36,5 - 37,0 °C rectaal: uw lichaamstemperatuur is matig verlaagd. Tussen de 36,8 en 37,0 °C zijn er mogelijk milde klachten rond uw schildklierhormoonfunctie.
3 x meting lager dan 36,8 ºC rectaal: u heeft met 85% zekerheid een te lage activiteit van uw schildklierhormonen.
2 x meting lager dan 36,8 ºC rectaal én herkenning van diverse symptomen van lage activiteit schildklierhormonen: u heeft zeer waarschijnlijk een te lage activiteit van uw schildklierhormonen.
Tussen 36,1 en 36,5 ºC rectaal: u heeft een duidelijk lage temperatuur en zeer grote kans dat uw schildklierhormonen niet goed functioneren.
Lager dan 36,1 ºC rectaal: één of meer keren zelfs onder de 36,1 ºC : dan zijn er zeer waarschijnlijk grote problemen met het functioneren van uw schildklierhormonen (en/ of andere sterke hormonale verstoringen).
Een hogere waarde dan 37,3: er kan sprake zijn van een te hoge activiteit van de schildklierhormonen. Controleer eerst of u koorts heeft. Dat verstoort een juiste bepaling van de activiteit van de schildklierhormonen. Een te hoge activiteit van schildklierhormonen is goed te controleren met bloedonderzoek.

De okseltemperatuur is moeilijker correct op te nemen dan de rectale temperatuur (in de anus).
De okseltemperatuur wordt relatief snel beïnvloed door de temperatuur van de huid. Als u bijvoorbeeld een kwartiertje met uw handen onder uw hoofd hebt gelegen, dan geeft dit een koudere huid onder de oksel en dus een lagere temperatuur. Bij twijfel, neem dan ook de temperatuur rectaal op. Deze mag niet meer dan 0,7 graden hoger zijn dan de okseltemperatuur.

Is dit wel het geval, dan is de gemeten okseltemperatuur niet betrouwbaar en moet deze niet worden meegenomen in de beoordeling van de activiteit van de schildklierhormonen. Veel bewegen voor het meten van de (oksel)temperatuur geeft ook een onjuist beeld van de basale temperatuur. Beweging leidt namelijk tot een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur. In de vroege ochtend opstaan om naar het toilet te gaan, is geen probleem als het toiletbezoek tenminste 1 uur voor de meting heeft plaatsgevonden.
Te lage bijnieractiviteitHormonen hebben allemaal een sterke onderlinge wisselwerking. Als er een ontregeling is van bijvoorbeeld de bijnieren of de geslachtsklieren, heeft dat invloed op de functie van de schildklier. Bij bijvoorbeeld chronische stress moet de bijnier zo vaak en zo hard werken dat de schildklier op een lager pitje gaat branden.

Een hoge cortisolwaarde remt de omzetting van T4 naar de actieve vorm T3. Ook ontstaat er bij een verhoogde waarde van cortisol meer rT3. Als de bijnier op een gegeven moment uitgeput raakt, kan er een te lage hoeveelheid van het stresshormoon cortisol ontstaan.

Ook een te lage hoeveelheid cortisol heeft echter een negatieve invloed op het functioneren van de schildklierhormonen, omdat die alleen hun werkzaamheid in de cel kunnen uitoefenen als cortisol ervoor zorgt dat de cel-receptoren goed werken. Om zicht te krijgen op andere onderliggende hormoonverstoringen kunt u hormoonspeekseltesten doen.

Hormonen Vrouw Plus speekseltest (cortisol, DHEA, oestradiol, oestriol, progesteron testosteron)

