Een persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt

Natuurdiëtisten.nl

Gratis Nieuwsbrief

Waardevolle en actuele informatie en tips over voeding en uw gezondheid!

Uw emailadres wordt alleen gebruikt voor toezenden van de nieuwsbrief.

Nieuwsbrief archief

De darm: regelcentrum van uw gezondheid

Gewoonlijk wordt de darm slechts beschouwd als een spijsverteringsbuis, die als taak heeft te zorgen voor de opname van voedsel en uiteindelijk voor de uitscheiding van de onverteerbare voedselresten. Wie aan de darm denkt, brengt daarmee doorgaans slechts symptomen in verband als verstopping, winderigheid of pijn, respectievelijk aandoeningen zoals maag- en darmzweren, tumoren en hemorroïden (aambeien). De darm doet zoveel meer! Juist in kringen van medisch specialisten wordt aan de darm nauwelijks een ruimere betekenis toegekend. Een fatale misvatting! De darm is een uiterst gecompliceerd en complex orgaan met meer omvattende functies dan de zojuist geschetste afbraak van voedsel. Hij is hét regelcentrum voor uw totale welbevinden. Functies van het maagdarmkanaal van de mens:

  • opname van bouwstenen en de verdeling ervan tussen de poortader en de ductus thoracicus
  • oscillerende homeostase van bio-moleculen met gering molecuulgewicht en van de protonen-, elektronen- en ionen-concentraties in de verschillende delen van de darmen
  • complex geregelde in- en effluxen van vloeistoffen en elektrolyten door diffusie, gefaciliteerde diffusie, co-transport- en actieve transportmechanismen
  • naar gelang de behoefte sterk variabele, oscillerende biosynthese van enzymen en enzymcascaden
  • verzorging van signaaltransductieprocessen en hun complexe terugkoppelingsmechanismen
  • de grote kinetiek van de vernieuwing van cellen en met name van de enterocyten
  • als primair immuunorgaan, de verzorging van complex ingebedde immuunfuncties
  • de vorming van intestinale hormonen
  • een door zijn karakteristieke vegetatieve zenuwvlechten en vegetatief-neurologische verbindingen sterk geïntegreerd, zelfregulerend orgaansysteem dat, bij het ontbreken van een thermodynamische evenwichtssituatie, als niet-lineair complex ingebed systeem in een veelvoudige, harmonisch oscillerende wisselwerking staat met het evenzo niet-lineaire complex ingebedde systeem van een optimale darmflora.


Met het oog op al deze verschillende functies -en met name het gedurende een heel leven lang toereikend en ongestoord beschikbaar stellen van essentiële en niet-essentiële bouwstenen, vitaminen, elektrolyten, sporenelementen en water voor de permanente synthese van alle biomoleculen en de levering van energie, net zoals de permanente stabilisering van de immuniteit- is het eenvoudig te begrijpen dat het lichamelijke, emotionele en geestelijke welbevinden sterk verbonden is met de darm. Snel kunnen aanpassen  levert meer gezondheid opHet explosief toenemende en niet meer te beheersen aantal kunstmatig gecreëerde invloedsfactoren op alle niveaus van het bestaan dwingt alle levende systemen tot verdedigende reguleringsstrategieën en compensatiemechanismen. Hoe beter een soort in staat is zich aan te passen, des te makkelijker worden de invloedsfactoren opgevangen. De reguleringssystemen worden erop afgestemd. zonder dat er tekenen van decompensatie optreden. Snelle microben en 'trage' mensen Het blijkt dat organismen met een eenvoudige structuur en een snelle generatiewisseling in dit opzicht vaak de beste kansen hebben. Hoe complexer van opbouw een organisme is, des te moeilijker is het in staat te reageren.
De generatietijd bij de mens bedraagt 25 jaar. Die van microben bedraagt gemiddeld 25 minuten. In 25 jaar beleven de micro-organismen dus 500.000 generaties. De prestaties en het aanpassingsvermogen van primitieve levensstructuren zijn daardoor veruit superieur aan die van mensen.

