Wat u altijd al wilde weten van het Bloedgroepdieet

Genen beïnvloeden gezondheid In de medische literatuur wordt al meer dan zestig jaar verteld hoe de bloedgroepen A, B en O worden bepaald door de genen. Genen kunnen de kans op veel aandoeningen, waaronder hartkwalen, bepaalde vormen van kanker en allergische aandoeningen, beïnvloeden. Het is ronduit fascinerend dat de geneeskunde zich de afgelopen honderd jaar ontwikkelde van een tijd waarin men aannam dat ziekten waren vastgelegd in de genen, tot een tijd waarin men beseft dat ieder mens in zijn dagelijks leven een rol kan spelen in het versterken van zijn eigen genetische erfenis. Bloedgroep, voeding & leefstijl Sinds 1996 hebben Peter D'Adamo, andere clinici en onderzoekers veel onderzoek verricht naar de relatie tussen bloedgroep, voeding en leefstijl. Er is veel informatie vrijgekomen uit het baanbrekende Human Genome Project. Een belangrijk aspect van dit Human Genome Project heeft te maken met de menselijke genetische erfenis.
Vooral hoe de bloedgroepen verband houden met factoren die de persoonlijkheid, stemmingen en de algehele gezondheid kunnen beïnvloeden. Peter D’Adamo heeft deze informatie verwerkt in zijn tweede boek 'De Leefregels’. Dit leidde tot een beter begrip en praktische toepassing van zijn eerder ontwikkelde bloedgroepdieet. Dr. Jeffrey Bland over het bloedgroepdieet Dr. Jeffrey Bland is een internationaal gerenommeerd onderzoeker en geldt als dé huidige expert op het gebied van voeding. Hij is onder meer oprichter van het Institute for Functional Medicine en auteur van diverse boeken waaronder 'Genetic Nutrioneering'.
Hij schrijft over het bloedgroepdieet: 'Voordat het bloedgroepdieet van Peter D'Adamo in 1996 verscheen, hadden maar weinig mensen gehoord van het idee dat de bloedgroep invloed kan hebben hoe het lichaam reageert op bepaalde voedingsmiddelen of omgevingsfactoren. Alleen voor diegenen die al langer werkten op het terrein van de genetisch bepaalde stofwisselingsstoornissen was dit niet volledig nieuw.' Het bloedgroepdieet Cocky van Hesteren, voedingstherapeute en EU voorlichter van Peter J. D'Adamo vertelt de NDN :” De essentie van het boek ‘De leefregels’ is dat het bloedgroep-antigen (A, B, of O) bepaalt welke voedingsmiddelen er het beste gegeten kunnen worden om fysiek en mentaal in goede gezondheid te blijven!
De vader van Peter D’Adamo, dr. James D'Adamo, merkte in de jaren zestig in zijn natuurgeneeskundige praktijk dat veel patiënten baat hadden bij een strikt vegetarisch of vetarm dieet, maar dat sommige patiënten er geen baat bij hadden of er zelfs in gezondheid op achteruit gingen. James D'Adamo meende dat er een soort blauwdruk moest zijn, die hij zou kunnen gebruiken om de verschillen vast te stellen in de voedingsbehoeften van zijn patiënten. Hij redeneerde, dat bloed de fundamentele voedingsbron is van het lichaam. Daar vanuit gaande zou dan een of ander aspect van het bloed misschien kunnen helpen die verschillen te verduidelijken.

Na talloze patiënten te hebben gezien in de loop der jaren, tekende zich geleidelijk een patroon af. Hij constateerde dat patiënten met bloedgroep A weinig baat hadden bij een eiwitrijk dieet met grote porties vlees. Zij hadden juist veel profijt van plantaardige eiwitten, zoals soja (tofu). Zuivelproducten veroorzaakten bij diegenen met bloedgroep A
vaak grote slijmafscheiding in de bijholten en luchtwegen. Als ze extensief sport beoefenden voelden patiënten met bloedgroep A zich gewoonlijk moe en onwel. Bij lichtere vormen van lichaamsbeweging, bijv. yoga, voelden zij zich juist alert en energiek.
Dit in tegenstelling tot patiënten met bloedgroep O. Zij hadden baat bij een eiwitrijk dieet en voelden zich gesterkt door lichaamsbewegingen met grotere krachtsinspanningen zoals joggen en aerobics.

