Een persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt

Natuurdiëtisten.nl

Gratis Nieuwsbrief

Waardevolle en actuele informatie en tips over voeding en uw gezondheid!

Uw emailadres wordt alleen gebruikt voor toezenden van de nieuwsbrief.

Typen voedselovergevoeligheden

Voedselovergevoeligheid kan men indelen in:
A) Allergische voedselovergevoeligheid (voedselallergie) en
B) Niet-allergische voedselovergevoeligheid (voorheen ook wel intolerantie genoemd). A) Allergische voedselovergevoeligheidEen allergie is een abnormale reactie van het afweersysteem op eiwitten uit de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld een stof uit de lucht zijn (pollen) of het kunnen eiwitten uit de voeding zijn. De eiwitten die een reactie veroorzaken, noemen we allergenen. Het lichaam reageert hierop met het vormen van antistoffen. Elk allergeen heeft zo zijn eigen specifieke antistof.
Er treedt een reactie op als na inname van het specifieke voedingsmiddel het eiwit in contact komt met het betreffende IgE. Deze reactie veroorzaakt uiteindelijk de klachten.
VoedselallergieVoedselallergie is een abnormale reactie van het afweersysteem, waarbij in het lichaam specifieke afweerstoffen tegen bepaalde allergenen in het voedsel gemaakt worden.
Om allergische klachten te ontwikkelen moet men eerst in contact komen met bepaalde eiwitten uit de voeding (allergeen). Het lichaam reageert hierop met het maken van afweerstoffen waardoor men gevoelig wordt voor dit bepaalde eiwit.

De gevormde afweerstoffen noemt men immunoglobulines; deze zijn van het E type (IgE). Overal in het lichaam zitten mestcellen. Als na inname van een bepaald voedingsmiddel, het eiwit uit dat voedingsmiddel in contact komt met het betreffende IgE, treedt er een reactie op. Uit de korrels in de mestcellen komen dan sterk werkzame stoffen vrij, zoals histamine. Histamine is verantwoordelijk voor het ontstaan van bepaalde verschijnselen en klachten bij allergie.

Meestal treedt een allergische reactie snel op (binnen enkele minuten tot een paar uur na het eten van het allergeen), maar het kan ook langer duren (8 uur tot 72 uur). Dit maakt het leggen van een verband tussen oorzaak en gevolg soms moeilijk. Om hier een beter inzicht in te krijgen, kan men een voedseldagboek bijhouden.
Reacties kunnen mild en ernstig zijnDe meest voorkomende voedselallergische reacties zijn op: koemelk, kippenei, vis, schaal- en schelpdieren, noten, pinda, soja, appel, sesamzaad, erwt.
De klachten bij voedselallergie zijn individueel bepaald. Iedereen heeft zijn eigen, specifieke klachten. Na inname van een bepaald voedingsmiddel treden steeds dezelfde klachten op. Wel is het zo, dat u op verschillende voedingsmiddelen met verschillende klachten kunt reageren. De ernst van de klachten kan dus per persoon en per voedingsmiddel variëren van mild tot zeer ernstig.

Bij voedselallergie kan een heel klein beetje van het ziekmakend voedingsmiddel (het allergeen) al een reactie uitlokken. Zo kan een kind met bijvoorbeeld een koemelkallergie al flink last krijgen bij het aflikken van een lepeltje waarmee door een beker met melk is geroerd.
KruisallergieHet lichaam kan soms geen onderscheid maken tussen eiwitten, omdat deze sterk op elkaar lijken. Dit kan tussen voedingsmiddelen onderling of tussen voedingsmiddelen en pollen en/of tussen voedingsmiddelen en latex. Deze reactie noemt men kruisallergie.

