> Naar alle nieuwsberichten

Nieuws: Natuurvoeding en de ziekte van Crohn, deel 1

24 november 2009 | Caroline Slikker | Bij de ziekte van Crohn treedt een ontstekingsreactie op in de gehele darmwand, van het slijmvlies aan de binnenkant tot de buitenste laag (serosa). Sommige voedingsupplementen blijken goed inzetbaar bij deze ziekte.

De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa worden samen Inflammatoiry Bowel Disease (IBD) genoemd. Hoewel deze ziekten veel overeenkomsten vertonen, bestaan er ook verschillen. In de Solgar Masterclass van 30 oktober 2009 werden beide ziektebeelden uitgebreid behandeld door Erik Klaarwater. Zoals altijd hield hij een helder betoog over Crohn en IBD. Klaarwater schetste diverse onderzoekresultaten en gaf de laatste wetenschappelijke bevindingen over een behandeling met voedingssupplementen bij Crohn.
In dit artikel wordt voor de overzichtelijkheid alleen ingegaan op de ziekte van Crohn. In deel 2 zal colitis ulcerosa verder worden toegelicht. De ziekte van CrohnBij de ziekte van Crohn treedt een ontstekingsreactie op in de gehele darmwand, van het slijmvlies aan de binnenkant tot de buitenste laag (serosa). De hoofdsymptomen zijn diarree, buikklachten en vermoeidheid. Bij jonge kinderen kan de aandoening leiden tot een groeiachterstand.

Complicaties komen voor in de vorm van fistels, verklevingen van de darm aan andere structuren in de buikholte, vernauwing van de darm door de vorming van littekenweefsel en abcessen. Buiten de darm treden ook vaak problemen op in de gewrichten, botontkalking, groeiachterstand, spierweefsel dat wordt aangetast en gaat ontsteken. Soms wordt dan ten onrechte de diagnose fibromyalgie gesteld.
Crohn, een multifactoriële aandoening Meer dan 30 genen hebben invloed op het ontstaan van de ziekte van Crohn. Maar het is belangrijk te beseffen dat Crohn een multifactoriële aandoening is, waarop de patiënt zelf invloed heeft. De betreffende genen kunnen door een minder gezonde leefstijl ‘aan’ gezet worden. Mensen die roken hebben een twee maal hogere kans om de ziekte van Crohn te ontwikkelen. Mogelijk leidt het gebruik van anti-biotica tot een hogere kans op het ontwikkelen van de ziekte.
Ook het gebruik van anticonceptiepil staat in verband met een grotere kans op het ontstaan ervan. Voeding speelt een belangrijke rol; een dieet met veel suikers, weinig vezelstoffen en weinig rauwe groenten en fruit, veel verzadigde vetten en fast food vergroten het risico. Een mediterraan dieet met veel vezels, groenten, fruit, vis, olijfolie, granen en noten verlagen dit. Factoren die IBD laten ontstaan De drie factoren die samen IBD kunnen laten ontstaan zijn:
- een afwijkende reactiviteit van het immuunsysteem van de darm op antigenen,
- de aanwezigheid van die antigenen en
- de mogelijkheid voor het antigen om in contact te komen met het immuunsysteem.
Bij Crohn beschadigt een ontsteking het darmslijmvlies. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel van beschadiging en ontsteking. De barrièrefunctie van het slijmvlies verbeteren is daarom het hoofddoel van een therapie. Behandeling Reguliere behandeling van IBD omvat het inzetten van mesalazinepreparaten (5-amino-salicylzuur). Deze stof is eigenlijk aspirine en heeft een negatieve invloed op de darmen en daarmee op het behoud van het ziektebeeld. Werkt dit niet dan worden corticosteroïden voorgeschreven. Soms worden immunosuppressiva ingezet. Het inzetten van voedingssupplementen Net als medicatie is het gebruik van voedingssupplementen gericht op het verminderen van ontstekingsreacties. Daarnaast kan worden geprobeerd het darmslijmvlies in zijn genezing te ondersteunen. Omega-3 vetzuren (visolie)In de meeste studies naar het effect van visolie op de ziekte van Crohn blijkt suppletie van visolie de opvlammingen niet te verminderen. Recent in vitro onderzoek laat wel zien dat EPA in staat is de barrièrefunctie van het slijmvlies te verbeteren via veranderingen in celmembraan ter hoogte van de tight junctions, de tight junctions zelf en door activatie van peroxisome proliferator-activated receptor alfa (PPAR-alfa). Hierdoor neemt de transcriptie van tientallen genen die betrokken zijn bij de barrièrefunctie van het slijmvlies toe. Gebruik van visolie bij patiënten is dus wel aan te raden. Gamma-linoleenzuur (GLA)GLA bevat een aantal ontstekingsremmende en barrièrefunctie-bevorderende eigenschappen die, gecombineerd met de ervaringen uit de praktijk, van GLA een belangrijk hulpmiddel maken bij allerlei ontstekingen in huid en slijmvliezen.