De doorbraak in zijn derde studiejaar aan het John Bastyr College in Seattle onderzocht D'Adamo Jr. of er een samenhang bestond tussen de bloedgroepen A, B en O en de aanleg voor bepaalde ziekten en of iets hiervan de voedingstheorie van zijn vader kon bevestigen. De eerste doorbraak De eerste doorbraak kwam met de ontdekking dat twee belangrijke maagkwalen verband hielden met de bloedgroep. Maagzweer is een kwaal die vaak in verband wordt gebracht met een maagzuurgehalte dat hoger ligt dan het gemiddelde. Deze kwaal kwam naar verluidt meer voor bij mensen met bloedgroep O dan bij mensen met een andere bloedgroep. Deze ontdekking bevestigde de waarnemingen van zijn vader, namelijk dat patiënten met bloedgroep O de juiste constitutie hebben voor het verteren van dierlijke eiwitten en eiwitrijk voedsel. Zij hebben meer maagzuur, want dat is nodig om eiwitten goed te verteren. De tweede doorbraak De tweede doorbraak was een verband tussen bloedgroep A en maagkanker. Maagkanker wordt vaak in verband gebracht met een lage maagzuurproductie, zoals bij pernicieuze anemie, een andere stoornis die vaker wordt aangetroffen bij mensen met bloedgroep A.
Dit was voor Peter D'Adamo de schakel die hij zocht. Het was de start van een serie wetenschappelijk onderbouwde boeken over het verband tussen bloedgroep, voeding en gezondheid. Invloed van de bloedgroep Volgens D’Adamo heeft de bloedgroep alles te maken hoe iemand voedsel verteert, reageert op stress, hoe de mentale conditie standhoudt, de kwaliteit en de efficiëntie van de stofwisseling en de kracht van het afweersysteem. Gezondheid, vitaliteit en emotionele balans krijgt een flinke duw in de goede richting door de eigen bloedgroep als uitgangspunt te nemen voor een voedingskeuze en leefstijl. Een keuze die gebaseerd wordt op de klinisch bewezen resultaten van de groeiende kennis over stofwisseling en bloedgroepen. 4 bloedgroepen, dus 4 soorten mensen? Er zijn weliswaar 4 bloedgroepen O, A, B en AB, maar het zou te simpel zijn te suggereren dat er slechts vier soorten mensen zijn. De werkelijkheid is subtieler en complexer. Zo zijn er meer bloedgroepvarianten. Bij de bloedgroepbepaling is het bloedgroep-antigen A en B altijd dominant over het bloedgroep O-antigen. Iemand met het type AO, daarvan zeggen we dat hij bloedgroep A heeft. Het O-antigen is altijd recessief aan het A of B antigen. (recessief wil zeggen dat het op de achtergrond aanwezig is, dus niet dominant.)
Iedereen heeft bloedgroep-antigenen in zijn bloedcellen, maar de meeste mensen (grofweg 80% van de wereldbevolking) scheiden bloedgroep-antigenen ook uit in andere lichaamsvloeistoffen. Zoals in speeksel, maag- en darmslijm en sperma. Deze mensen noemt men ‘secretors’. Mensen die hun bloedgroep-antigenen niet afscheiden in andere sappen dan het bloed, worden ‘non-secretors’ genoemd.