Het appelallergeen lijkt bijvoorbeeld zoveel op het allergeen van de berk, dat men zowel op de berk als op de appel reageert. Voorbeelden van kruisallergieën zijn:
Berk: appel, hazelnoot, wortel, aardappel, selderij, kers, peer, walnoot;
Bijvoet: selderij, wortel, venkel, peterselie, koriander, mosterd;
Gras: aardappel, tomaat, tarwe, pinda;
Koemelk: geitenmelk, schapenmelk, rundvlees;
Pinda: boomnoten, soja bonen, groene bonen, groene erwten, linzen, lupine;
Linzen: soja, pinda;
Latex: banaan, avocado, kiwi, kastanje, papaja, vijgen (aardappel, tomaat).
Kat: varkensvlees
B) Niet-allergische voedselovergevoeligheidBij niet-allergische voedselovergevoeligheid (ook wel intolerantie genoemd) is het afweersysteem niet rechtstreeks betrokken (dus geen allergenen) en ontstaan de reacties op verschillende manieren. De stoffen die een reactie kunnen veroorzaken noemen we triggers. Een voorbeeld is het conserveermiddel sulfiet.
SulfietenSulfieten zijn aanwezig in verschillende producten, waaronder wijn, en kunnen bij daarvoor gevoelige mensen moeilijkheden veroorzaken. Het merendeel van de mensen die er last van hebben heeft bovendien astma. Sulfieten worden gebruikt als steriliseer- en conserveringsmiddelen van voedselproducten. Bij veel mensen geven sulfieten geen merkbare verschijnselen, maar bent u er wel gevoelig voor dan moet u oppassen, wanneer u salades, vers fruit, aardappelen, schaaldieren en wijn eet. U moet van tevoren informeren of er sulfiet is gebruikt. Let er ook op of op etiketten namen vermeld staan als natriumbisulfiet, kaliumbisulfiet, natriumsulfiet, zwaveldioxide en kaliummetabisulfiet.
Gevoeligheid voor voedselkleurstoffenTartrazine wordt gebruikt als kleurstof in voedingsmiddelen, medicijnen en cosmetica en kan heftige reacties opwekken bij mensen met o.a. astma. Voedsel dat geel, oranje of geelgroen is gekleurd kan tartrazine bevatten. Lees daarom goed het etiket, waarop vaak de complete samenstelling staat vermeld. Wanneer dat niet zo is kunt u informeren bij de consumentenservice van de firma die het product heeft gemaakt.
Gevoeligheid voor voedselingrediëntenEén van de meest gecompliceerde problemen bij voedselovergevoeligheid is het feit dat sommige mensen niet voor het product zelf allergisch zijn, zoals bij pinda’s, maar voor de stoffen die zijn gebruikt bij het verwerken van het product. Dat is speciaal van belang bij voedsel die de hierboven genoemde stoffen zoals sulfieten en tartrazine bevat, maar ook bijvoorbeeld salicylaten.
SalicylatenSalicylaten komen vrij in de natuur voor, maar worden ook toegepast bij het verwerken van voedingsmiddelen. Ze komen speciaal veel in vruchten voor. Ze worden onder andere aangetroffen in appels en druiven en in daarvan afkomstige producten – cider, wijn en azijn. Als u gevoelig bent voor salicylaten, moet u het gebruik ervan vermijden, met inbegrip van zure uitjes en augurken, slasauzen op azijnbasis, mayonaise, en ketchup.

Salicylaten zijn aanwezig in de meest verschillende voedingsmiddelen. Hieronder vallen dranken zoals thee, gefermenteerde en gedestilleerde alcoholische dranken (met uitzondering van wodka), vleessoorten zoals corned beef, sauzen zoals mayonaise en slasauzen met azijn, groenten waaronder avocado, maïs, komkommer en paprika, fruit, zoals appels en daarvan gemaakte producten, abrikozen, bessen, kersen, krenten, druiven en rozijnen, meloenen, perziken en pruimen.
Klachten bij niet-allergische voedselovergevoeligheidBij niet-allergische voedselovergevoeligheid kan vaak een geringe hoeveelheid van een voedingsmiddel wel verdragen worden, maar normale porties geven klachten.
U kan bijvoorbeeld een koekje waar wat koemelk in verwerkt zit wel verdragen, maar drie koekjes of een glas melk is teveel. Dat geeft dan klachten. Een snufje kaneel door de rode kool geft geen klachten, maar eet u dan ’s avonds ook nog een appelflap waar kaneel in verwerkt zit samen met een yoga kaneelthee, dan krijgt u last van een huiduitslag of heftige hoofdpijn.
DrempelwaardeDe grens waarbij klachten ontstaan (drempelwaarde) is voor iedereen anders.
De klachten kunnen (tijdelijk) toenemen na het doormaken van o.a een (maagdarm) infectie, een stressvolle tijd (bijvoorbeeld bij een nieuwe baan) of in spannende tijden voor het kind (zoals het sinterklaasfeest), na een vaccinatie, antibiotica of andere medicatie of narcose.
Ook lichamelijke inspanning en het gebruik van alcohol kan van invloed zijn op de hoogte van de drempelwaarde.