Er zijn meerdere mogelijke mechanismen die de ontstekingsremmende effecten van GLA kunnen verklaren:

  • De productie van leukotriëen B4 en PAF (platelet-activating factor) door leukocyten wordt verminderd. Beide stoffen hebben een sterk ontstekingsbevorderende werking.
  • De specifieke stijging van DGLA in de celmembranen van neutrofiele leukocyten heeft tot gevolg dat na stimulatie er relatief meer DGLA dan AA wordt vrijgemaakt, waardoor de hoeveelheid prostaglandine E1 (‘ontstekingremmend’) stijgt ten opzichte van de hoeveelheid prostaglandine E2 (= ‘ontstekingbevorderend’).
  • Vermindering van interleukine-2 afhankelijke deling van lymfocyten en cytotoxische T-lymfocyten.

Naast deze ontstekingremmende effecten laat GLA ook effecten op de barrièrefunctie van het darmslijmvlies zien. Net als EPA heeft GLA invloed op tight junctions door een verhoogde productie van ocludine en via PPAR-alfa. ProbioticaDe belangrijkste eindproducten van de stofwisseling van darmbacteriën zijn korteketen- vetzuren (short chain fatty acids; SCFA). Eén van de belangrijkste eigenschappen van SCFA’s is het groeistimulerend effect op het darmepitheel. Opvallend is bovendien dat boterzuur, een van de korte keten vetzuren, ook de effecten van interferon-gamma tegengaat. Bepaalde reacties en signalen in het immuunsysteem (zowel in de darmwand als in de rest van het lichaam) kunnen alleen goed verlopen wanneer er een goede darmflora aanwezig is.
Ook is gebleken dat dode probiotica (“goede” darmbacteriën) in staat waren om een tolerantierespons op te wekken. 'Darmvoorbereiding’ bij een darmscopie en darmfloraverstoringSlijmstoffen dienen als voedingsstof voor bepaalde darmflorabacteriën. Verstoring van de darmflora kan optreden na darminfecties of langdurige diarree, bij chronische darmwandontstekingen (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, voedselallergieën, coeliakie etc.) en na gebruik van antibiotica. Een vaak over het hoofd geziene oorzaak van verstoring is de “darmvoorbereiding” die mensen krijgen voor het verrichten van een darmscopie. Door dit osmotische laxeermiddel wordt de darm in korte tijd leeggemaakt. Omdat het bij dit onderzoek altijd gaat om mensen die al buikklachten hebben kan dit de figuurlijke druppel zijn. StammenoorlogIn de laatste paar jaar is er onderzoek gedaan naar de effecten van probiotische stammen op de barrièrefunctie van het slijmvlies. Stammen die een aangetoond positief effect hebben op de barrièrefunctie zijn:
- Lactobacillus rhamnosus GG
- Lactobacillus acidophilus LA-5
- Bifidobacterium lactis BB-12
- Staphylococcolitis ulcerosas thermophilus TH-4
- Bifidobacterium infantis BB-02

LGG liet in een klein onderzoek bij kinderen met de ziekte van Crohn een vermindering van de klachten en een verbetering van de barrièrefunctie van de darm zien. Andere specifieke probiotica met gunstige effecten zijn E. coli Nissle 1917284 en Saccharomyces boulardii. Vitamine DIn de afgelopen jaren is ontdekt dat vitamine D op een aantal belangrijke punten invloed kan uitoefenen op de barrièrefunctie en ontstekingsprocessen in de darm.

  1. Het stimuleert de vorming van tight junctions en de genezing van het darmslijmvlies.
  2. Het stimuleert de productie van ontgiftingsenzymen (fase I en fase II) en antioxidanteiwitten in darmslijmvliescellen.
  3. Het heeft invloed op de ontstekingsreactie zelf door verschuiving van een T-helper-1 reactie naar een T-helper-2 reactie. Dit leidt tot een afname van de ontstekingsreactie door de regulerende effecten van T-helper-2 cellen.
  4. Het leidt tot een verminderde productie van ontstekingsbevorderende factoren door witte bloedcellen van personen met de ziekte van Crohn.
  5. Het stimuleert de productie van IL-10 en de aanmaak van het ontstekingsstimulerende IFN-alfa neemt af.
  6. Het bevordert de productie van antibacteriële eiwitten zoals cathelicidinen door de darmwand. Hiermee kan het lichaam infecties voorkomen zonder dat er ontstekingsreacties optreden.