Laten we eens de alom in het milieu voorkomende gifstoffen vergelijken met antibiotica. Micro-organismen ontwikkelden in de laatste decennia sneller resistenties dan de mens in staat was antibiotica te ontwikkelen. Op precies dezelfde manier zullen de microben resistenties ontwikkelen ten aanzien van willekeurig welke onnatuurlijke omgevingsinvloed ook. Zullen de hoger ontwikkelde organismen dus aan het kortste eind trekken? Komen er in de toekomst meer immunologische verstoringen? In de discussie over aandoeningen als gevolg van omgevingsinvloeden spelen de met epitheelweefsel beklede oppervlakken een uiterst belangrijke rol. Duidelijk is dat het aantal gastro-enterologische aandoeningen en de direct hiermee samenhangende en de darm betreffende immunologische verstoringen in ernstige mate zullen toenemen. De darm- het grootste immunologische orgaan De darmflora is een kwetsbaar systeem dat op de meest uiteenlopende factoren negatief kan reageren. Vooral de het immuunsysteem betreffende aandoeningen zouden voortaan het best vanuit het perspectief van een onevenwichtige darmflora beschouwd, onderzocht en behandeld kunnen worden. MALT, het darmslijmvlies stelsel Het darmslijmvlies stelsel, of nauwkeuriger het mucosa-geassocieerd lymfoïd weefsel (MALT), is het grootste lichaamseigen met de immuniteit belaste systeem en vervult belangrijke lokale en systemische afweer- en controlefuncties. In het gehele maagdarmkanaal (van de mondholte tot de endeldarm) bevinden zich vele stelsels van lymfatische systemen. In dit verband kan met name gewezen worden op de ring van Waldeyer-Hartz in het gebied van de mond- en keelholte met de keeltonsillen en de tongamandelen, en op de plaques van Peyer in de dunne darm en de blinde darm. De mucosa-barrière: de ontmoetingsplaats van binnen- en buitenwereld Nergens anders in of aan het lichaam vindt een intensiever contact tussen het organisme en exogene stoffen plaats. Omdat niet alleen welkome voedingsbestanddelen het darmkanaal passeren, maar ook in grote hoeveelheden allerlei toxinen, parasieten, schimmels, virussen en bacteriën, net als de uitscheidingsproducten van hun stofwisseling met het darmslijmvlies in aanraking komen, moet tegenover zo’n ononderbroken aanval een krachtige verdedigingslinie opgeworpen worden: de mucosa-barrière. Deze fungeert als een mechanische en immunologisch beschermende barrière. Dit neutraliseert vooral potentiële antigenen voordat ze met het slijmvlies kunnen reageren c.q. er doorheen kunnen dringen en/of ontstekingsprocessen in of aan de darmwand op gang kunnen brengen.

Het intestinale immuunsysteem bestaat uit:
- lymfocyten in het epitheel,
- het lamina propria en de follikels,
- plasmacellen,
- macrofagen,
- plaques van Peyer en afzonderlijke lymfefollikels,
- M-cellen,
- mesenteriale lymfeknopen. GALT Het bijzondere vermogen van de mucosa-barrière bestaat eruit, dat deze uiterst selectief met een grote hoeveelheid antigenen kan omgaan. Ondanks de daaruit voortkomende antigenenstress maakt het darm-geassocieerd lymfoïd weefsel (GALT) enerzijds de tolerantie tegenover voedingsbestanddelen mogelijk en zorgt het anderzijds voor de zeer specifieke afweerreacties. Het trainen van een snel reactievermogen Voor het trainen en steeds soepel kunnen laten verlopen van dit reactievermogen, worden voortdurend kleine hoeveelheden van verschillende lichaamsvreemde elementen (antigenen) opgenomen. Deze opname van organische en niet-organische deeltjes en macro-moleculen uit de darm is op twee manieren mogelijk:

  1. Persorptie:
    Deeltjes tot 150 µm (bijv. zetmeel, steenkoolstof, latex-deeltjes, pollen etc.) kunnen via hiaten in het epitheel de darmwand binnendringen. Deze stoffen zijn vooral te vinden in macrofagen, die zich in grote aantallen in het sub-epitheliale gebied van de plaques van Peyer bevinden.
  2. Actieve resorptie:
    Macro-moleculen, micro-organismen en kleinere deeltjes kunnen door gespecialiseerde M-cellen of door zogeheten enterocyten in de daaronder gelegen plaques van Peyer opgenomen worden. Kleinere hoeveelheden van deze antigenen kunnen door exocytose (het met behulp van vesicles uitscheiden uit de cellen van opgeslagen onverteerde afbraakproducten die hun antigene karakter behouden hebben) in de lymfe- en bloedbaan terechtkomen en daar systemische immuunreacties oproepen.

De gevolgen van een bacteriële kolonisatie Als gevolg van diverse oorzaken kan een bacteriële kolonisatie van de darmflora ontstaan, die vervolgens als een enorm groot lichaamsvreemd element kan gaan fungeren in het gastheerorganisme. Dit kan uiteindelijk een belangrijke bijdrage leveren aan een verzwakking van de immuniteit en aan het ontstaan van allergieën. Al bij zuigelingen kunnen tijdens de eerste fase van de ontwikkeling van de darmflora verstoringen ontstaan.

Volgens Werthmann treden bij een verstoorde intestinale ecologie in de zuigelingenleeftijd bepaalde karakteristieke symptomen op:

Symptomen van de ademhalingsorganen:
- snotteren van de zuigeling
- chronische verkoudheid
- middenoorontstekingen
- kriebelhoest
- vergroting van de keeltonsillen en de tongamandelen
·
Symptomen van het darmkanaal:
- pylorospasme
- kolieken
- winderigheid
- obstipatie of diarree. Ongewenste aandoeningen Een microbiële kolonisatie met verschillende soorten pathogene micro-organismen kan tot aan de volwassenheid een rol spelen bij het ontstaan van de volgende aandoeningen:

  • immunologische deficiënties (verminderde weerstand tegen infecties)
  • allergieën
  • veranderingen in het slijmvliesweefsel. Dit leidt tot een grotere opname van substraten zoals micro-organismen, macro-moleculen, voedseldeeltjes enz. en kan voorts aanleiding zijn tot infectieuze aandoeningen van het slijmvlies (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa)
  • de productie van aanzienlijke hoeveelheden gifstoffen in de stofwisseling door de aantasting van eiwitten door bacteriën met als gevolg een gistings- of rottingsdyspepsie (ammoniak, zwavelwaterstof, methylalcohol, fenolen, scatol, indol).
    Daarop kunnen sommige patiënten reageren met algemene symptomen zoals moeheid, suf worden, duizeligheid, humeurigheid of hoofdpijn. Hierbij is een toxische belasting van de lever mogelijk. Giftige stoffen uit de Clostridium-stofwisseling lijken verband te houden met de ontwikkeling van kwaadaardige tumoren.
  • verbruik en verlies van micronutriënten (vitaminen, sporenelementen), die vervolgens niet meer ter beschikking staan van het menselijke organisme, wat tot symptomen kan leiden zoals chronische vermoeidheid, gevoeligheid voor infecties, allergieën, haaruitval, etc.
  • veranderingen in de consistentie van de feces en in de stoelgang (verstopping, diarree).
  • sterke gasontwikkeling met als gevolg een opgezette buik – hierdoor kan het middenrif omhoog gedrukt worden, wat bij volwassenen een ernstige belemmering van het functioneren van het hart kan veroorzaken (Roemheld-syndroom). Voorts wordt een deel van het gas geresorbeerd en via de longen uitgeademd, met als gevolg een sterke geur van de adem.
  • buikpijn en kolieken.

Bescherming van het darmslijmvlies De bescherming van het darmslijmvlies en het in stand houden van zijn talrijke functies is in belangrijke mate afhankelijk van de stofwisselingsproducten van een gezonde bacterieflora. Tot voor kort meende men dat de voeding van de cellen in het darmslijmvlies uitsluitend verzorgd wordt via de bloedvaten in het darmweefsel.

