Een persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt

Natuurdiëtisten.nl

Gratis Nieuwsbrief

Waardevolle en actuele informatie en tips over voeding en uw gezondheid!

Uw emailadres wordt alleen gebruikt voor toezenden van de nieuwsbrief.

Nieuwsbrief archief

> Naar alle nieuwsberichten

Pijnstillers grootste oorzaak van leverschade

07 september 2017 | ndn | Tal van soorten medicatie veroorzaken leverschade, waarschuwt de AACN, een Amerikaanse vereniging van verpleegkundigen. Soms wordt die schade hersteld, maar soms is de schade permanent en kan het leverfalen en zelfs sterfte veroorzaken. Er is een toenemende vraag naar de analyse van verschillende CYP-enzymen, om de metaboliserende capaciteit van de lever in kaart te brengen. Zoín uitgebreide analyse wordt ook wel aangeduid als Ďfarmacogenetisch profielí of ĎDNA-paspoort voor medicijnení.

Veruit de belangrijkste boosdoener is acetaminophen/paracetamol, dat verantwoordelijk is voor 46% van alle gevallen van acuut leverfalen in de VS[1]. Paracetamol vormt een groot gevaar omdat het vrij verkrijgbaar is bij de apotheek en patiënten soms de veilige dosis overschrijden. De AACN waarschuwt ook dat sommige voedings- en kruidensupplementen evengoed de lever kunnen belasten, hoewel dat veel minder frequent voorkomt.

De lever is het orgaan dat het leeuwendeel van gifstoffen moet verwijderen. De lever is daarom erg kwetsbaar voor schade, ook door korte termijn gebruik van hogere dosissen. Artsen moeten hiermee voldoende rekening houden door aandacht te hebben voor klinische symptomen die hierop kunnen wijzen. Herstel van leverschade is meestal mogelijk, maar soms is de schade onomkeerbaar.
Metabolisme van geneesmiddelenIedereen reageert verschillend op het verwerken van geneesmiddelen. Voordat een geneesmiddel uit het lichaam uitgescheiden kan worden, moet het eerst omgezet worden en aan water worden gebonden in o.a. de lever. Deze omzetting (metabolisme) van geneesmiddelen vindt plaats in twee fasen. Het doel van de reactie in de eerste fase is om het molecuul gereed te maken voor een fase twee reactie. In de fase twee reactie wordt het molecuul wateroplosbaar gemaakt, zodat het via de nieren of de gal uitgescheiden kan worden.

Metabolisme van geneesmiddelen vindt hoofdzakelijk plaats in de lever, maar ook andere organen zoals huid, longen, maagdarmsysteem, bloed, hersenen en nieren kunnen erbij betrokken zijn. Een bepaalde enzymgroep (P450) in het endoplasmatisch reticulum van o.a. lever-, nier-, long- en darmcellen, houdt zich vooral met deze klus bezig. Het cytochroom-P450 (CYP) enzymsysteem van de lever is betrokken bij het metabolisme en de eliminatie van bijna alle reguliere geneesmiddelen, maar ook van alternatieve geneesmiddelen (zoals vitaminesupplementen, kruiden, etc.).

De capaciteit van het systeem verschilt van persoon tot persoon. Dit leidt ertoe, dat niet iedereen op een bepaalde dosis van een (genees)middel hetzelfde reageert. Op het lijstje van potentieel leverbelastende stoffen staan niet alleen de pijnstillers, maar ook niet-steroïdale ontstekingsremmers, antibiotica, epilepsiemedicatie, statines, protonpompremmers, methotrexaat, azathioprine en sulfasalazine.
CYP- enzymen en veranderde levercapaciteitCytochroom P450 (CYP 450) is een enzymgroep die uit circa vijftig verschillende enzymen bestaat. De enzymen zijn ingedeeld in families en subfamilies op basis van hun aminozuurstructuur. De nomenclatuur bij de naamgeving is als volgt: voor bijvoorbeeld het enzym CYP3A4 beschrijft de 3 de familie, A de subfamilie en 4 het individuele gen. Soms is er op internet bij de beschrijving van medicatie de mate van belasting voor de diverse CYP-enzymen te vinden.

We noemen een aantal bekende enzymen waar onderzoeksgegevens over bekend zijn. De CYP450 enzymen: CYP1A2, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en het al genoemde CYP3A4 zijn de belangrijkste enzymen in het metabolisme van geneesmiddelen. Dit laatste enzym neemt ca. 40-50% van alle geneesmiddelen voor zijn rekening.

Leveraandoeningen kunnen een veranderde effectiviteit en bijwerkingen van geneesmiddelen veroorzaken. Bepaalde leverfuncties zijn dan gestoord, waardoor CYP- afhankelijke biotransformatie van medicijnen wordt vertraagd. Genetische variaties en veranderingen (polymorfisme) kunnen ook leiden tot een minder werkzaam of zelfs inactief enzym of juist tot een enzym met hogere activiteit.

Dit kan belangrijke gevolgen hebben zoals een verlengd farmacologisch effect, bijwerkingen, afwezigheid van werking en metabolisme via andere routes die soms schadelijk kunnen zijn. Vooral bij de enzymen CYPP2C9, CYP2C19 en CYP2D6 kunnen genetische veranderingen en variaties een rol spelen.