AntioxidantenOxidatieve stress wordt in verband gebracht met de ziekte van Crohn, zowel in het ontstaan als het beloop. Onderzoek toonde aan dat ook in een rustige fase de hoeveelheid antioxidanten (carotenoïden, vitamine C) in het bloed bij personen met IBD verlaagd is ten opzichte van gezonde proefpersonen.

Een veranderde respons op oxidatieve stress lijkt een rol te spelen in het ontstaan van slijmvliesbeschadiging bij personen met IBD. Twee plantaardige stoffen met antioxidanteigenschappen, Ginkgo biloba-extract (120-240mg) en geelwortel extract zijn uitgebreider onderzocht, met positieve resultaten.
Verder vermindert granaatappelextract de ontstekingsverschijnselen en heeft een positief effect op de darmflora bij ratten. Vetten: let op linolzuurMet name het eten van meer dierlijke vetten staat in verband met een hogere kans op IBD. Ook de samenstelling van de vetten in de voeding blijkt een hele belangrijke rol te spelen.
In een onderzoek met gladde spiercellen uit de darmwand bleek linolzuur de productie van het ontstekingsbevorderende interleukine 8 te stimuleren, terwijl oliezuur dit effect niet had. Linolzuur liet de productie van IL-8 met een factor 9 toenemen bij personen met de ziekte van Crohn. Dit is een effect dat in gezonde cellen alleen bereikt werd door toevoeging van stoffen die een verhoogde concentratie vrije radicalen veroorzaken. Vitamine C en vitamine E voorkwamen dit effect. Beperking van linolzuur in het dieet lijkt daarom sterk aan te bevelen bij personen met IBD. KoolhydratenOver het gebruik van koolhydraten en vezelstoffen is veel informatie beschikbaar, vooral via het internet. Een van de diëten die veel genoemd worden bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa is het Specific Carbohydrate Diet (SCD). Hierbij wordt de consumptie van complexe koolhydraten (zetmelen, vezelstoffen) volledig vermeden.

De theorie achter dit dieet is dat er sprake is van een onvolledige vertering van deze koolhydraten. Hierdoor treedt bacteriële fermentatie van oligosacchariden op, dat leidt tot gasvorming en schadelijke bijproducten. Onderzoek naar deze benadering ontbreekt echter. Een dergelijk dieet leidt tot het vermijden van bepaalde koolhydraten, gluten en S. cerevisiae (bakkersgist, waartegen bij de ziekte van Crohn vaker antilichamen worden gevonden). Hierdoor kan wel een verbetering optreden.

In tegenstelling tot deze theorie ligt het feit dat in diverse studies een hogere inname van vezelstoffen juist een sterke reductie van de kans op het ontwikkelen van de ziekte van Crohn laat zien. Een dieet met veel vezels en complexe koolhydraten laat vaak juist verbeteringen zien bij de ziekte van Crohn.

Tenslotte is er mogelijk een ander verband tussen de koolhydraatconsumptie en de effectiviteit van het SCD, te weten het eten van aardappelen. In aardappelen komen van nature de glycoalkaloïden solanine en chaconine voor. Deze alkaloïden leidde tot schade aan de barrière in de darm van muizen die gevoelig waren voor het ontstaan van IBD (IL-10 deficiëntie).
In deze studie werden doseringen gebruikt die overeenkomen met de menselijke voeding. De auteurs van deze studie merken op dat IBD meer voorkomt in landen waar aardappelen worden gegeten, en dat bakken of frituren van aardappels deze glycoalkaloïden concentreert.Samenvatting De ziekte van Crohn ontstaat door een combinatie van genetische aanleg en omgevingsfactoren. Bij de ziekte van Crohn worden vooral genetische variaties gevonden die betrekking hebben op het immuunsysteem.

Wanneer de juiste omstandigheden optreden voor een ontstekingsreactie in de darm, dan  leidt deze ontstekingsreactie zonder meer tot uitgebreide beschadiging van het darmslijmvlies, en daarmee tot verder contact tussen diverse antigenen en het immuunsysteem. Op zich kan deze interactie de ontstekingsreactie onderhouden.
Het remmen van ontstekingsreacties en het verbeteren van de slijmvliesbarrière zijn de belangrijkste punten waarop voedingsinterventie en voedingssupplementen kunnen ingrijpen. Dat kan de vicieuze cirkel van ontstekingsreactie en slijmvliesbeschadiging doorbreken.

Caroline Slikker, Natuurdietist
Met dank aan Erik Klaarwater