Tegenwoordig weet men dat de darmepitheelcellen ook rechtstreeks vanuit de inhoud van de darm gevoed kunnen worden. Dit geschiedt bijv. door korte ketenvetzuren (KKV), die door bepaalde darmbacteriën (bijv. bifidusbacteriën, lactobacillen, E.coli., enterococcen) gemaakt worden. Is het aantal van deze voedende kiemen gereduceerd, dan kunnen er veranderingen in de darmepitheelcellen ontstaan (bijv. ontstekingen) of zelfs een atrofie van het slijmvlies met alle nadelige gevolgen vandien.

Oudere mensen lijden vaker aan verstoringen van de darmflora. Veranderingen in de toestand van hun gebit, slecht zittende gebitsprothesen, een eenzijdige en onevenwichtige voeding net zoals de algemene daling van de snelheid van de spijsvertering hebben een vermindering van de natuurlijke bacterieflora tot gevolg en geven een toename van de Clostridium-flora.

Ook komt bij mensen met een chronische obstipatie een pathologische darmflora tot ontwikkeling. De afname van het aantal bifidusbacteriën en de coliflora gaat gepaard met een toename van de dyspeptische flora en bacteroides. Diagnostiek: flora-screening Door onderzoek van faeces (zie ook de link onderin) in gespecialiseerde laboratoria kunnen tegenwoordig veel intestinale problemen en aandoeningen, waaraan een microbiële kolonisatie van het maagdarmkanaal ten grondslag ligt, worden opgespoord. Een analyse van de faecale flora levert gedetailleerde kennis op over de toestand van de micro-ecologie van de darm.

De conclusies hieruit maken therapeutische beslissingen mogelijk, die niet op vermoedens maar op zeker-weten gebaseerd zijn.
De micro-ecologie van het maagdarmkanaal berust op een groot aantal beïnvloedende factoren, zodat de arts of therapeut die deze dient te beoordelen afstand zal moeten nemen van een monocausale interpretatie van zijn bevindingen. In deze interpretatie dient een beoordeling van de patiënt met al diens leef- en voedingsgewoonten, net als zijn symptomencomplex, betrokken te worden voor het realiseren van een optimaal therapeutisch nut. Basisregels bij de interpretatie van de analyse Bij de interpretatie van de analyse van de faecale flora dienen de volgende basisregels in acht genomen te worden:

  • Een microbiologisch onderzoek vormt steeds een momentopname van de darm als bioreactor.
  • Aan de constatering op zich van een verlaagd aandeel van een bepaalde bacteriesoort of -groep (bijv. E.coli, Bifidobacterium) mag geen te grote waarde worden toegekend. De totale indruk van de darmflora dient steeds op de voorgrond te staan.
  • Geringe afwijkingen van de „norm“ in de aantallen micro-organismen dienen met voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd (meestal zijn pas afwijkingen in de orde van grootte van een-tiende of meer relevant).
  • Zowel de aërobe, anaërobe als microaërofiele micro-organismen zullen beoordeeld moeten worden, om een duidelijk beeld van de menselijke darmflora te verkrijgen.
    Er is geen interpretatie mogelijk zonder beoordeling van de faecale pH-waarden, want deze geven de uitkomst van de stofwisselingsprocessen in de dikke darm weer en maken conclusies over de bijdragen van verschillende micro-organismen aan de stofwisseling mogelijk.
  • De beoordeling van de parameterwaarden van de spijsvertering dient steeds in samenhang met een anamnese van de voedingsgewoonten te geschieden.