Het Secretor-gen (Se) is altijd dominant aan het non-secretor-gen (se). U bent non-secretor als u van beide ouders een non-secretor-gen (se) erft. Dus se-se maakt dat u een non-secretor bent, terwijl u met Se-se drager bent van het non-secretor-gen (se), maar metabolisch (wat uw stofwisseling betreft) gezien een Secretor. En uiteraard maakt Se-Se dat u vanzelfsprekend een ‘secretor’ bent. Is de secretor-status belangrijk? De secretorstatus kan grote invloed hebben op de eigenschappen van het immuunsysteem. Het wordt geassocieerd met een grote verscheidenheid aan aandoeningen en stofwisselingsafwijkingen.
De ‘secretors’ schijnen door het afscheiden van hun bloedgroep-antigenen in speeksel, spijsverteringssappen en andere sappen een barrière te vormen tegen milieu-invloeden zoals bacteriën, verontreinigingen en andere irriterende stoffen. ‘Non-secretors’ hanteren meer een valkuilstrategie: ze laten ziekteverwekkers eerst binnen en vallen ze dan inwendig aan en doden ze. Waarom sommige mensen ‘secretors’ zijn en andere ‘non-secretors’ is nog niet exact vastgesteld. Onderzoek daarover is nog gaande.

Enkele van de terreinen die worden beheerst of beïnvloed door de secretor-status zijn:
  • de mate waarin lichaamsvreemde bacteriën het lichaam binnendringen;
  • de binding van lectinen en andere bloedgroep afhankelijke stoffen in voedsel aan de spijsverteringsorganen;
  • syndroom X of insulineresistentiesyndroom;
  • het evenwicht in de darmflora;
  • voorspelling van relevantie van tumormarkers voor het vaststellen van kanker;
  • de stollingsneiging van het bloed;
  • de samenstelling van moedermelk;
  • vatbaarheid voor candida infecties;
  • de weerstand;
  • vatbaarheid voor gaatjes in tanden;
  • gevoeligheid voor de Helicobacter bacterie die maagzweren veroorzaakt;
  • relatief hoog risico voor het krijgen van darminfecties;
  • invloed op de ademhaling en vatbaarheid voor virussen;
  • verspreiding van auto-immuunziekten;
  • risico van cardiovasculaire aandoeningen;
  • erfelijke aanleg voor alcoholisme.
Cocky van Hesteren besluit vol enthousiasme haar informatie over het bloedgroepdieet met nog een aanvulling. “Wanneer de hoofdrichtlijnen van het bloedgroepdieet onvoldoende effect geven, dan kan het goed zijn naar meer details te kijken. Zoals het secretorstatus of de bloedvarianten A1 en A2. Dan is meer gespecialiseerde kennis van het bloedgroepdieet nodig en is een consult aan te raden.’ Ervaringen met het bloedgroepdieet De NDN sprak ook met natuurdiëtiste Mil de Vree over haar ervaringen met het bloedgroepdieet en Mil vertelde het volgende. “Het bloedgroepdieet is geen specifiek vermageringsdieet zoals vaak ten onrechte wordt gedacht, maar helpt wel bij het reguleren van het gewicht. Het woord dieet betekent leefregel en is niet inherent aan gewichtsverlies. Het bloedgroepdieet geeft aan waarom vanwege de bloedgroep een koolhydraatrijk (voor bloedgroep A en AB) of juist een eiwitrijk (voor bloedgroep O en B) aan te raden is.
Het schetst waarom en welke voedingsmiddelen nuttig zijn om het immuunsysteem te versterken. Het zegt ook welke producten beter vermeden kunnen worden omdat deze een schadelijk inwerking hebben op het immuunsysteem. " Lectinen in de voeding "Of voedingsmiddelen wel of niet het immuunsysteem versterken, is afhankelijk van bepaalde eiwitten (lectinen) die in de voeding zitten. Op basis van de bloedgroep is iemand genetisch geprogrammeerd om bepaalde lectinen te accepteren of af te wijzen. Eet iemand voedingsmiddelen met lectinen die niet passen bij zijn bloedgroep, dan zorgen deze lectinen in weefsels en organen (nieren, lever, hersenen, maag, et cetera) voor het aan elkaar kleven en samenklonteren van cellen. Dit klonteringsproces heet agglutinatie en kan een belangrijke invloed hebben op de spijsvertering, stofwisseling en het afweersysteem.