De klachten bij allergische en niet-allergische voedselovergevoeligheid vertonen veel overeenkomsten. Over het algemeen verlopen de klachten bij niet-allergische voedselovergevoeligheid milder.
OnderzoekenNiet-allergische voedselovergevoeligheid is moeilijk vast te stellen omdat er maar zeer beperkt onderzoek gedaan kan worden. De klachten kunnen ook bij veel andere ziektebeelden voor komen. Omdat bij niet-allergische voedselovergevoeligheid het afweersysteem niet betrokken is, worden er geen antistoffen gemaakt. Onderzoek vindt daarom vooral door eliminatie-provocatie testen plaats. Lastig is ook nog dat een drempelwaarde voor iedereen anders is en die bovendien afhankelijk is van bepaalde factoren (zoals bij ziekte of stress). Daarnaast is de hoeveelheid triggers in dezelfde voedingsmiddelen niet altijd constant (bijvoorbeeld het histaminegehalte in worst en vis varieert sterk). De combinatie van voedingsmiddelen kan van invloed zijn.  Bijvoorbeeld een glas wijn bij een vis met kruidenkaassaus kan heftige klachten geven.
Biogeen aminenBiogene aminen zijn stoffen die gemaakt worden uit aminozuren, de bouwstenen van de eiwitten. De bekendste is histamine, dat het lichaam zelf maakt en een belangrijke rol speelt bij allergische reacties. Ze komen voor in nature in producten, waarin eiwitafbraak heeft plaatsgevonden. Vis en vis uit blik zijn hiervan bekende voorbeelden. Sommige mensen hebben een overgevoeligheid voor biogene amines in voedsel, die zich uit in op allergie lijkende reacties.

Belangrijke biogene amines in voedsel zijn histamine, tryptamine, cadaverine, putrescine, spermine en spermidine. Ze zijn betrokken bij allerlei processen in het lichaam, zoals de spijsvertering, de bloedsomloop en de ademhaling.
Bij overgevoeligheid voor biogene aminen functioneert het afbraaksysteem in de darmen onvoldoende en ontstaan er klachten.
In het lichaam spelen diverse andere biogene amines een belangrijke rol bij de signaaloverdracht in het zenuwstelsel. Dit zijn onder andere Gamma-Amino-Boterzuur (GABA), serotonine en dopamine.
Pseudo- allergische reacties (PAR’s)Men spreekt van een pseudo-allergie wanneer een stof van buiten het lichaam (bijv. een geneesmiddel of voedingsmiddel) zonder tussenkomst van het afweersysteem dezelfde klachten kan veroorzaken als bij een echte allergie. De wijze van contact kan zijn via orale inname, via bloed of door inademen.

De verschijnselen bij een pseudo-allergische reactie lijken op die van echte allergische reactie. De hieronder genoemde verschijnselen kunnen, maar hoeven niet allemaal op te treden. Daarnaast bestaan er gradaties van milde tot ernstige symptomen.

Algemene symptomen: algemene malaise, griepachtige verschijnselen met koorts en lymfeklierzwelling.
Huid; jeukende huiduitslag en galbulten, soms gepaard met uitgebreidere zwellingen, zogenaamde angio-oedeem. Bij een contactallergische reactie ontstaat er gemiddeld 2 tot 3 dagen na contact op de contactplaatsen een eczeemreactie welke zich uit als jeuk, roodheid, schilfering, zwelling, bultjes en blaasjes.
Luchtwegen; rode, tranende, jeukende en opgezette ogen, jeuk in de neus, een loopneus, verstopte neus en veel niezen, benauwdheid, piepende ademhaling, hoesten, druk op de borst
Hart- en bloedvaten: duizeligheid, neiging tot flauwvallen,bloeddrukdaling of bloeddrukverhoging
Mond, maag en darmen: jeuk aan lippen, mond- en keelholte, soms gepaard gaande met zwelling, opgezette keel, gevoel van benauwdheid en soms jeuk in de oren. Soms ook buikpijn, diarree, urticaria over het gehele lichaam, buikkrampen, misselijkheid, braken.
Hoe ontstaat hetSommige stoffen van buiten het lichaam (bijv. een geneesmiddel of voedingsmiddel) kunnen een directe invloed hebben op de “mestcel”. Mestcellen bevatten stoffen (onder de microscoop te zien als “korrels”) die na vrijlating uit de cel aanleiding geven tot allergische klachten, zoals galbulten, niezen, kortademigheid etc.). Eén van deze stoffen is histamine. Bij een echte allergie wordt komt dit proces van vrijlating (medische term “degranulatie”) pas tot stand na binding van allergeen specifieke IgE antistoffen aan de mestcel. Bij een pseudo-allergie gebeurt deze vrijlating dus direct.

Omdat een pseudoallergische reactie niet van een echte allergische reactie is te onderscheiden wordt vaak wel een standaard allergologisch onderzoek uitgevoerd. Men kan alleen van een pseudo-allergie spreken wanneer de allergietesten geen echte allergie hebben aangetoond.
Lactose-intolerantieBij lactose-intolerantie reageert u op de melksuiker (lactose) in de melk. Het is dus een andere aandoening dan koemelkallergie, waarbij het gaat om de eiwitten uit de melk die de reactie geven.
Lactose moet gesplitst worden door het enzym lactase, zodat de brokstukjes opgenomen kunnen worden uit de darmen in het bloed. Bij lactose-intolerantie gaat het om een tekort aan het enzym lactase. Lactose kan daardoor onvoldoende uit de darmen worden opgenomen.