Immuniteitbeoordeling van de locale afweer van het mucose weefsel Bevattelijkheid voor infecties, recidiverende intestinale kolonisaties met schadelijke micro-organismen en allergieën duiden op een ontoereikende locale afweer van het mucose weefsel. Een beoordeling hiervan is met zekerheid mogelijk met behulp van het secretoire immunoglobuline A (sIgA) uit de feces.
sIgA wordt door de in de lamina propria van het slijmvlies gelegen plasmacellen aangemaakt, die op grond van een, in vergelijking met het totale in het lichaam aanwezige IgA, speciale structuur een grotere weerstand bezitten tegen een aantasting van het darmslijmvlies en daarom fungeren als een desinfecterende beschermlaag ten behoeve van de immuniteit van de mucosa. Een natuurlijke beschermlaag: secretoir lgA De aanmaak van secretoir IgA behoort tot de belangrijkste functies van het intestinale immuunsysteem. In de darm wordt ongeveer 60% van het totale in het lichaam aanwezige IgA door de plasmacellen in de lamina propria geproduceerd. Naar schatting wordt 90% van de immunoglobuline van een warmbloedig organisme in de buikholte aangemaakt. Aangenomen wordt dat het aantal IgA-producerende plasmacellen in het slijmvlies van een gezonde volwassene ongeveer overeenkomt met het totale aantal lymfocyten in de milt.

Terwijl de immuuncompetente cellen in het darmslijmvlies overwegend sIgA aanmaken, produceren de immuuncellen van het losse bindweefsel in de buikholte (peritoneum, mesenterium, omentum) grotere hoeveelheden IgG. De vorming van sIgA vindt plaats onafhankelijk van de IgA-synthese in serum, zodat in dit opzicht geen conclusies kunnen worden getrokken uit de bepaling van het IgA in serum. Ook een tekort aan IgA in het serum gaat niet noodzakelijkerwijs samen met een verlaagd sIgA in het slijmvlies. slgA zegt meer dan IgA Onderzoeken wijzen erop dat reeds door de darmwand gepenetreerde antigenen gebonden worden door het sIgA in het gebied van de lamina propria, teruggebracht worden naar het darmlumen en hier onschadelijk worden gemaakt. Ten slotte is het sIgA op grond van zijn speciale structuur stabieler dan IgA en wordt daardoor in het lumen niet door enzymen e.d. vernietigd.
Dit kenmerk maakt dan ook dat sIgA, in tegenstelling tot het in de feces aanwezige IgA, goed bruikbaar is bij de diagnostiek omdat in hoge mate stabiele concentraties ervan faecaal worden uitgescheiden.

Hoe belangrijk in dit verband de functie van het secretoir immunoglobuline A is, kan pas goed worden afgeleid uit het feit dat het dagelijks wordt aangemaakt in een hoeveelheid van 30 - 100 mg/kg lichaamsgewicht en daarmee duidelijk de hoeveelheid van alle andere immunoglobulinen overtreft.

Pas vanaf de zesde levensmaand maakt het immuunsysteem zelfstandig IgA aan. Tot het vierde levensjaar is de spiegel ervan laag, wat het grotere infectiegevaar in deze leeftijdsgroep kan verklaren. Dankzij het bijzondere aanhechtingsvermogen bevindt zich secretoir IgA in hoge concentraties in het secreet van de slijmvliezen. Hier fungeert het immunoglobuline als een “beschermlaag en desinfecterend middel”. Maldigestie Hieronder verstaat men een ontoereikende verwerking (vertering) van de darminhoud door een tekort aan verteringssappen. Deze kunnen bijv. als gevolg van een maagresectie, een insufficiëntie van het pancreas, leveraandoeningen of een tekort aan galvocht optreden. Ook kan een bacteriële kolonisatie die de afbraak van galzuren of een aantasting van de spijsverteringsenzymen in het slijmvlies veroorzaakt tot een maldigestie leiden.

De meest voorkomende oorzaak van een maldigestie dient gezocht te worden in een exocriene insufficiëntie van het pancreas of een tekort aan galzuur.
In geval van een exocriene insufficiëntie van het pancreas treedt een tekort op aan vet- en eiwitsplitsende enzymen (lipase, trypsine, chymotrypsine). Daardoor worden de betreffende bestanddelen van de voeding niet meer voldoende afgebroken. In de darmholte bevinden zich dan vetten en eiwitten met een hoog moleculair gewicht, die niet geresorbeerd worden en zo in relatief grote hoeveelheden in de uitscheiding terechtkomen.