Dit proces is ook in direct verband gebracht met chronische aandoeningen zoals gewrichtsontsteking, dikke darmontsteking, hoog cholesterol, bloedarmoede, hoge bloeddruk, stress, gewichtstoename en gewichtsverlies, depressie, suikerziekte en eetbuien." Onderverdeling van voedingsmiddelen "Het bloedgroepdieet deelt voedingsmiddelen op een andere manier in dan andere diëten. Voedingsmiddelen zijn niet gezond of ongezond voor iedereen, maar heilzaam, neutraal of te vermijden voor een specifieke bloedgroep.
  1. Heilzame voedingsmiddelen voeden cellen en bevorderen die processen die de gezondheid ten goede komen. Geadviseerd wordt deze producten bij elke maaltijd te eten. Heilzame voedingsmiddelen kunnen worden beschouwd als ‘medicijn’. Ze zullen het immuunsysteem versterken en daarmee de gezondheid bevorderen.
  2. Neutrale voedingsmiddelen zijn goed noch slecht. Ze kunnen als aanvulling op heilzame voedingsmiddelen genomen worden.
  3. Te vermijden voedingsmiddelen creëren een schadelijke lectine-reactie in het bloed en worden daarom afgeraden. De voedingsproducten veroorzaken klachten in het lichaam met verzwakking van het immuunsysteem en ziekte tot gevolg.
Uit mijn praktijk blijkt dat het bloedgroepdieet helpt bij:
  • Het ontdekken van voedingsmiddelen die vage spijsverteringsklachten, vermoeidheid, huidklachten etc. geven
  • Het verlichten van chronische gezondheidsklachten
  • Het voorkomen van voortijdige lichamelijke en mentale aftakeling
  • Het vinden van een oefenprogramma (sport, ontspanning etc.) dat energie geeft en niet uitput
  • Het kwijtraken van overtollig gewicht
  • Het verminderen van hormonale stressreacties
  • Het reguleren van biochemische oorzaken van angst en depressie
  • Het verminderen van een 'mistig' gevoel in het hoofd.
"Het is frappant om te zien hoe deze klachten verminderen of verdwijnen als men met het bloedgroepdieet gaat beginnen. Een cliënt meldde enthousiast dat hij na 2 weken bloedgroepdieet “met zijn tweede jeugd was begonnen”, zo energiek voelde hij zich.
Als er geen merkbare verbeteringen optreden, is het belangrijk om de secretorstatus te laten bepalen. Voor non-secretors wordt het dieet dan verder aangescherpt. Bij een andere cliënte vielen alle puzzelstukjes op hun plaats nadat duidelijk werd dat ze een non-secretor was. Ze had al jaren het gevoel dat er niets niet klopte, maar kon er niet duidelijk de vinger opleggen.
Ook zie ik vaak dat cliënten die bij mij komen met een voedselallergie, vaak allergisch zij voor die voedingsmiddelen die ze volgens het bloedgroepdieet ook zouden moeten vermijden”. Kort advies voor bloedgroep O Mensen met bloedgroep O kunnen het best eiwitten (vlees, vis) gebruiken en weinig koolhydraten. Tarwe en sommige andere granen kunnen problemen opleveren. Goede producten voor bloedgroep O zijn bijvoorbeeld rund- en lamsvlees, zalm, haring, makreel, tong, geitenfeta, walnoten, uien, broccoli, boerenkool, pruimen en vijgen. Kort advies voor bloedgroep A Mensen met bloedgroep A kunnen het best zo veel mogelijk vegetarisch eten, veel koolhydraten gebruiken en weinig zuivel. Heilzame producten zijn bijvoorbeeld sojaproducten, zalm, makreel, sardine, olijfolie, linzen, broccoli, spinazie, prei, ananas, bosbessen, kersen, pinda's, pompoenpitten, groene thee en koffie. Kort advies voor bloedgroep B Het beste is een gevarieerde voeding: vlees, vis, groenten en granen. B is de enige bloedgroep die goed zuivelproducten verdraagt. Goede producten zijn bijvoorbeeld sardines, yoghurt, geitenkaas, lamsvlees, olijfolie, limabonen, zoete aardappel, koolsoorten, spruitjes, bananen, druiven en ananassap. Kort advies voor bloedgroep AB Mensen met bloedgroep AB doen het goed op bijvoorbeeld lamsvlees, forel, kwark, pinda's, linzen, rijstproducten, groene