De klachten die dan ontstaan zijn buikpijn, winderigheid of (schuimende) diarree na het gebruik van normale porties melkproducten. Het gebruik van kleine hoeveelheden lactose geeft zelden klachten. Bij het ouder worden neemt de hoeveelheid van het enzym lactase af.
Met behulp van een waterstof-ademtest in het ziekenhuis (of via een thuistest via de natuurdiëtist of natuurarts) kan de diagnose worden gesteld.
De behandeling bestaat uit en lactosevrij dieet.
Fructose-intolerantieBij een fructose-intolerantie (malabsorptie) is er sprake van een enzymstoornis waardoor de vruchtensuikers uit de voeding niet verwerkt kunnen worden in de dunne darm. De in de dikke darm opgehoopte en achtergebleven vruchtensuikers brengen daar een soort gistingsproces op gang, met buikpijn, windergheid en soms diarree tot gevolg. De naam fructose malabsorptie is een handiger benaming omdat de fructose intolerantie betekent dat het enzym Aldolase B tekort schiet om fructose af te breken. Deze genetische metabolische stoornis komt echter weinig voor. Meestal gaat het om de fructose malabsorptie die veel vaker voor komt dan men denkt, waarbij het carriertransport (GLUT 5 carrier) zijn werk niet doet.

Bij de mensen met colitis of ziekte van Crohn is het zinnig hier op te letten. Dor de volumetoename van de ontlasting (als gevolg van het osmotische effect van fructose) en de gasproductie (als gevolg van fermentatie van de fructose) kunnen meer klachten zoals pijn en een opgeblazen gevoel uitgelokt of versterkte worden. Volumetoename van de stoelgang kan ook een veranderd motiliteitspatroon opleveren, waarbij mensen die te kampen hebben met een spastisch colon hier ook meer last van kunnen ondervinden.

Producten met een hoog fructose gehalte zijn: fruit, compote, marmelade, jam, gedroogd fruit, repen en koekjes met gedroogd fruit, cocos, vruchtensap, sportdranken, bier, wijn, sommige ontbijtgranen, chutney, ketchup, sausen, barbecuesaus, siropen, synthetische producten van maïssiroop HFCS uit maïszetmeel (zit in frisdranken, maar kan ook in bakkerij producten zitten).

Vaak kan er dan ook een gevoeligheid zijn voor polyolen ( verzamelnaam voor maltitol, mannitol, sorbitol, xylitol, maltose) en galacto-oligosachariden ( zoals raffinose en stachyose in bonen, kolen, spruitjes, kikkererwten). Fructanen zijn kettingen van fructose moleculen (zoals inuline en oligofructose). Deze worden steeds vaker aan voedingsmiddelen (yoghurt, brood) toegevoegd vanwege de gunstige werking op de darmflora. Fructo-oligosachariden vindt u van nature terug
In artisjok, asperge, prei, ui, sjalot, knoflook, maar ook in tarwe. Beperkt gebruik is dus gunstig voor de darmflora, maar bij klachten is het beter deze toch te mijden.

Met behulp van een waterstof-ademtest in het ziekenhuis (of via een thuistest via de natuurdiëtist of natuurarts) kan de diagnose worden gesteld. De behandeling bestaat uit en fructose beperkt dieet.
BehandelingBegeleiding van al de hierboven genoemde voedselovergevoeligheden door een (natuur)diëtist is daarbij noodzakelijk. U kunt hiervoor terecht bij de natuurdiëtisten met specialisatie voedselallergie genoemd op onze adressenlijst.
Eliminatie-provocatie dieetHierbij worden eerst groepen verdachte voedingsmiddelen uit de voeding weggelaten.
Dit dieet wordt altijd voor een korte periode ongeveer zes weken gevolgd (eliminatie). De klachten zouden dan moeten verdwijnen of sterk verminderen. Gebeurt dit niet, dan zijn de weggelaten voedingsmiddelen niet de boosdoener en kunnen zij gewoon weer gebruikt worden en heeft een dieet geen zin. Indien er een duidelijke verbetering heeft plaats gevonden, voegt men de verdachte voedingsmiddelen groepsgewijs weer aan de voeding toe (provocatie). Zo wordt duidelijk welke voedingsmiddelen de boosdoeners zijn.

Uitleg voedel allergieŽn door Patrick Holford

Boekentips

Vond u deze informatie nuttig? Lees dan alstublieft de persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt, oprichtster van Natuur DiŽtisten Nederland