Op dezelfde manier ontstaat door een te geringe concentratie galzuren in de darm een ontoereikende spijsvertering. Er kan een tekort aan galzuur optreden, wanneer bij een overwoekering van de dunne darm met micro-organismen uit de flora van de dikke darm („Overgrowth-Syndrome") geconjugeerde galzuren door de bacteriële kolonisatieflora worden afgebroken of wanneer door een gebrekkig functioneren van de ileum de terugresorptie van galzuur in het laatste deel van de ileum is verstoord.

Het in beide gevallen veroorzaakte tekort aan galzuren resulteert in een onvoldoende emulgatie van de vetstoffen in het voedsel en daarmee in een duidelijke toename van de vetconcentratie in de feces.
Voor de diagnostiek wordt gebruik gemaakt van de kwantitatieve bepaling van het pancreas-elastase 1 in feces. Vaststellen van een pancreas-insufficiëntieDoor het p-elastase 1 kwantitatief aan te tonen is het mogelijk met zekerheid een exocriene pancreasinsufficiëntie vast te stellen of uit te sluiten. Het enzym, dat in de acinuscellen van de exocriene buikspeekselklier wordt gevormd, bereikt samen met een aantal andere pancreasenzymen (amylase, lipase, trypsine) de twaalfvingerige darm.

Het elastase 1 doorstaat de darmpassage onbeschadigd en kan met immunologische methoden heel goed in de feces worden aangetoond. De concentratie van het elastase 1 in de feces weerspiegelt de secretoire werking van de exocriene buikspeekselklier. In tegenstelling tot de chymotrypsinebepaling (een andere bij de diagnostiek van het pancreas te gebruiken parameter), is hiervoor slechts een enkel fecesmonster nodig.

Aangezien aan de vaststelling van elastase 1 geen afbreuk wordt gedaan door een substitutietherapie, is die vaststelling zeer geschikt voor de controle van het verloop van een chronische pancreasinsufficiëntie.
Blijft de pancreasinsufficiëntie te lang onopgemerkt of onbehandelt, dan ontwikkelen zich in toenemende mate tekorten aan voedingsstoffen. Deze kunnen in vrijwel alle gevallen nauwelijks beïnvloed worden door een substitutie van de betreffende elementen. Negatieve effecten op de koolhydraatstofwisseling Aan therapeuten, die zich in hun praktijk met de diagnostiek van micro-nutriënten bezighouden, is dit verschijnsel welbekend. Met name de vetoplosbare vitaminen, maar ook zink, worden gebonden aan de vetstoffen in de voeding en in plaats van beschikbaar te komen voor resorptie belanden zij in de uitscheiding. Juist een tekort aan zink kan een uiterst negatieve uitwerking hebben op de stofwisseling van koolhydraten en/of de gezondheidstoestand van diabetici achteruit doen gaan. Aangezien diabetici veel vaker aan een secretoire pancreasinsufficiëntie lijden dan tot nu toe werd aangenomen, is de bepaling van het p-elastase 1 in de feces een zinvolle en ook belangrijke onderzoeksparameter. Dit onderzoek is vooral te overwegen bij slecht ingestelde diabetici, in geval van gewichtsverlies of een plotselinge verslechtering van de bloedsuikerwaarden. Vroegtijdige tumordiagnostiekMet 30.000 patiënten die jaarlijks overlijden aan darmkanker staat deze vorm op de tweede plaats als soort carcinoom met fatale afloop. Bij een tijdige herkenning en behandeling is het genezingspercentage echter praktisch 100%.

Bij colorectale aandoeningen vormen endoscopie en histologie als altijd de gouden standaard bij het herkennen en classificeren van de ziektegeschiedenis. Laboratoriumanalyses hebben tot nu toe slechts met een gering onderscheidend vermogen bijgedragen aan de opsporing van tumoren en ontstekingsaandoeningen in de darmen. Inmiddels zijn er twee onderzoeksmethoden beschikbaar, die vroegtijdig een maligne ontwikkeling kunnen aantonen:

  1. De M2-PK proliferatietest voor tumoren op basis van feces
    Een tumor M2-PK-test uitgevoerd met het fecesmonster van de patiënten maakt het mogelijk ca. 85% van alle colorectale carcinomen (bloedend en niet-bloedend) te herkennen. De Tumor M2-PK (tumorspecifieke pyruvaatkinase) wordt door monoclonale antilichamen in de feces opgespoord, het sleutelenzym van de tumor zelf wordt dus gemeten. Door de meting van het M2-PK in de ontlasting worden met name colorectale tumoren opgespoord. Echter zelden treden deze verhoogde waardes op bij andere maligne gastro-intestinale aandoeningen zoals slokdarm-, maag-, pancreas- en galwegencarcinomen.
    Acute of chronische met ontstekingsprocessen gepaard gaande aandoeningen in het maag/darmsysteem kunnen ook voor een sterke celprofileratie zorgen en zo de M2-PK waardes verhogen. Bij deze processen (denk aan de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa) dient verdere differentiaaldiagnose uitsluitsel te geven, ook omdat deze aandoeningen op zich een verhoogd risico op colorectale carcinomen meebrengen.
  2. Calprotectine in de feces
    Met de bepaling van Calprotectine in de feces staat een parameter ter beschikking, waarvan de betrouwbare indicatorfunctie voor de infectieuze activiteit bij colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn onderbouwd is met een reeks van publicaties. De eerste ervaringen tonen aan, dat bij tumoren van de dikke darm en poliepen met een diameter van meer dan 10 mm verhoogde Calprotectinespiegels gevonden worden.
    Daarmee is Calprotectine een methode die de doeltreffendheid van de coloscopie benadert en die de belasting van de patiënt door invasieve ingrepen vermindert.
    Bij ontstekingen en tumorachtige veranderingen in het darmweefsel komen door de verstoring van de barrièrefunctie van het slijmvlies grotere hoeveelheden granulocyten in de darmholte terecht. Een gevolg is dat Calprotectine uit de granulocyten vrijkomt en daardoor meetbaar is. Calprotectine is in hoge mate resistent tegen proteolyse en is daardoor gedurende langere tijd stabiel in de feces.
    Het is aan te bevelen voorzichtigheidshalve eerst de M2-PK feces-test voor de proliferatie van tumoren uit te voeren. Deze kan dan voor nog meer duidelijkheid worden aangevuld met een Calprotectine-test van de feces.

Parasitologie Parasieten komen over de gehele wereld voor. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, dat parasieten een probleem van de warme landen vormen, moet vastgesteld worden dat ook in de Midden- en Noord-Europese gebieden de klinische relevantie van met name de darmprotozoën is toegenomen.

Veel chronische aandoeningen kunnen door deze eencellige organismen bevorderd worden c.q. het genezingsproces ervan kan erdoor worden belemmerd. De diagnostiek kan met microscopische en immunologische methoden plaatsvinden. Beoordeling van de compléte flora Toch moet worden vastgesteld, dat een „parasieten-hysterie“ rond de oorzaak van de meeste ziektegevallen net zo onverstandig is als de 10 jaar geleden ontstane „candida-hysterie“. Want zoals al eerder gesteld, dient steeds de complete flora net zoals de immuniteitstoestand van de patiënt te worden beoordeeld. Een verzwakte darmbarrière en de hiermee verbonden aantasting van de immuniteit kan ertoe leiden dat darmprotozoën gevaarlijk worden voor het menselijke organisme.
Bij het vermoeden van een belasting met darmprotozoën dient deze nader onderzocht te worden. Virulente factoren Constateringen m.b.t. de darmflora weerspiegelen, samen met de beoordeling van de pH-waarden van de feces en de parameterwaarden van de spijsvertering, de actuele toestand van de intestinale micro-ecologie. In hoeverre de intestinale micro-ecologie zich in een gezonde evenwichtstoestand bevindt, kan hiermee echter niet met zekerheid worden vastgesteld. Met name bij recidiverende en chronische aandoeningen is -om de hoofdlijnen van een gedifferentieerde therapie te kunnen opstellen- een beoordeling van de stofwisselingseigenschappen van de darmflora noodzakelijk.