groenten en ananas. Commentaar NDN Het is een groot verdienste van Peter d’Adamo dat hij mensen bewust maakt van de effecten van lectines in voeding en de bloedgroep op de gezondheid. Bij een aantal cliënten met bloedgroep A en O met chronische klachten is een positief effect gezien van met name het elimineren van tarwe en koemelk. Binnen twee tot drie weken voelden zij zich energieker, hadden minder buikklachten of gewrichtsklachten, vielen makkelijker af, hielden minder vocht vast of hadden minder last van bloedsuikerschommelingen. Voor wie zoekt naar gemaskeerde voedselgevoeligheden zijn de voedingslijsten gerangschikt per bloedgroep en bieden een manier om hier achter te komen. Het gerichter zoeken naar ‘de boosdoener’ wordt op deze wijze eenvoudiger. Heilzaam? In zijn boeken gebruikt Peter d’Adamo het begrip ‘heilzaam’. Wij merken dat dit woord in de praktijk misverstanden oplevert. Door de term ‘heilzaam’ te gebruiken zet het veel mensen aan tot het vaker eten ervan en dat is bijvoorbeeld verraderlijk bij producten zoals honing, koffie en wijn. Juist deze producten kunnen leiden tot stofwisselingsontregelingen. Bij bepaalde groenten is het vaker eten weer minder schadelijk, maar ook daar kunnen verteringsproblemen (dus geen lectine-reacties) van ‘heilzame’ groente klachten geven.
Duidelijker en overzichtelijker zou zijn geweest een lijst met ‘te vermijden’ voedingsmiddelen in verband met de lectine-reacties.
Heilzaam is genezing of geluk brengend
Wat opvalt in zijn boeken, is dat sommige voedingslijnen niet logisch zijn doorgevoerd. We noemen enkele voorbeelden:
  • In de voedingsmiddelenlijsten wordt bijv. bij bloedgroep A aangegeven dat vele soorten koekaas moeten worden vermeden, maar dat mozzarella en ricotta wel kunnen worden gebruikt. Onze ervaring is dat als iemand niet goed reageert op koekaas dat vaak voor alle soorten geldt.
  • Hij prijst bij sommige bloedgroepen producten, zoals koffie, thee en rode wijn als heilzaam aan. In onze ogen zijn deze voedingsmiddelen voor veel mensen ongezond, omdat ze o.a. belastend zijn voor de lever en essentiële voedingsstoffen, zoals vitamines en mineralen van het lichaam roven.
  • Hij geeft in zijn boeken aanbevelingen voor hoeveelheden van voedingsmiddelen per bloedgroep. Wij vinden dat hij zich hieraan niet moet wagen, omdat dit te persoonsgebonden is om daarover iets zinnigs te zeggen.
  • De aanbevolen hoeveelheden vlees (met name rood vlees, te weten 120-180 gram voor mannen en 60-250 gram voor vrouwen en kinderen) vinden wij riskant.
Vlees is niet altijd gezond Steeds meer onderzoeken laten zien dat het eten van vlees een verhoogd risico op onder andere darmkanker kan geven. Vanuit natuurgeneeskundig oogpunt wijzen we op de kans op een verstoring van het zuur-base evenwicht. Vlees afkomstig van biologisch gevoerde dieren is weliswaar minder schadelijk dan het gangbare niet-biologische vlees, maar de algemene risico’s die voortvloeien uit het eten van vlees blijven bestaan. De belangrijkste hiervan zijn:
  1. Vlees bevat veel archidonzuur dat kankerbevorderend is.
  2. Vlees wordt, net als ander voedsel met een hoog gehalte aan geconcentreerd eiwit, vaak onvolledig verteerd. Wat meestal leidt tot rottingsprocessen in de darm. De rottingsstoffen die hierbij vrijkomen zijn belastend voor de lever en kunnen bovendien kankerbevorderend zijn.
  3. Voor de vertering van het vleeseiwit zijn zoveel pancreas-enzymen nodig dat ze niet de kans krijgen om in de bloedbaan terecht te komen om daar te helpen bij het opruimen van kwaadaardige cellen.
  4. Het eten van vlees bevordert ontkalking doordat vlees in verhouding tot kalk teveel fosfor bevat. Dit onttrekt kalk aan het lichaam en wordt door de nieren uitgescheiden als calciumfosfaat.
Kritiek op bloedgroepdieet