Hormonen Vrouw Plus speekseltest (cortisol, DHEA, oestradiol, oestriol, progesteron testosteron)Verkoopprijs (incl. BTW): € 122,95
Koop deze test op Yours-Healthcare.nl Schildklierklachten type 1 en 2Bij schildklierklachten praten we meestal over een trage schildklier of een snelle schildklier. Schildklierklachten kunnen echter ook worden verdeeld in type 1 en type 2.
•Bij type 1 is de aanmaak, omzetting en het vervoer van schildklierhormonen verstoord.
•Bij type 2 worden de schildklierhormonen niet opgenomen.
Schildklier klachten type 1:Verstoorde schildklierhormoonproductie. Bij type 1 is de aanmaak, omzetting en het vervoer van schildklierhormonen verstoord. Hierdoor is het onmogelijk om in het bloed de normale hoeveelheid te handhaven van deze hormonen alsook van het door de hypofyse geproduceerde TSH (thyroïd stimulerend hormoon). Schildklierklachten van het type 1 zijn aantoonbaar in het bloed via metingen van TSH vrij, T3 vrij, T4 e.d.
Schildklierklachten Type 2:De schildklierhormonen worden niet opgenomen. Deze perifere resistentie voor schildklierhormonen op cellulair niveau wordt niet veroorzaakt door een tekort aan schildklierhormonen. Een bloedtest kan dus niet worden gebruikt voor de bepaling van type 2. Type 2 wordt dan ook zeer vaak over het hoofd gezien.
Registratie Schildklier onbalans:•Vermoeidheid
•Gewichtsveranderingen
•Verhoogde eetlust
•Niet kunnen aankomen of moeilijk afvallen
•Het erg warm of extreem koud hebben
•Kouwelijk (tot verkleumen aan toe)
•Transpireren
•Verhoogde hartslag of verlaagde hartslag
•Onregelmatige hartslag
•Hartritmestoornissen
•Hartkramp in rust
•Diarree of obstipatie
•Zachte kleverige ontlasting
•Bevende handen (tremor)
•Inwendig 'trillerig' gevoel
•Slapte
•Klamme huid
•Onrustig bewegen
•Struma in de hals
•Onrustig slapen
•Niet in slaap kunnen vallen
•Spierzwakte in armen en benen
•Kortademig na inspanning
•Vocht vasthouden
•Haaruitval
•Afbrokkelende nagels
•Neiging tot hard werken
•Erg moe tot uitgeput zijn
•Gevoelig voor geluid
•Rode geïrriteerde ogen 'allergie'
•‘Zandkorrels’ in ogen
•Pafferig gezicht
•Droge gebarsten huid
•Schilferige huid
•Bleke en/of gele huid
•Kloven in vingers
•Kloven in hiel en eeltvorming
•Spierpijn/kramp in kuiten
•Pijn op de borst: Angina Pectoris
•Gezwollen, pijnlijke en gespannen borsten
•Opgeblazen buik
•Slechte spijsvertering (opnamestoornissen)
•Haaruitval, bros haar
•Verdunnen van buitenste helft wenkbrauwen
•Afbrokkelende- of geribbelde nagels
•Verergering van oogklachten
•Kortademig, benauwd, duizelig
•Chronische spierpijn en spierzwakte
•Pijnlijke gewrichten
•Tintelingen in ledematen
•Schorre, krakende- en lage stem
•Doofheid of hoge pieptonen in het oor
•Lang slapen, ‘suffen’ overdag
•Afgenomen libido
•Gevoel van branderigheid  van de ogen
•Rood geïrriteerd hoornvlies
•Niet goed tegen fel licht kunnen
•Snel en voortdurend tranende of vochtige ogen
•Vermoeid gevoel van ogen
•Wazig zien
•Verdikking van bovenste oogleden
•Wallen onder ogen
•‘Bollende’ ogen
•Opgetrokken oogleden
•Pijn of druk achter oogbol
•Pijn bij oogbewegingen
•Hoofdpijn
•Scheel zien
•Dubbelzien
•Verkleind gezichtsveld
•Oogleden niet meer kunnen sluiten
•Ernstige nekpijnen
•Veranderde gelaatsuitdrukking
•Vagere waarneming
•Verminerde kleurwaarneming
•Blindheid (bij niet operatief ingrijpen).
Vrouwen:•Menstruatie wordt minder
•Miskramen, onvruchtbaarheid
•Hevige menstruatie, PMS
•Afgenomen libido
Psychosociale klachten: •Gejaagd gevoel
•Geïrriteerdheid
•Ongeduld
•Emotionele labiliteit
•Nervositeit
•Snel denken en praten
•Vermoeidheid
•Gevoel van uitputting
•Niet kunnen stoppen met werken
•'Burn-out'
•Angst, argwaan
•Agressie
•Laag zelfvertrouwen
•Psychische belasting
•Slecht geheugen
•Concentratie problemen
•Traag denken en praten
•Vermoeidheid
•Lethargie
•Gebrek aan levenslust
•Angst, argwaan
•Depressie of melancholie
•Emotionele labiliteit
•Lusteloosheid, apathie
•Onzekerheid
•Laag zelfvertrouwen
•Psychische belasting
•Misverstanden met omgeving (vanwege verstoorde gezichtsuitdrukking)
•Sociale afwijzing
•Chronische pijn en ongemak
•Gebrek aan zelfvertrouwen
•Isolement
Commentaar NDNMet leefstijlmaatregelen als voeding, meer bewegen, stressmanagement, meditatie en het geven van voedende stoffen voor de bijnieren en schildklier, kan de schildklier het in de beginfase in veel gevallen nog redden. Ook aan inname van voldoende zwavelhoudende eiwitten (ei, vis, vlees) moet worden gedacht. Zeegroenten, paranoten (seleniumrijk), schaal- en schelpdieren zijn voorbeelden van voedende voeding. Rauwe koolsoorten, pinda en rauwe pijnboompitten moeten worden vermeden.

Alles wat de mitochondriale activiteit positief beïnvloed moet nagelopen worden: denk aan B- vitaminen, zink, magnesiumbisglycinaat, jodium, tyrosine, omega-3- vetzuren, choline, vitamine C, vitamine E, glutathion en co-enzym Q 10.

De schildklier is bij uitstek een leefstijlorgaan en daar past een leefstijlgeneeskunde met integrale aanpak uitstekend bij. Dus: voeding optimaliseren, toxische belastingen wegnemen, bewegen, krachtraining, tekorten bijspijkeren en mediteren. Natuurartsen en natuurdiëtisten kunnen u daarbij begeleiden.

 

Voedings- en laboratorium zelftesten

Laboratoriumtesten urine bloed ontlasting en speekseltesten Wij werken samen met de grote Duitse fabrikant van laboratoriumtesten Medivere. Medivere levert laboratorium diagnostische diensten waarbij de conventionele geneeskunde als ook aanvullende (complementaire) medische diagnostica en therapieën optimaal worden gecombineerd.

Op onze pagina over voedings- en laboratoriumtesten kunt u alle hierbovengenoemde Medivere testen bekijken en zelf bestellen.

Vond u deze informatie nuttig? Lees dan alstublieft de persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt, oprichtster van Natuur DiŽtisten Nederland