Virulente factoren vormen hierbij biomarkers die door de darmflora als geheel geproduceerd worden wanneer katabole processen en het immuunsysteem ondergravende stofwisselingsprocessen de overhand hebben en er een functionele dysbiose wordt aangetroffen.

Aan de hand van de biomarkers „Virulente factoren“ kan, onafhankelijk van de eigenlijke bevindingen aangaande de darmflora, vastgesteld worden of de intestinale micro-ecologie van de patiënt zich in een gezonde of een dysbiotische situatie bevindt. Hierop afgestemd kunnen dan doelgericht modulatoire therapieën voor de immuniteitstoestand worden ingezet. Vermeden dient te worden om in het algemeen probiotica in te zetten vanuit de hoop dat “deze wel zullen helpen“, want meten is weten!

Geen GALT, geen MALT 

De slijmvliezen in het lichaam zijn immunologisch met elkaar verbonden en kunnen zo met elkaar communiceren. Het geheel van deze nauw met elkaar samenhangende afweersystemen van de slijmvliezen wordt daarom ook wel als MALT (= mucosa associated lymphoid tissue) aangeduid. Dit is van grote therapeutische betekenis en verklaart waarom orale therapieën, die het darm-geassocieerde immuunsysteem moduleren, een uitermate doeltreffende therapeutische invloed vertonen op andere slijmvliezen.

De volgende slijmvliezen worden immunologisch vanuit de darm verzorgd:
- bronchiale slijmvlies
- slijmvlies van mond- en neusholte
- traanklieren, conjunctivale zak
- vaginale slijmvlies
- vaginale- en blaasslijmvlies
- vrouwelijke melkklieren

Zo kunnen bijv. recidiverende luchtweg-, urineweg- en vaginale infecties via de orale toediening van gedode micro-organismen, die deze slijmvliezen aantasten, behandeld worden.

Boek: "Ik heb er mijn buik vol van - Het maag-darm herstelplan"

U kunt nog veel meer lezen over hoe u zelf kunt werken aan herstel van diverse maag-darmklachten met verschillende typen diëten, meditaties, kruiden en supplementen, in het boek 'Ik heb er mijn buik vol van - het maag-darm herstelplan' van Marijke de Waal Malefijt:

Duidelijker geformuleerd:

 

"Zonder modulatie van het GALT kunnen ook andere slijmvliezen (MALT) niet genezen."

 

U kunt als lezer van onze site deze testen bestellen via onderstaande links.De uitslagen kunnen besproken worden met een (natuur)arts of (natuur)diëtist of therapeut. U kunt ook kort overleggen met het Mediverespreekuur.

 

Gezondheidscheck Darm Plus

Gezondheidscheck Darm PlusVerkoopprijs (incl. BTW): € 205,95
Koop deze test op Yours-Healthcare.nl
Uitgebreide bepalingen van de microbiologische analyse van de aerobe en anaerobe hoofdkiemen (darmflora), schimmels en gisten (Candida albicans en Candida spp.) en ook de kwantitatieve bepaling van de gistingsresiduen. Bovendien worden bepaald: α-1-antitripsine, calprotectine, galzuren, pancreas-elastase, secretoir IgA, ontstekingsparameters met EPX, bèta-Defensie en lactoferine.

De Gezondheidscheck Darm Plus test bevat naast de bepaling van de florastatus:
– de beoordeling van het spijsverteringsvermogen
– de beoordeling van de spijsverteringscapaciteit
– de bepaling van de conditie en functie van het darmslijmvlies
– de beoordeling van het darmgeassocieerde immuunsysteem
Indicaties:

– voor algemene preventie
– ter controle van het verloop bij gastro-intestinale aandoeningen
– bij stoornissen van het immuunsysteem (allergieën, gevoeligheid voor infecties etc.)
– ter controle na een antibioticakuur
– ter beoordeling van voedingsgewoonten
– ter verduidelijking van een dysbiose in de darm

Gezondheid algemeen
Vond u deze informatie nuttig? Lees dan alstublieft de persoonlijke oproep van Marijke de Waal Malefijt, oprichtster van Natuur Diëtisten Nederland