Het orthomoleculaire blad ‘Koerier’ publiceert in het augustus- en oktobernummer 2007 een interview met Prof Muskiet. Een van de vragen was zijn kijk op het bloedgroepdieet. U leest hier het betreffende gedeelte uit het interview:

Koerier: “Hoe kijk je aan tegen het bloedgroep-dieet, ontwikkeld door de Amerikaanse natuurarts Peter D’Adamo? Volgens dit dieet stammen mensen met bloedgroep O af van de jager-verzamelaars en zouden evolutionair gezien vooral vlees moeten eten, terwijl mensen met bloedgroep A van de landbouwers afstammen en vooral vegetarisch zouden moeten eten.”

Prof. Muskiet: “Tja, die heeft zijn hypothese dus niet goed afgestemd op een aantal evolutionaire feiten. De splitsing tussen bloedgroep A en B heeft ongeveer drie miljoen jaar geleden plaatsgevonden, en bloedgroep O komt voor uit A, door recentere opsplitsingen die hebben plaatsgevonden nog vóór de Out of Africamigratie. Bloedgroep O bleek zeer succesvol en is tegenwoordig in nagenoeg alle bevolkingsgroepen de meest voorkomende (wereldwijde allel-frequenties B: A: O = 16:21:63).”

“De overgang van jager-verzamelaar naar het bedrijven van de landbouw is ongeveer 10.000 jaar geleden gebeurd. Jagende en verzamelende voorlopers van homo sapiens met bloedgroep A, die volgens D’Adamo dus vegetarisch moeten eten, waren dus ruim aanwezig nog voor er sprake was van bloedgroep O en nog niemand aan landbouw had gedacht.”

 “En uit deze bloedgroep A komt dan voort een bloedgroep O, die vooral vlees moet eten en zeer succesvol blijkt als we landbouw gaan bedrijven. De feiten zijn dus precies tegengesteld aan de hypothese van D’Adamo. Wat bloedgroep O succesvol heeft gemaakt is onduidelijk, maar mogelijk hebben we hier te doen met selectie door infecties. Nieuwe inzichten suggereren dat malaria daarbij betroken is. Malaria heeft een grote selectiedruk op ons genoom uitgeoefend en doet dat nog steeds. Het heeft zich mogelijk kunnen uitbreiden vanwege het bedrijven van landbouw en het houden van vee”.

Samenvatting Het bloedgroepdieet is een mooie insteek om een voeding meer op de persoon op maat te maken. Het maakt mensen bewust dat wat voor de een gezond is voor de ander schadelijk kan zijn. Om alleen deze insteek te gebruiken vinden we te simpel. Welke voeding voor iemand heilzaam of schadelijk is hangt van zo veel meer factoren af. Denk aan zaken als de constitutie, temperament, klachten, ziektegeschiedenis, medicijngebruik en emotionele factoren.

We raden mensen die het bloedgroepdieet willen gebruiken aan een natuurdiëtist te raadplegen die zich in het bloedgroepdieet heeft verdiept. Zo kan de voeding nog meer op de persoon worden afgestemd. Dit versterkt het positieve effect van dit dieet en voorkomt ongewenste neveneffecten.