Van invloed zijn niet alleen genen en leveraandoeningen, maar ook bepaalde voedingsstoffen, roken, etnische afkomst en, zoals wij in de praktijk zien,  de constitutie. Effectiviteit of bijwerkingen van geneesmiddelen zijn niet hetzelfde bij verschillende etnische groepen. Er zijn diverse onderzoeken bekend van verschillen tussen Aziaten, Japanners en Koreanen. Van een aantal psychofarmaca zoals van slaapmiddelen en antidepressiva is aangetoond dat de eliminatiesnelheid bij rokers hoger is dan bij niet-rokers.
Farmacogenetisch testen op CYP450-enzymenFarmacogenetica is het vakgebied dat zich richt op het uitvoeren van DNA-analyses die betrekking hebben op de aangeboren capaciteit om geneesmiddelen op te nemen en om te zetten, om zo de effectiviteit van geneesmiddelen te voorspellen.[2,3] De genetische informatie die wordt onderzocht betreft geneesmiddeltransporters, metaboliserende enzymen en receptoren. De meeste aandacht in dit veld gaat uit naar CYP-enzymen die geneesmiddelen metaboliseren.

Interacties(communicatie over en weer) kunnen ook van invloed zijn op de CYP- enzymen. Sommige stoffen remmen (inhibitie) of activeren (inductie) het enzym. Een remming kan komen doordat er tussen twee (genees)middelen concurrentie ontstaat om de bindingsplaats van het enzym. Dit wordt opgeheven door het niet meer innemen van het concurrerende middel maar het kan ook het enzym inactief of kapot maken. In het laatste geval moet eerst, indien nog mogelijk, een nieuw enzym aangemaakt worden. Bijwerkingen zoals spierpijn, vermoeidheid, hoofdpijn en jeuk kunnen dan langer aanhouden. Na het stoppen met innemen van een middel kunnen de klachten gemiddeld nog twee tot drie weken aanhouden.

Worden tegelijkertijd met een geneesmiddel bepaalde voedingsstoffen gegeten dan kunnen er interacties optreden, die de effectiviteit van het geneesmiddel beïnvloeden. Een voorbeeld hiervan is de gelijktijdige inname van het neurolepticum (clozapine) en het drinken van cafeïne houdende dranken zoals koffie en cola, wat allerlei bijwerkingen geeft. Omdat zowel het genoemde geneesmiddel als cafeïne voor de omzettingen afhankelijk zijn van hetzelfde enzym (CYP1A2-enzym) zijn de stoffen in staat om elkaars eliminatie te remmen. Het gevolg daarvan is versterking van hun effect.

Van sommige groenten zoals broccoli, knollen, kool, radijs, rapen en fruit (grapefruit) is bekend dat ze de activiteit van bepaalde CYP-enzymen remmen. Ook dit heeft effect op het metabolisme van bepaalde geneesmiddelen.
DNA-analyse: DNA paspoort voor medicijnenEen uitgebreide DNA-analyse wordt ook wel aangeduid als ‘farmacogenetisch profiel’ of ‘DNA-paspoort voor medicijnen’. Gezien de kans dat iemand ooit met bepaalde medicijnen in aanraking komt, zou zo’n paspoort informatie over minimaal 7 genen moeten bevatten: CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6, CYP3A4, CYP3A5, VKORC1 en SLCO1B1. Dit profiel geeft aanwijzingen voor het juiste gebruik van medicatie.

De DNA-analyse geeft informatie over de verwachte enzymactiviteit in de lever op basis van overerfbare eigenschappen. Effecten bij bijvoorbeeld een CYP2D6-trage metaboliseerder hangen echter ook af van het geneesmiddel in kwestie. Apothekers kunnen, als zij de DNA-informatie ingevoerd hebben in hun computersysteem (bepaalde website), via de G-standaard automatisch hierop bewaken bij de uitgifte van medicatie[4]. De kosten van farmacogenetische analyses verschillen per laboratorium. Dat ligt onder meer aan het aantal DNA-varianten per enzym waarop getest wordt.

Farmacogenetica heeft zeker ook beperkingen bij het voorspellen van de metabole capaciteit van de lever. Ondermeer is van belang hoeveel DNA-varianten daadwerkelijk worden onderzocht; dit aantal verschilt tussen laboratoria.
Commentaar Natuurdiëtisten NederlandEen bepaling van de geneesmiddelconcentratie is nu vaak informatie achteraf. Zeker bij risicovolle medicatie zou farmacogenetische informatie op voorhand nuttig kunnen zijn. De uitslag van een farmacogenetische test is bovendien niet alleen van toepassing op de huidige medicatie, maar geeft ook inzicht in de afbraak van eerdere medicatie of van medicatie die in de toekomst zal worden voorgeschreven.

Minstens zo belangrijk is echter dat genotypering geen rekening houdt met invloeden van het dieet, de zelfzorgmedicatie (waaronder voedingssupplementen, kruiden) of een onderliggende ziekte die de nierfunctie of de leverfunctie van de patiënt beïnvloedt.
Marijke de Waal Malefijt

Vond u deze informatie nuttig? Lees dan alstublieft de persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt, oprichtster van Natuur DiŽtisten Nederland